Zoom
Horizonlaan
Bekijk de weerhouden gebouwen
Licht gebogen laan van Tervurenlaan naar Julius Caesarlaan, aangelegd en geopend in het kader van de aanleg van het “Bemelkwartier” vlg. K.B. van 23.07.1925 (zie Julius Caesarlaan).
Residentiële bebouwing, terugwijkend en met voortuintjes. Voornamelijk villa's, dubbel of vrijstaand en halfopen bebouwing uit het interbellum (eind jaren 1920, begin jaren 1930) met uitzonderlijk enkele voorbeelden van naoorlogse architectuur. De meeste woningen, ééngezins- of meergezinswoningen, bestaan uit twee bouwlagen onder mansarde of plat dak en hebben bakstenen gevels met witstenen elementen.
De Beaux-ArtsstijlArchitectuurstroming (ca. 1905-1930) met reminiscenties aan de grote Franse architectuurstijlen uit de 18e eeuw. Rijk en zorgvuldig gedecoreerde gevels in natuursteen en/of simili of in combinatie met baksteen. Borstweringen en poorten in fraai uitgewerkt smeedwerk. wordt goed vertegenwoordigd in deze laan, getuigen hiervan zijn de nr. 9 (architect R. Thery, 1931), de nr. 11 (architect V. Van Haelen, 1928), nr. 12 (architect M. Hayninx, 1930), de nr. 13 (architect J. Reuter, 1927), de nr. 19 (1929), de nr. 28 (architect J.L. Desmettre, 1928), de nr. 39 (architect Dubois, 1928) en de nr. 42 (architect A. Mineur., 1931). Sommigen hebben hier en daar art-deco-elementenTendens tot de geometrisering van vormen en architecturale ornamenten die zich uitdrukt in het materiaal- en kleurgebruik. zoals de nr. 24 (architect Albert Hevent, 1928) of de nr. 40 (architect Gaspard Devalck, 1928). Daarnaast hebben enkele andere gebouwen een uitgesproken art decoTendens tot de geometrisering van vormen en architecturale ornamenten die zich uitdrukt in het materiaal- en kleurgebruik. of modernistischInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. karakter zoals de uitzonderlijke villa Gosset naar een ontwerp van de architect Adrien Blomme uit 1928 (zie nr. 21-23). Ander, weliswaar meer bescheiden, voorbeeld is de driegevel villa uit 1932 op nr. 3.
In de jaren 1950-1960 wordt de laan volgebouwd door meergezinswoningen die sterk verwant zijn met de voorbeelden uit het interbellum. Dit is het geval voor de nr. 4 (architect J. Van De Putte, 1969), de nr. 6 (architect J. ‘t Sas, 1950), of de nr. 8-10 (architect A. Wemmaekers, resp. 1968 en 1953).
Tenslotte merken we nog enkele onbebouwde of recente bebouwde percelen op zoals op nr. 25 (architect Edward t'Serclaes, 2000) en op nr. 37 (Atelier d'Architecure Kropek – Verbeeck, 1996).
Archieven
GASPW/DS 3: 158 (1932), 147 (1952); 4: 135 (1969); 6: 624 (1950); 8: 180 (1968); 9: 40 (1931); 10: 382 (1953); 11: 307 (1928), 392 (1956); 12: 174 (1930); 13: 212 (1927); 19: 100 (1929); 24: 389 (1928); 28: 133 (1928); 37: 98 (1996); 39: 57 (1928); 40: 73 (1928); 42: 86 (1931).























