Zoom
Nestor Plissartlaan 100 (foto 2002).
Op hoekperceel met Pater Eudore Devroyestraat, villa in cottagestijl, 1922.
Halfopen bebouwing van twee bouwlagen onder complexe bedaking met verschillende dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap.. Bakstenen gevels, heden wit geschilderd, op hardstenen plintHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel.. Tweede bouwlaag met pseudo-vakwerk doorlopend en als licht uitkragende puntgevelGevel waarvan de top driehoekig is. in Pater E. Devroyestraat. Rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met vierkante roedeverdelingDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd.; houten luiken.
Hoofdgevel in Nestor Plissartstraat met vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), de eerste terugwijkend en met slechts één bouwlaag. GlasdeurenDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. op benedenverd.. Derde traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met toegevoegde erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. bekroond door terras met oorspronkelijke houten borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. (n.o.v. arch. Achille Michel, 1958).
Gevel in Pater E. Devroyestraat met twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). In eerste bouwlaag getraliede venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.; in rechtertravee heden drielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere. ter vervanging van gelijkvormige diensttoegang met centrale deur; tweelichtTweedelige lichtopening, door deelzuiltje gesplitst. in tweede bouwlaag.
Ondergrondse garage (1971).
Archieven
GASPW/DS 188 (1922), 370 (1922), 109 (1958), 30 (1971).
Halfopen bebouwing van twee bouwlagen onder complexe bedaking met verschillende dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap.. Bakstenen gevels, heden wit geschilderd, op hardstenen plintHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel.. Tweede bouwlaag met pseudo-vakwerk doorlopend en als licht uitkragende puntgevelGevel waarvan de top driehoekig is. in Pater E. Devroyestraat. Rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met vierkante roedeverdelingDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd.; houten luiken.
Hoofdgevel in Nestor Plissartstraat met vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), de eerste terugwijkend en met slechts één bouwlaag. GlasdeurenDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. op benedenverd.. Derde traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met toegevoegde erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. bekroond door terras met oorspronkelijke houten borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. (n.o.v. arch. Achille Michel, 1958).
Gevel in Pater E. Devroyestraat met twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). In eerste bouwlaag getraliede venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.; in rechtertravee heden drielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere. ter vervanging van gelijkvormige diensttoegang met centrale deur; tweelichtTweedelige lichtopening, door deelzuiltje gesplitst. in tweede bouwlaag.
Ondergrondse garage (1971).
Archieven
GASPW/DS 188 (1922), 370 (1922), 109 (1958), 30 (1971).
Onderzoek en redactie : 2005.



























