Zoom
Maurice Liétartstraat vanuit de Sint-Michielscollegestraat met rechts de bakstenen omheiningmuur van het Sint-Michielscollege (foto 2007).
Maurice Liétartstraat
Rechte straat in het verlengde van de Fauchillestraat tot de Pater Eudore Devroyestraat waar ze vervolgens overgaat in de Edouard Lacomblélaan te Etterbeek. Tracé maakt deel uit van de “Groenelaanwijk” aangelegd door toedoen van Edmond Parmentier vlg. K.B. van 31.7.1909 (zie Roger Vandendriesschelaan).
Voorheen Fauchillestraat genoemd, huidige benaming verwijzend naar een in W.O. I gesneuvelde soldaat.
Bebouwing situeert zich enkel aan de pare zijde. De onpare zijde wordt volledig ingenomen door het Sint-Michielscollege te Etterbeek, en bestaat hoofdzakelijk uit woningen en bescheiden appartementsgebouwen van twee tot drie bouwlagen, de laatstgenoemden meestal met commerciële functie.
Eerste deel van pare zijde ingenomen door bebouwing van voor W.O. I, meerbepaald van tussen de jaren 1900 en 1910. Typerend voor die tijd zijn de nr. 2-4, 6, 10 en 12: ensemble van woningen. Nr. 2-4 hoekpand met handelszaak, in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie.. Nr. 6 met volledig gewijzigde benedenverdieping, nr. 10 met breukstenenMetselwerk bestaande uit brokken onregelmatige natuursteen. onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. doorbroken door garage (1965). Nr. 14: woning uit 1904 met art-nouveau-elementenInternationale beweging (1893 - ca. 1914) als reactie op de ‘neo’-stijlen, maar met sterk lokale verschillen. In België kent de stijl twee stromingen, namelijk de florale art nouveau met Victor Horta als boegbeeld en anderzijds de geometrische art nouveau beïnvloed door Paul Hankar of de Wiener Secession.. Korte onderbreking van de bebouwing door bakstenen en witgeschilderde omheiningmuur van ver achter de rooilijn gelegen industriële gebouwen (nr. 16-18). Gebouwen zijn overblijfselen van de uitbreiding van carrossiefabriek Vanden Plas uit 1906 (zie ook Minervalei en Sint-Huibrechtsstraat). Vervolgens omgevormd tot pompstation (1946), later tot kantoorruimte (1960). Afbraak van een hangar in 1970, kleine verbouwingen n.o.v. arch. Constantin Brodzki (1982) en heden gebruikt als kantoorruimte (sinds 2001).
Tweede deel van pare zijde bestaat vnl. interbellumarchitectuur uit de jaren 1920 in, algemeen beschouwd, art decostijl: nr. 36 woning n.o.v. architect Arthur Vandaele uit 1922. Uitzonderingen hierop zijn een woning in Beaux-ArtsstijlArchitectuurstroming (ca. 1905-1930) met reminiscenties aan de grote Franse architectuurstijlen uit de 18e eeuw. Rijk en zorgvuldig gedecoreerde gevels in natuursteen en/of simili of in combinatie met baksteen. Borstweringen en poorten in fraai uitgewerkt smeedwerk. (zie nr. 48) en twee woningen in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl waaronder nr. 38 uit 1913 met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie. en asymmetrische compositieTypische gevelopstand bestaande uit twee ongelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouwlagen volgens verkleinende ordonnantie; de hoofdtravee is meestal breder, rijker uitgewerkt en wordt verder benadrukt door licht vooruit te springen en/of door één of meer balkons; de kelders zijn meestal hoog, wat zich vertaalt in een hoge onderbouw; het grondplan bestaat over het algemeen uit een aaneenschakeling van kamers. (zie ook nr. 54). Dit straatgedeelte wordt beheerst door verschillende huizen in art decoTendens tot de geometrisering van vormen en architecturale ornamenten die zich uitdrukt in het materiaal- en kleurgebruik. met (Hollands) modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. invloed n.o.v. architect Jean De Ligne, ontworpen tussen 1912 en 1923, onder meer twee van zijn persoonlijke woningen (zie ensemble nr. 30-32, 34, 44, 52, 56-58, 62 en 64).
Onpare zijde wordt volledig ingenomen door (ommuurde) tuin van Sint-Michielscollege; bakstenen omheiningmuur geritmeerd door grote vierkante spiegels1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. met op hoeken bakstenen pijlers1. Muurstut zonder entasis (kromming), mogelijk met basis en kapiteel; - 2. Massief gemetseld of betonnen steunelement met gewoonlijk rechthoekige doorsnede (vb. bruggepijler,…) met hardstenen banden en topstuk. De omheiningmuur wordt, ter hoogte van de Sint-Huibrechtsstraat, onderbroken door een hedendaags hekken dat toegang biedt aan een uitbreiding van het Sint-Michielscollege; nr. 31, groot hedendaags gebouw met bureaus, studio's, eetzaal, ziekenzaal en kapel n.o.v. arch. Jean-Charles Boreux, 1992. Vijf bouwlagen onder schilddakDak met twee driehoekige dakvlakken aan de smalle zijde en twee trapeziumvormige aan de lange zijde. met aansluitende volumes van twee, drie of vier bouwlagen onder terrasdaken. Verticaal benadrukte gevel door reflecterende glaspartijen, al of niet uitlopend in spitse dakvenstersUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is., en bakstenen muurdammenParement tussen twee muuropeningen (vensters of deuren) in dezelfde bouwlaag..
Voorheen Fauchillestraat genoemd, huidige benaming verwijzend naar een in W.O. I gesneuvelde soldaat.
Bebouwing situeert zich enkel aan de pare zijde. De onpare zijde wordt volledig ingenomen door het Sint-Michielscollege te Etterbeek, en bestaat hoofdzakelijk uit woningen en bescheiden appartementsgebouwen van twee tot drie bouwlagen, de laatstgenoemden meestal met commerciële functie.
Eerste deel van pare zijde ingenomen door bebouwing van voor W.O. I, meerbepaald van tussen de jaren 1900 en 1910. Typerend voor die tijd zijn de nr. 2-4, 6, 10 en 12: ensemble van woningen. Nr. 2-4 hoekpand met handelszaak, in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie.. Nr. 6 met volledig gewijzigde benedenverdieping, nr. 10 met breukstenenMetselwerk bestaande uit brokken onregelmatige natuursteen. onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. doorbroken door garage (1965). Nr. 14: woning uit 1904 met art-nouveau-elementenInternationale beweging (1893 - ca. 1914) als reactie op de ‘neo’-stijlen, maar met sterk lokale verschillen. In België kent de stijl twee stromingen, namelijk de florale art nouveau met Victor Horta als boegbeeld en anderzijds de geometrische art nouveau beïnvloed door Paul Hankar of de Wiener Secession.. Korte onderbreking van de bebouwing door bakstenen en witgeschilderde omheiningmuur van ver achter de rooilijn gelegen industriële gebouwen (nr. 16-18). Gebouwen zijn overblijfselen van de uitbreiding van carrossiefabriek Vanden Plas uit 1906 (zie ook Minervalei en Sint-Huibrechtsstraat). Vervolgens omgevormd tot pompstation (1946), later tot kantoorruimte (1960). Afbraak van een hangar in 1970, kleine verbouwingen n.o.v. arch. Constantin Brodzki (1982) en heden gebruikt als kantoorruimte (sinds 2001).
Tweede deel van pare zijde bestaat vnl. interbellumarchitectuur uit de jaren 1920 in, algemeen beschouwd, art decostijl: nr. 36 woning n.o.v. architect Arthur Vandaele uit 1922. Uitzonderingen hierop zijn een woning in Beaux-ArtsstijlArchitectuurstroming (ca. 1905-1930) met reminiscenties aan de grote Franse architectuurstijlen uit de 18e eeuw. Rijk en zorgvuldig gedecoreerde gevels in natuursteen en/of simili of in combinatie met baksteen. Borstweringen en poorten in fraai uitgewerkt smeedwerk. (zie nr. 48) en twee woningen in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl waaronder nr. 38 uit 1913 met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie. en asymmetrische compositieTypische gevelopstand bestaande uit twee ongelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouwlagen volgens verkleinende ordonnantie; de hoofdtravee is meestal breder, rijker uitgewerkt en wordt verder benadrukt door licht vooruit te springen en/of door één of meer balkons; de kelders zijn meestal hoog, wat zich vertaalt in een hoge onderbouw; het grondplan bestaat over het algemeen uit een aaneenschakeling van kamers. (zie ook nr. 54). Dit straatgedeelte wordt beheerst door verschillende huizen in art decoTendens tot de geometrisering van vormen en architecturale ornamenten die zich uitdrukt in het materiaal- en kleurgebruik. met (Hollands) modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. invloed n.o.v. architect Jean De Ligne, ontworpen tussen 1912 en 1923, onder meer twee van zijn persoonlijke woningen (zie ensemble nr. 30-32, 34, 44, 52, 56-58, 62 en 64).
Onpare zijde wordt volledig ingenomen door (ommuurde) tuin van Sint-Michielscollege; bakstenen omheiningmuur geritmeerd door grote vierkante spiegels1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. met op hoeken bakstenen pijlers1. Muurstut zonder entasis (kromming), mogelijk met basis en kapiteel; - 2. Massief gemetseld of betonnen steunelement met gewoonlijk rechthoekige doorsnede (vb. bruggepijler,…) met hardstenen banden en topstuk. De omheiningmuur wordt, ter hoogte van de Sint-Huibrechtsstraat, onderbroken door een hedendaags hekken dat toegang biedt aan een uitbreiding van het Sint-Michielscollege; nr. 31, groot hedendaags gebouw met bureaus, studio's, eetzaal, ziekenzaal en kapel n.o.v. arch. Jean-Charles Boreux, 1992. Vijf bouwlagen onder schilddakDak met twee driehoekige dakvlakken aan de smalle zijde en twee trapeziumvormige aan de lange zijde. met aansluitende volumes van twee, drie of vier bouwlagen onder terrasdaken. Verticaal benadrukte gevel door reflecterende glaspartijen, al of niet uitlopend in spitse dakvenstersUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is., en bakstenen muurdammenParement tussen twee muuropeningen (vensters of deuren) in dezelfde bouwlaag..
Archieven
GASPW/DS 2-4: 3 (1911); 6: 398 (1907), 253 (1922), 26 (1985); 10: 211 (1904), 488 (1960); 12: 313 (1906), 257 (1965); 14: 218 (1904); 16-18: 148 (1970), 51 (1982), 82 (1985); 31: 112 (1992); 36: 220 (1922); 38: 32 (1913); 50: 235 (1922); 60: 54 (1912);
GASPW/DS 865.11 (doos 8745): Groenelaan en wijk.
Publicaties en studies
16-18: Inventaire visuel de l'architecture industrielle à Bruxelles. Woluwe-Saint-Lambert/Woluwe-Saint-Pierre/Evere, Brussel, AAM, 2 vol., 1980-1982, fiche 43 bis.
GASPW/DS 2-4: 3 (1911); 6: 398 (1907), 253 (1922), 26 (1985); 10: 211 (1904), 488 (1960); 12: 313 (1906), 257 (1965); 14: 218 (1904); 16-18: 148 (1970), 51 (1982), 82 (1985); 31: 112 (1992); 36: 220 (1922); 38: 32 (1913); 50: 235 (1922); 60: 54 (1912);
GASPW/DS 865.11 (doos 8745): Groenelaan en wijk.
Publicaties en studies
16-18: Inventaire visuel de l'architecture industrielle à Bruxelles. Woluwe-Saint-Lambert/Woluwe-Saint-Pierre/Evere, Brussel, AAM, 2 vol., 1980-1982, fiche 43 bis.
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 2005.























