Eeckelaersstraat naar Rouen-Boviestraat (foto 1993-1995).
Eeckelaersstraat
Van Leuvensesteenweg naar Rouen-Boviestraat.
Aangelegd in 1895 op twee meter van en evenwijdig lopend aan de grens met Schaarbeek, in het verlengde van de Oogststraat. Alzo vormde ze de meest directe verbinding tussen het deel van Sint-Joost dat voorbij de spoorlijn lag en de wijk rond de Kruidtuin en het Noordstation.
De straat heeft haar naam te danken aan Louis Eeckelaers, oprichter van een zeepfabriek in de Gillonstraat Nr. 63, die actief was gedurende vier generaties.
De bebouwing dateert uit de periode 1898-1911, waarvan het merendeel rond 1902-1903. Gevelopstanden van drie bouwlagen en twee of drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) of van vier bouwlagen zoals op de hoek van de Leuvensesteenweg en de Schietschijfstraat en in het laatstse deel van de straat, richting Rouen-Boviestraat.
Hoofdzakelijk eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl, al dan niet aangevuld met art-nouveau-elementenInternationale beweging (1893 - ca. 1914) als reactie op de ‘neo’-stijlen, maar met sterk lokale verschillen. In België kent de stijl twee stromingen, namelijk de florale art nouveau met Victor Horta als boegbeeld en anderzijds de geometrische art nouveau beïnvloed door Paul Hankar of de Wiener Secession. (Nr. 48 en 72), in afwisselend materiaal: rode baksteen, banden in witte of grijze baksteen met afwerking in natuursteen (Nr. 17, 22, 24, 25, 26, 29, 44 en 88). Nr. 39-41 en 43 n.o.v. arch. J. VRANCKX (1901). Enkele ensembles van laat-neoclassicistische inspiratie (Nr. 8 tot 14, 19-21 en 59): de gevels zijn bepleisterdMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. en met imitatievoegen (Nr. 19), beschilderd (Nr. 21) of hebben een parementGevel- of muurbekleding. in baksteen (Nr. 10), de begane grond heeft soms schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren. (Nr. 33, 51 en 53). Nr. 7 met bouwjaar "1903" vermeld op casement ter hoogte van entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles.; links hiervan paneel1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. met vegetale decoratie in art-nouveaustijl. Nr. 2 tot 6 voorzien van geëmailleerde faiencetegelsKeramische tegel bedekt door een, vaak polychroom versierde, glazuurlaag. waarop vrouwenfiguurtjes en florale motieven in art-nouveaustijl staan afgebeeld.
Enkele panden bewaren nog elementen van oorspronkelijke winkelpui, zie Nr. 2 tot 6 en Nr. 5 waarvan de begane grond ingeschreven is tussen arduinen pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. met paneeldecoratie.
Een aantal panden en gevelverbouwingen dateren uit het interbellum, zo bv. Nr. 84 en 86 (1928, door arch. J. PILATE).
Enkele architectuurvoorbeelden uit de jaren 1960 op de hoek met de Schietschijfstraat.
Het tweede deel van de straat wordt aan oneven zijde gedomineerd door het geriatrisch centrum (zie Schietschijfstraat en Felix Delhayesquare) en het gemeentelijk OCMW (zie Verbiststraat). Nr. 74 n.o.v. V. JANSSEN.
Aangelegd in 1895 op twee meter van en evenwijdig lopend aan de grens met Schaarbeek, in het verlengde van de Oogststraat. Alzo vormde ze de meest directe verbinding tussen het deel van Sint-Joost dat voorbij de spoorlijn lag en de wijk rond de Kruidtuin en het Noordstation.
De straat heeft haar naam te danken aan Louis Eeckelaers, oprichter van een zeepfabriek in de Gillonstraat Nr. 63, die actief was gedurende vier generaties.
De bebouwing dateert uit de periode 1898-1911, waarvan het merendeel rond 1902-1903. Gevelopstanden van drie bouwlagen en twee of drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) of van vier bouwlagen zoals op de hoek van de Leuvensesteenweg en de Schietschijfstraat en in het laatstse deel van de straat, richting Rouen-Boviestraat.
Hoofdzakelijk eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl, al dan niet aangevuld met art-nouveau-elementenInternationale beweging (1893 - ca. 1914) als reactie op de ‘neo’-stijlen, maar met sterk lokale verschillen. In België kent de stijl twee stromingen, namelijk de florale art nouveau met Victor Horta als boegbeeld en anderzijds de geometrische art nouveau beïnvloed door Paul Hankar of de Wiener Secession. (Nr. 48 en 72), in afwisselend materiaal: rode baksteen, banden in witte of grijze baksteen met afwerking in natuursteen (Nr. 17, 22, 24, 25, 26, 29, 44 en 88). Nr. 39-41 en 43 n.o.v. arch. J. VRANCKX (1901). Enkele ensembles van laat-neoclassicistische inspiratie (Nr. 8 tot 14, 19-21 en 59): de gevels zijn bepleisterdMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. en met imitatievoegen (Nr. 19), beschilderd (Nr. 21) of hebben een parementGevel- of muurbekleding. in baksteen (Nr. 10), de begane grond heeft soms schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren. (Nr. 33, 51 en 53). Nr. 7 met bouwjaar "1903" vermeld op casement ter hoogte van entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles.; links hiervan paneel1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. met vegetale decoratie in art-nouveaustijl. Nr. 2 tot 6 voorzien van geëmailleerde faiencetegelsKeramische tegel bedekt door een, vaak polychroom versierde, glazuurlaag. waarop vrouwenfiguurtjes en florale motieven in art-nouveaustijl staan afgebeeld.
Enkele panden bewaren nog elementen van oorspronkelijke winkelpui, zie Nr. 2 tot 6 en Nr. 5 waarvan de begane grond ingeschreven is tussen arduinen pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. met paneeldecoratie.
Een aantal panden en gevelverbouwingen dateren uit het interbellum, zo bv. Nr. 84 en 86 (1928, door arch. J. PILATE).
Enkele architectuurvoorbeelden uit de jaren 1960 op de hoek met de Schietschijfstraat.
Het tweede deel van de straat wordt aan oneven zijde gedomineerd door het geriatrisch centrum (zie Schietschijfstraat en Felix Delhayesquare) en het gemeentelijk OCMW (zie Verbiststraat). Nr. 74 n.o.v. V. JANSSEN.
Archieven
GASJ/DS/OW 5887 (1900), 5976, 5979, 6121 (1901), 6171, 6178, 6179, 6186, 6219, 6264, 6265, 6275, 6276, 6264 (1902), 6510 (1903), 6733, 6777 (1904), 7346, 7366 (1907), 8140 (1910), 8242, 8286 (1911), 10792 (1928), 14839 (1953), 15728 (1962).
GASJ/DS/OW 5887 (1900), 5976, 5979, 6121 (1901), 6171, 6178, 6179, 6186, 6219, 6264, 6265, 6275, 6276, 6264 (1902), 6510 (1903), 6733, 6777 (1904), 7346, 7366 (1907), 8140 (1910), 8242, 8286 (1911), 10792 (1928), 14839 (1953), 15728 (1962).
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 1993-1995.
