Jottrandlaan, van links naar rechts nr. 26, 24, 22 en 20 (foto 1993-1995).
Jottrandlaan 10, 20, 22, 24, 26
Vijf burgerhuizen in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl, gebouwd in 1893 en 1896 (Nr. 20) zoals blijkt uit een cartoucheOmlijsting van een uitspringend vlak in de vorm van ingesneden en omkrullend papier of leer; vaak met opschrift of intern versierd. boven de deur, waarschijnlijk n.o.v. éénzelfde arch.
Oorspronkelijk telkens twee bouwlagen + souterrainHoge kelder of half verzonken verdieping. en twee ongelijke traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) waarvan hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel. in licht risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden.. Heden nr. 26 met bijkomende halve verdiepingLage verdieping tussen twee bouwlagen; vaak boven commerciële benedenverdieping gelegen., nr. 22 in 1907 verhoogd met één bouwlaag in dezelfde stijl, overige huizen aanvankelijk met dakvenstersUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is. in mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken. die in de jaren 1960 en 1980 afgebroken of verbouwd werden tot derde bouwlaag.
Lijstgevels in rode baksteen geleed door speklagen. Decoratief gebruik van blauwe hardsteen en natuursteen, verwijzend naar de Vlaamse renaissanceVlaams renaissance (vanaf 16e eeuw). Stijl die elementen uit de Italiaanse renaissance toepast op de traditionele bak- en zandsteenstijl. De neo-Vlaamse renaissance (ca 1860-1914) grijpt vanuit een nationalistische tendens terug naar de Vlaamse renaissance en haar specifieke ornamentiek. De stijl kenmerkt zich door een polychroom materiaalgebruik en een volumespel d.m.v. erkers, torentjes, trapgevels, enz., o.m. speklagen, lateienBalkvormig element van hout, steen, beton of metaal dat een muuropening overspant en bovenliggend metselwerk steunt., consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief., sleutelsSluitsteen van een opening; weerhoudt de gewelfstenen in een boog of gewelf., aanzetstukken. Hoge arduinen sokkelHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel. met souterrainvenster, bij nr. 10 en 24 vervangen door garagepoort. Rondboog- of steekboogdeuren waarboven oculusKlein rond, ovaal of polygonaal venster. of langwerpig vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. (nr. 24) en cartoucheOmlijsting van een uitspringend vlak in de vorm van ingesneden en omkrullend papier of leer; vaak met opschrift of intern versierd.. Rechthoekige, rond- of steekbogige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.. HoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel. met balkon, bij nr. 10 ingeschreven onder boogConstructie waarvan de beschrijvende lijnen delen van cirkels of gebogen lijnen zijn en waarin alle drukkrachten optreden.. Decoratieve tegels in veelkleurige faienceKeramische tegel bedekt door een, vaak polychroom versierde, glazuurlaag. op borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. en in friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…)..
Oorspronkelijk telkens twee bouwlagen + souterrainHoge kelder of half verzonken verdieping. en twee ongelijke traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) waarvan hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel. in licht risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden.. Heden nr. 26 met bijkomende halve verdiepingLage verdieping tussen twee bouwlagen; vaak boven commerciële benedenverdieping gelegen., nr. 22 in 1907 verhoogd met één bouwlaag in dezelfde stijl, overige huizen aanvankelijk met dakvenstersUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is. in mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken. die in de jaren 1960 en 1980 afgebroken of verbouwd werden tot derde bouwlaag.
Lijstgevels in rode baksteen geleed door speklagen. Decoratief gebruik van blauwe hardsteen en natuursteen, verwijzend naar de Vlaamse renaissanceVlaams renaissance (vanaf 16e eeuw). Stijl die elementen uit de Italiaanse renaissance toepast op de traditionele bak- en zandsteenstijl. De neo-Vlaamse renaissance (ca 1860-1914) grijpt vanuit een nationalistische tendens terug naar de Vlaamse renaissance en haar specifieke ornamentiek. De stijl kenmerkt zich door een polychroom materiaalgebruik en een volumespel d.m.v. erkers, torentjes, trapgevels, enz., o.m. speklagen, lateienBalkvormig element van hout, steen, beton of metaal dat een muuropening overspant en bovenliggend metselwerk steunt., consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief., sleutelsSluitsteen van een opening; weerhoudt de gewelfstenen in een boog of gewelf., aanzetstukken. Hoge arduinen sokkelHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel. met souterrainvenster, bij nr. 10 en 24 vervangen door garagepoort. Rondboog- of steekboogdeuren waarboven oculusKlein rond, ovaal of polygonaal venster. of langwerpig vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. (nr. 24) en cartoucheOmlijsting van een uitspringend vlak in de vorm van ingesneden en omkrullend papier of leer; vaak met opschrift of intern versierd.. Rechthoekige, rond- of steekbogige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.. HoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel. met balkon, bij nr. 10 ingeschreven onder boogConstructie waarvan de beschrijvende lijnen delen van cirkels of gebogen lijnen zijn en waarin alle drukkrachten optreden.. Decoratieve tegels in veelkleurige faienceKeramische tegel bedekt door een, vaak polychroom versierde, glazuurlaag. op borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. en in friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…)..
Archieven
GASJ/DS/OW 4478, 4479, 4480, 4522 (1893), 4986 (1896).
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 1993-1995.

