Saksen-Coburgstraat, eerste straatgedeelte naar Sint-Alfonsstraat (foto 1993-1995).
Saksen-Coburgstraat
Van Sint-Alfonsstraat naar kruising van Scailquinstraat en Leuvensesteenweg. Vormt driesprong met de de Bériotstraat en de Gemeentestraat.
De straat werd geopend in 1838 op het domein van twee particulieren in het kader van de aanlegplannen voor de nieuwe Koninginnewijk en werd al vlug verkaveld.
In 1866 werd er niet ver van de Leuvensesteenweg een gebouw voor het kantonaal vredegerecht opgetrokken, dat dat van de Kruidtuinstraat uit 1849 verving.
Het merendeel van de bebouwing is van neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inspiratie, van omstreeks 1840, bescheiden woningen met drie bouwlagen en twee of drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) waarvan de oorspronkelijke pleisterlaag op de gevel later vaak vervangen werd door een parementGevel- of muurbekleding. in baksteen of cement. Panden gekarakteriseerd door horizontaliserende kordonlijstenUitspringende, horizontale geleding over de hele breedte van een gevel, om verdiepingen te markeren of als verlenging van de (lek)dorpels., rechthoekige muuropeningen, sommige in geriemde omlijsting en met smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… vensterleuningLage, versierde leuning boven een onderdorpel, meestal in metaal.; hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel. voorzien van klein balkon en/of entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles., zie Nr. 24, 29 en 36. Nr. 18, 46 en 48 met empire-invloed; rondboogvensters met doorlopende imposten op bel-etage.
Richting Leuvensesteenweg is het straatbeeld sterk gewijzigd: appartementsgebouwen van de periode 1939-1953 met vier of vijf bouwlagen, begane grond vaak met winkelpui en overkragende verdiepingen met rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. onder plat dak. Nr. 8 gebouwd in functionalistische stijl, n.o.v. arch. P. LE HAEN (1939), Nr. 12 (1950) getekend op de gevel door arch. L. DERUYVER, Nr. 14 (1959) getekend op gevel door arch. L. RITZEN en aannemer L. ZEEUWS. Nr. 1-3, oorspronkelijk een pand uit 1838, en Nr. 5-9 zijn heden vervangen door een constructie uit 1952 (STUDIEBUREAU MEULENEER).
De straat werd geopend in 1838 op het domein van twee particulieren in het kader van de aanlegplannen voor de nieuwe Koninginnewijk en werd al vlug verkaveld.
In 1866 werd er niet ver van de Leuvensesteenweg een gebouw voor het kantonaal vredegerecht opgetrokken, dat dat van de Kruidtuinstraat uit 1849 verving.
Het merendeel van de bebouwing is van neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inspiratie, van omstreeks 1840, bescheiden woningen met drie bouwlagen en twee of drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) waarvan de oorspronkelijke pleisterlaag op de gevel later vaak vervangen werd door een parementGevel- of muurbekleding. in baksteen of cement. Panden gekarakteriseerd door horizontaliserende kordonlijstenUitspringende, horizontale geleding over de hele breedte van een gevel, om verdiepingen te markeren of als verlenging van de (lek)dorpels., rechthoekige muuropeningen, sommige in geriemde omlijsting en met smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… vensterleuningLage, versierde leuning boven een onderdorpel, meestal in metaal.; hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel. voorzien van klein balkon en/of entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles., zie Nr. 24, 29 en 36. Nr. 18, 46 en 48 met empire-invloed; rondboogvensters met doorlopende imposten op bel-etage.
Richting Leuvensesteenweg is het straatbeeld sterk gewijzigd: appartementsgebouwen van de periode 1939-1953 met vier of vijf bouwlagen, begane grond vaak met winkelpui en overkragende verdiepingen met rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. onder plat dak. Nr. 8 gebouwd in functionalistische stijl, n.o.v. arch. P. LE HAEN (1939), Nr. 12 (1950) getekend op de gevel door arch. L. DERUYVER, Nr. 14 (1959) getekend op gevel door arch. L. RITZEN en aannemer L. ZEEUWS. Nr. 1-3, oorspronkelijk een pand uit 1838, en Nr. 5-9 zijn heden vervangen door een constructie uit 1952 (STUDIEBUREAU MEULENEER).
Archieven
GASJ/DS/OW 13407 (1939), 14437 (1950), 15460, 15492 (1959).
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 1993-1995.
