Zoom
Jean Deraeckstraat, rij van arbeiderswoningen. Op de voorgrond nr 75 (foto 2002).
Jean Deraeckstraat
Van Sint-Pieterskerk naar Banierenstraat. Vroeger smal pad van minder dan twee meter breed, Sint-Pieterstraat, ‘Kravatten(s)weg' of ‘Kravatten(s)block' genoemd. Volgens Falkenback, P., 1992, p. 81, herinnert deze naam wellicht aan de doortocht van Kroatische soldaten bij de slag van Waterloo in 1815. Anderzijds betekent kravat in het lokale Vlaamse dialect stropdas. De gemeente-atlas van 1808 vermeldt slechts drie gebouwen in het straatje, heden in het stadsweefsel geïntegreerd: de pastorie van de Sint-Pieterskerk (zie Kleine Kerkstraat nr 2) en twee landelijkeVoorbeelden van landelijke architectuur, treffen we voornamelijk aan in de verstedelijkte rand van Brussel. Ze verwijzen in dat geval vaak naar het ruraal verleden van dat gebied, nu opgeslorpt door de stad. Meestal gaat het om een zeer bescheiden architectuur, met gevels in witgekalkte baksteen en pannendaken. Naast woningen vinden we ook oude boerderijen. De belangrijkste voorbeelden stammen uit de 17e-18e eeuw. huizen (zie nr 56, 58 en 60).
Het pad werd rechtgetrokken en tot acht meter verbreed vlg. Gemeenteraadsbesluit van 20.04.1906, bekrachtigd door KB van 07.07.1907. Hiervoor werd een vleugel van de 18de eeuwse pastorie gesloopt (zie Kleine Kerkstraat nr 2).
Huidige naam naar wijkbewoner Jean-Baptiste Deraeck, als soldaat gesneuveld in WO I.
Grotendeels bebouwd met bescheiden huizen opgetrokken tussen 1898 en 1914. In tegenstelling tot andere straten in de gemeente (in de voormalige dorpen van Sint-Pieters-Woluwe, Stokkel en in de omgeving van Kellestraat) werd deze straat nooit een handelsstraat en is de homogene bebouwing met oude rijhuisjes relatief goed bewaard gebleven.

We onderscheiden twee woningtypes: arbeiderswoningen: sobere, bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevels met schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren. en geprofileerde elementen, en woningen met bakstenen gevels met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie.. Laatstgenoemde meestal comfortabeler met inkomhal, trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. en soms zelfs een balkon.
Huizen grotendeels in paren gebouwd, meestal door aannemers (bv. nr 19 en 21 n.o.v. C. Vanschependael, 1898), of soms door lokale architecten (bv. nr 44 n.o.v. François Vanvlasselaer, 1905). In enkele huizenparen waren vroeger landbouwbedrijfjes gevestigd (zie nr 23, 25 en 27, 29).
Laatste zes huizen van straat dateren van jaren 1950.
Het pad werd rechtgetrokken en tot acht meter verbreed vlg. Gemeenteraadsbesluit van 20.04.1906, bekrachtigd door KB van 07.07.1907. Hiervoor werd een vleugel van de 18de eeuwse pastorie gesloopt (zie Kleine Kerkstraat nr 2).
Huidige naam naar wijkbewoner Jean-Baptiste Deraeck, als soldaat gesneuveld in WO I.
Grotendeels bebouwd met bescheiden huizen opgetrokken tussen 1898 en 1914. In tegenstelling tot andere straten in de gemeente (in de voormalige dorpen van Sint-Pieters-Woluwe, Stokkel en in de omgeving van Kellestraat) werd deze straat nooit een handelsstraat en is de homogene bebouwing met oude rijhuisjes relatief goed bewaard gebleven.
We onderscheiden twee woningtypes: arbeiderswoningen: sobere, bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevels met schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren. en geprofileerde elementen, en woningen met bakstenen gevels met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie.. Laatstgenoemde meestal comfortabeler met inkomhal, trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. en soms zelfs een balkon.
Huizen grotendeels in paren gebouwd, meestal door aannemers (bv. nr 19 en 21 n.o.v. C. Vanschependael, 1898), of soms door lokale architecten (bv. nr 44 n.o.v. François Vanvlasselaer, 1905). In enkele huizenparen waren vroeger landbouwbedrijfjes gevestigd (zie nr 23, 25 en 27, 29).
Laatste zes huizen van straat dateren van jaren 1950.
GASPW/DS rooilijnen 2; 19: 1 (1898), 286 (1949); 21: 1 (1898), 444 (1956); 44: 222 (1905).
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 2003.































