Zoom
Pater Damiaanlaan 7 (foto 2002).
Bel-etagewoning in modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. stijl, n.o.v. arch. Jean N. V. Cohen, 1937.
Bepleisterde gevel. Twee ongelijke traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) van verschillende hoogte: vier bouwlagen in toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht. en drie in hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel. onder terrasdak. Benedenverdieping geritmeerd door halfzuilenZuil die met het muurwerk verbonden is, maar slechts over de halve dikte uitspringt.. Inspringende toegangsdeur tussen gewelfde muurpanden met schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren. en bovenaan voorzien van venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.. In hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel. asymmetrische erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. met doorlopende basis in toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht.: gewelfd balkon. Inspringend muurvak over hele hoogte van toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht.. Oorspronkelijke getraliede glasdeurDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat.. RaamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. van erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. oorspronkelijk gewelfd. Balkon en terrassen met buisstalen borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust.. Omheiningsmuur van voortuin gesloopt.
Archieven
GASPW/DS 40 (1937).
Bepleisterde gevel. Twee ongelijke traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) van verschillende hoogte: vier bouwlagen in toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht. en drie in hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel. onder terrasdak. Benedenverdieping geritmeerd door halfzuilenZuil die met het muurwerk verbonden is, maar slechts over de halve dikte uitspringt.. Inspringende toegangsdeur tussen gewelfde muurpanden met schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren. en bovenaan voorzien van venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.. In hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel. asymmetrische erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. met doorlopende basis in toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht.: gewelfd balkon. Inspringend muurvak over hele hoogte van toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht.. Oorspronkelijke getraliede glasdeurDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat.. RaamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. van erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. oorspronkelijk gewelfd. Balkon en terrassen met buisstalen borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust.. Omheiningsmuur van voortuin gesloopt.
Archieven
GASPW/DS 40 (1937).
Onderzoek en redactie : 2003.





























