Zoom
Nestor Plissartlaan, onpare zijde vanuit Pater Eudore Devroyestraat (foto 2007).
Nestor Plissartlaan
Deze straatnotitie beschrijft enkel het straatgedeelte op Sint-Pieters-Woluwe. Lees hier de beschrijving van het straatgedeelte op Etterbeek.
Kronkelachtige laan van de Boileaulaan (Etterbeek) naar de Pater Eudore Devroyestraat in Sint-Pieters-Woluwe. Enkel een kort gedeelte bevindt zich in laatstgenoemde gemeente. De gemeentegrens is gelegen ter hoogte van het nr. 72 en verdeelt een geheel van twee modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. woningen uit 1931 van de architecten Jean De Ligne en Jacques Obozinski in opdracht van de heer Van de Ven, initiatiefnemer van de befaamde Van de Venprijzen (zie Edouard Lacomblélaan nr. 22-24).
Tracé vastgelegd door de gemeenteraad op 26.01.1926 en deel uitmakend van het algemeen plan van aanleg voor de wijk liggend op het voormalig domein Anspach opgesteld door “la Société Anonyme de Travaux et Crédit” (voor de historiek zie de inventaris van Etterbeek, meerbepaald Edmond Mesenslaan nr. 2).
Genoemd naar burgemeester van Etterbeek (1899-1907).
Terugwijkende bebouwing met voortuintjes meestal met inrit voor garage. Woningen met twee of drie bouwlagen onder mansarde of plat dak. Uitzonderingen hierop zijn de bescheiden appartementsgebouwen uit de jaren 1990. Zij zijn gelegen op de recentelijk verkavelde tuin van de monumentaleZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten. villa gelegen Pater Eudore Devroyestraat nr. 245.
De pare zijde was snel bebouwd vanaf de jaren 1930 waardoor deze straatkant een homogene bebouwing vertoont. Mooie, hier en daar nog gaaf bewaarde huizenrijen van modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. woningen met bakstenen of bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevels en andere modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. elementen (o.a. dakterras) en met typerend materiaalgebruik (buisstaal, ijzer en beton) uit de jaren 1930 (zie nr 80, 88, 90 en 92). Andere woningen hebben lichte wijzigingen ondergaan zoals het nr. 76, een modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. woning uit 1932 van architect Raphaël Lambin; oorspronkelijk met dakterras; verbouwd tot volwaardige verdieping (n.o.v. architecten Schotte & Proesmans, 1996). De nr. 78 uit 1933 van de architect Pol Boelens maar met vervangen schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... .

De grootste verbouwingen werden uitgevoerd op het nr. 94, een modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. woning uit 1932 van de architect Antoine Courtens. Dit gebouw had oorspronkelijk met drie bouwlagen onder plat dak waarvan de hoogste bouwlaag terugwijkend met terras en pergola, en halfronde uitbouw van twee bouwlagen. In 1938 werd het dakterras gedeeltelijk overdekt om vervolgens in 1975 helemaal te verdwijnen en te verhogen met een terugwijkende verdieping. De afgeronde uitbouw werd eveneens verbouwd tot een rechthoekige en het hele gebouw werd bekleed met simili-tegels (architect A. Honincks). Vervolgens werd het gebouw in 1999-2000 verbouwd tot appartementsgebouw met wijziging van de gevelordonnantie en verwijdering van simili-bekleding (architect Yves Donck). Vandaag is de zijgevel van de uitbouw versierd met een gerecupereerde hardstenen bas-reliëf (knielende vrouw) van de beeldhouwer Franz Courtens. Oorspronkelijk behoorde dit beeldhouwwerk tot een fontein tegen zijgevel van halfronde uitbouw.

Enkele huizen in Beaux-ArtsArchitectuurstroming (ca. 1905-1930) met reminiscenties aan de grote Franse architectuurstijlen uit de 18e eeuw. Rijk en zorgvuldig gedecoreerde gevels in natuursteen en/of simili of in combinatie met baksteen. Borstweringen en poorten in fraai uitgewerkt smeedwerk. van voor 1930 zijn te zien op de nr. 96 uit 1929 van de architect Robert Allard en op de nr. 98 uit 1925. Vervolgens nr. 91 uit 1933 n.o.v. aannemer-architect Van Reymenant, en nr. 93 uit 1933 (zie dit nr.)
De onpare zijde bestaat voornamelijk uit naoorlogse architectuur. Woningen uit de jaren 1950, de nr. 63 uit 1950 van architect Fernand Delcourt, halfopen bebouwing in Beaux-ArtsstijlArchitectuurstroming (ca. 1905-1930) met reminiscenties aan de grote Franse architectuurstijlen uit de 18e eeuw. Rijk en zorgvuldig gedecoreerde gevels in natuursteen en/of simili of in combinatie met baksteen. Borstweringen en poorten in fraai uitgewerkt smeedwerk., nr. 69 uit 1952 van architect Laurent Crombeecke, 1952 en het nr. 89 uit 1950 van de architect Albert Grignet.
Tracé vastgelegd door de gemeenteraad op 26.01.1926 en deel uitmakend van het algemeen plan van aanleg voor de wijk liggend op het voormalig domein Anspach opgesteld door “la Société Anonyme de Travaux et Crédit” (voor de historiek zie de inventaris van Etterbeek, meerbepaald Edmond Mesenslaan nr. 2).
Genoemd naar burgemeester van Etterbeek (1899-1907).
Terugwijkende bebouwing met voortuintjes meestal met inrit voor garage. Woningen met twee of drie bouwlagen onder mansarde of plat dak. Uitzonderingen hierop zijn de bescheiden appartementsgebouwen uit de jaren 1990. Zij zijn gelegen op de recentelijk verkavelde tuin van de monumentaleZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten. villa gelegen Pater Eudore Devroyestraat nr. 245.
De pare zijde was snel bebouwd vanaf de jaren 1930 waardoor deze straatkant een homogene bebouwing vertoont. Mooie, hier en daar nog gaaf bewaarde huizenrijen van modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. woningen met bakstenen of bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevels en andere modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. elementen (o.a. dakterras) en met typerend materiaalgebruik (buisstaal, ijzer en beton) uit de jaren 1930 (zie nr 80, 88, 90 en 92). Andere woningen hebben lichte wijzigingen ondergaan zoals het nr. 76, een modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. woning uit 1932 van architect Raphaël Lambin; oorspronkelijk met dakterras; verbouwd tot volwaardige verdieping (n.o.v. architecten Schotte & Proesmans, 1996). De nr. 78 uit 1933 van de architect Pol Boelens maar met vervangen schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... .
De grootste verbouwingen werden uitgevoerd op het nr. 94, een modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. woning uit 1932 van de architect Antoine Courtens. Dit gebouw had oorspronkelijk met drie bouwlagen onder plat dak waarvan de hoogste bouwlaag terugwijkend met terras en pergola, en halfronde uitbouw van twee bouwlagen. In 1938 werd het dakterras gedeeltelijk overdekt om vervolgens in 1975 helemaal te verdwijnen en te verhogen met een terugwijkende verdieping. De afgeronde uitbouw werd eveneens verbouwd tot een rechthoekige en het hele gebouw werd bekleed met simili-tegels (architect A. Honincks). Vervolgens werd het gebouw in 1999-2000 verbouwd tot appartementsgebouw met wijziging van de gevelordonnantie en verwijdering van simili-bekleding (architect Yves Donck). Vandaag is de zijgevel van de uitbouw versierd met een gerecupereerde hardstenen bas-reliëf (knielende vrouw) van de beeldhouwer Franz Courtens. Oorspronkelijk behoorde dit beeldhouwwerk tot een fontein tegen zijgevel van halfronde uitbouw.
Enkele huizen in Beaux-ArtsArchitectuurstroming (ca. 1905-1930) met reminiscenties aan de grote Franse architectuurstijlen uit de 18e eeuw. Rijk en zorgvuldig gedecoreerde gevels in natuursteen en/of simili of in combinatie met baksteen. Borstweringen en poorten in fraai uitgewerkt smeedwerk. van voor 1930 zijn te zien op de nr. 96 uit 1929 van de architect Robert Allard en op de nr. 98 uit 1925. Vervolgens nr. 91 uit 1933 n.o.v. aannemer-architect Van Reymenant, en nr. 93 uit 1933 (zie dit nr.)
De onpare zijde bestaat voornamelijk uit naoorlogse architectuur. Woningen uit de jaren 1950, de nr. 63 uit 1950 van architect Fernand Delcourt, halfopen bebouwing in Beaux-ArtsstijlArchitectuurstroming (ca. 1905-1930) met reminiscenties aan de grote Franse architectuurstijlen uit de 18e eeuw. Rijk en zorgvuldig gedecoreerde gevels in natuursteen en/of simili of in combinatie met baksteen. Borstweringen en poorten in fraai uitgewerkt smeedwerk., nr. 69 uit 1952 van architect Laurent Crombeecke, 1952 en het nr. 89 uit 1950 van de architect Albert Grignet.
Archieven
GASPW/DS 63: 361 (1950); 69: 543 (1952); 72: 317 (1931), 315 (1932); 76: 155 (1932), 58 (1996); 78: 130 (1933); 82: 160 (1931); 89: 294 (1950); 91: 249 (1933); 94: 92 (1932), 155 (1938), 80 (1975), 204 (1999), 27 (2000); 95: 193 (1996); 96: 196 (1929); 98: 31 (1925): 99-100: 258 (1998).
GASPW/OW 865.11 (doos 8745): aanleg van het domein Anspach.
Fonds Antoine Courtens, AAM.
Tijdschriften
94: “Maisons bourgeoises à Bruxelles, architecte A. Courtens, Bruxelles”, Bâtir, 39, 1936, pp. 566-567.
GASPW/DS 63: 361 (1950); 69: 543 (1952); 72: 317 (1931), 315 (1932); 76: 155 (1932), 58 (1996); 78: 130 (1933); 82: 160 (1931); 89: 294 (1950); 91: 249 (1933); 94: 92 (1932), 155 (1938), 80 (1975), 204 (1999), 27 (2000); 95: 193 (1996); 96: 196 (1929); 98: 31 (1925): 99-100: 258 (1998).
GASPW/OW 865.11 (doos 8745): aanleg van het domein Anspach.
Fonds Antoine Courtens, AAM.
Tijdschriften
94: “Maisons bourgeoises à Bruxelles, architecte A. Courtens, Bruxelles”, Bâtir, 39, 1936, pp. 566-567.
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 2005.

















