Hoevestraat vanuit de Vier-September-Dagenlaan (foto 1993-1995).
Hoevestraat
Van Sint-Jooststraat naar Vier-September-Dagenlaan.
Heeft haar naam ongetwijfeld te danken aan de nabij gelegen voormalige Stevenshoeve, het laatste overblijfsel van het domein van Charles de Croy.
Het eerste straatgedeelte werd geopend in 1861 en moest aansluiten op de twee jaar eerder aangelegde Liedekerkestraat. In 1864 werd de straat opgenomen in het "plan d'ensemble" van de Oostwijk. Eind 1869 werd ze verlengd tot aan de Twee Torensstraat. Een verdere uitbreiding was op dat ogenblik niet mogelijk wegens de berm van de spoorweg, gesitueerd op de plaats van de huidige Jottrandlaan en Georges Petrelaan. Pas toen de spoorlijn verplaatst werd naar het oosten, ter hoogte van de huidige Vier-September-Dagenlaan, werden de laatste twee straatgedeelten van de Hoevestraat aangelegd.
Deze ontwikkeling valt nog grotendeels af te lezen uit het actuele straatbeeld dat vnl. gevormd wordt door woningen met twee of drie bouwlagen en traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), gebouwd in de periode 1861-1907. Zo omvat het oudste straatgedeelte talrijke neoclassicistischArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. geïnspireerde huizen met bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. en beschilderde lijstgevels, horizontaal geledende kordonsUitspringende, horizontale geleding over de hele breedte van een gevel, om verdiepingen te markeren of als verlenging van de (lek)dorpels., geriemde vensteromlijstingen en een friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…). bestaande uit panelen1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. en bedekte steigergatenGat aan de bovenzijde van een gevel waarin de horizontale dwarsbalken van een steiger werden bevestigd; vaak afgedekt door smeedijzeren (sier)deksel.. Soms zijn deze decoratieve elementen verloren gegaan toen in de jaren 1930 gevels gecementeerdMet portlandcement bestrijken. werden en voorzien van imitatievoegen (Nr. 60, 83 en 85) of in de jaren 1940 een nieuw parementGevel- of muurbekleding. in gele, beige of rode baksteen kregen (Nr. 4, 8 en 10, 17, 19 en 29). Nr. 16 werd in 1965 vervangen door een appartementsgebouw n.o.v. arch. F. DE KEMPENEER.
De hoek met de Liedekerkestraat (Nr. 51) wordt ingenomen door een appartementsgebouw, opgetrokken in 1977 i.o.v. de "Naamloze Vennootschap van de Goedkope Woningen van Sint-Joost-ten-Node". Daarnaast talrijke ensembles bestaande uit gelijkaardige panden, zoals Nr. 1 tot 7 dat een ensemble vormt met Sint-Jooststraat Nr. 29 (1865). Vele huizen bezitten één of twee balkons met gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. leuning, vnl. in de centrale traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Nr. 50 en 52: twee gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. huizen uit 1897 met mekaar verbonden via doorlopend balkon. Nr. 22, 64, 68 en 70 met onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. in blauwe hardsteen met schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren.. Enkele panden hebben een inrijpoort (Nr. 27) die soms naar een klein huis achter de eigenlijke woning leidt (Nr. 12); Nr. 24-26 met dubbele ingang.
Het merendeel van de huizen heeft zijn oorspronkelijk houtwerk bewaard.
In het laatste straatgedeelte aan even zijde: huizen van art-nouveauInternationale beweging (1893 - ca. 1914) als reactie op de ‘neo’-stijlen, maar met sterk lokale verschillen. In België kent de stijl twee stromingen, namelijk de florale art nouveau met Victor Horta als boegbeeld en anderzijds de geometrische art nouveau beïnvloed door Paul Hankar of de Wiener Secession. of eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. inspiratie; drie bouwlagen, waaronder bel-etage + souterrainHoge kelder of half verzonken verdieping., bakstenen lijstgevels afgewisseld met elementen in blauwe hardsteen. Nr. 117 n.o.v. arch. C. CARPENTIER.
Heeft haar naam ongetwijfeld te danken aan de nabij gelegen voormalige Stevenshoeve, het laatste overblijfsel van het domein van Charles de Croy.
Het eerste straatgedeelte werd geopend in 1861 en moest aansluiten op de twee jaar eerder aangelegde Liedekerkestraat. In 1864 werd de straat opgenomen in het "plan d'ensemble" van de Oostwijk. Eind 1869 werd ze verlengd tot aan de Twee Torensstraat. Een verdere uitbreiding was op dat ogenblik niet mogelijk wegens de berm van de spoorweg, gesitueerd op de plaats van de huidige Jottrandlaan en Georges Petrelaan. Pas toen de spoorlijn verplaatst werd naar het oosten, ter hoogte van de huidige Vier-September-Dagenlaan, werden de laatste twee straatgedeelten van de Hoevestraat aangelegd.
Deze ontwikkeling valt nog grotendeels af te lezen uit het actuele straatbeeld dat vnl. gevormd wordt door woningen met twee of drie bouwlagen en traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), gebouwd in de periode 1861-1907. Zo omvat het oudste straatgedeelte talrijke neoclassicistischArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. geïnspireerde huizen met bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. en beschilderde lijstgevels, horizontaal geledende kordonsUitspringende, horizontale geleding over de hele breedte van een gevel, om verdiepingen te markeren of als verlenging van de (lek)dorpels., geriemde vensteromlijstingen en een friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…). bestaande uit panelen1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. en bedekte steigergatenGat aan de bovenzijde van een gevel waarin de horizontale dwarsbalken van een steiger werden bevestigd; vaak afgedekt door smeedijzeren (sier)deksel.. Soms zijn deze decoratieve elementen verloren gegaan toen in de jaren 1930 gevels gecementeerdMet portlandcement bestrijken. werden en voorzien van imitatievoegen (Nr. 60, 83 en 85) of in de jaren 1940 een nieuw parementGevel- of muurbekleding. in gele, beige of rode baksteen kregen (Nr. 4, 8 en 10, 17, 19 en 29). Nr. 16 werd in 1965 vervangen door een appartementsgebouw n.o.v. arch. F. DE KEMPENEER.
De hoek met de Liedekerkestraat (Nr. 51) wordt ingenomen door een appartementsgebouw, opgetrokken in 1977 i.o.v. de "Naamloze Vennootschap van de Goedkope Woningen van Sint-Joost-ten-Node". Daarnaast talrijke ensembles bestaande uit gelijkaardige panden, zoals Nr. 1 tot 7 dat een ensemble vormt met Sint-Jooststraat Nr. 29 (1865). Vele huizen bezitten één of twee balkons met gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. leuning, vnl. in de centrale traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Nr. 50 en 52: twee gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. huizen uit 1897 met mekaar verbonden via doorlopend balkon. Nr. 22, 64, 68 en 70 met onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. in blauwe hardsteen met schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren.. Enkele panden hebben een inrijpoort (Nr. 27) die soms naar een klein huis achter de eigenlijke woning leidt (Nr. 12); Nr. 24-26 met dubbele ingang.
Het merendeel van de huizen heeft zijn oorspronkelijk houtwerk bewaard.
In het laatste straatgedeelte aan even zijde: huizen van art-nouveauInternationale beweging (1893 - ca. 1914) als reactie op de ‘neo’-stijlen, maar met sterk lokale verschillen. In België kent de stijl twee stromingen, namelijk de florale art nouveau met Victor Horta als boegbeeld en anderzijds de geometrische art nouveau beïnvloed door Paul Hankar of de Wiener Secession. of eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. inspiratie; drie bouwlagen, waaronder bel-etage + souterrainHoge kelder of half verzonken verdieping., bakstenen lijstgevels afgewisseld met elementen in blauwe hardsteen. Nr. 117 n.o.v. arch. C. CARPENTIER.
Archieven
KB 27.08.1861.
GASJ/DS/OW 80, 88 (1863), 154 (1864), 203 (1865), 609 (1868), 1027 (1871), 1257 (1872), 1515, 1584 (1874), 2058 (1877), 6184 (1902), 15960 (1965), 16578 (1977).
Publicaties en studies
CABUY, Y., DEMETER, S., LEUXE, F., Atlas van de archelogische ondergrond van het Gewest Brussel: 6. Sint-Joost-ten-Node, Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Brussel, 1994, pp. 44-45.
GASJ/DS/OW 80, 88 (1863), 154 (1864), 203 (1865), 609 (1868), 1027 (1871), 1257 (1872), 1515, 1584 (1874), 2058 (1877), 6184 (1902), 15960 (1965), 16578 (1977).
Publicaties en studies
CABUY, Y., DEMETER, S., LEUXE, F., Atlas van de archelogische ondergrond van het Gewest Brussel: 6. Sint-Joost-ten-Node, Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Brussel, 1994, pp. 44-45.
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 1993-1995.
