Waterloosesteenweg vanop de Barrière (Verzameling van Dexia Bank, 1920).
Waterloose Steenweg
Deze straatnotitie beschrijft enkel het straatgedeelte op Sint-Gillis. Lees hier de beschrijving van het straatgedeelte op Brussel Uitbreiding Zuid. Lees hier de beschrijving van het straatgedeelte op Elsene. Lees hier de beschrijving van het straatgedeelte op Ukkel.
Lange N-Z verkeersader van Brussel naar Waterloo. Doorkruist Sint-Gillis vrij onr.egelmatig vanaf Hallepoort tot aan Bareel om vervolgens onder een stompe hoek aan te sluiten op het tweede en loodrechte gedeelte.
Vóór XVIII vertrok steenweg vanaf Naamsepoort om Brussel met omgeving van Namen en met Henegouwen te verbinden. Pas onder Oostenr.ijks bewind werd beslist om de steenweg in Sint-Gillis aan te leggen en dit vanaf de Hallepoort naar de voormalige steenweg naar Vleurgat. De aanleg vond plaats tussen 1725 en 1727. Eerste straatgedeelte viel min of meer samen met dat tussen Hallepoort en huidige Bareel en volgde grotendeels de voormalige Wegh naer Ukkel, tussen X en XIII ook wel weg van Brussel naar Trèves genoemd. Tweede gedeelte tussen Bareel en Elsene werd nieuw en rechtlijnig aangelegd. Waterloosesteenweg was tot eind XIXéén van voornaamste winkelstraten van Brussel en speelde een cruciale rol in de ontwikkeling van de doorkruiste wijken.
Steenweg tussen Hallepoort en huidig kerkplein kende reeds in XVI een dichte bebouwing (cfr. plan van Jacques van Deventer, ca. 1555). Pas in XIX was ook het traject tussen het Kerkplein en de Bareel aan de oostelijke zijde verstedelijkt (cfr. kadasterkaart van Ph. Vandermaelen, 1837). Het gedeelte tussen de Hallepoort en de Bareel wordt naderhand heraangelegd bij K.B. van 21.02.1869 en heeft heden nog steeds kleine en sobere - in bepaalde gevallen heel oude - huizen met bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevel bewaard. Het tweede gedeelte tussen de Bareel en Elsene wordt pas na de aanleg van de Zuidwijk (1890) dichtbebouwd met fraaie huizen van meestal drie bouwlagen. Talrijke huizen n.o.v. arch. en bouwpromotor Émile Bogaers en zijn broer Théodore.
Vanaf XIX ontwikkelt de steenweg zich tot een bloeiende handelsas. Huizen die enkel voor huisvesting bestemd zijn, zijn zeldzaam en voornamelijk aan het begin van de steenweg te vinden. Veel huizen krijgen immers gauw tevens een commerciële functie. Door de veranderende mode worden de winkelpuien herhaaldelijk verbouwd, hoewel sommige toch hun oorspronkelijk karakter hebben bewaard.

Buiten de handelsactiviteiten kende de steenweg een beperkte industrie en enkele kantoren. Naast een aantal steenbakkerijen uit XIX A, verrezen onder invloed van de groeiende textielindustrie de knopenmakerij ‘Vandermeiren' (1858) en, ter hoogte van Hallepoortlaan de ‘Fabrique de Lames et Lisses Métalliques pour métiers à tisser Franz De Wolf'. Hoger in het minder verstedelijkt gebied, namelijk op het huidig kruispunt van de steenweg met de Sint-Bernardusstraat, was tussen 1835 en 1874 de chemische fabriek van de ‘Gebroeders Vander Elst' gevestigd.
Van 1871 tot 1879 had de steenweg een stoptrein. Later in 1896 volgt de aanleg van de elektrische tramlijn tussen het Zuidstation en Ukkel.
De steenweg kent vandaag enkele recente gebouwen, meestal kantoorgebouwen.
Niet geselecteerde nr.:2-4-6: hoekhuis met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag, 1881; 3, 5: twee kleine huizen; 7-9: voormalige bioscoop Tivoli, reeds van vóór 1920, groot en fraai vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. met glas-in-lood; 10: huis, 1835 (volgens De Keyser, G., 1996), heden met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed; 11: huis met gewijzigde gevel (1887); 12-14: huis n.o.v. arch. J. Janssens, 1909; 16: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, vóór 1877; 18, 20: huis; 19: huis, 1871; 21-23: verbouwd huis (1836); 22: klein huis, met 1 m verhoogd (1871); 24: klein huis, 1827 (volgens De Keyser, G., 1996); 24a: op hoek met Spinnerijstraat nr. 2, gebouw n.o.v. arch. Paul Doms, 1958 (volgens De Keyser, G., 1996), ter vervanging van hoekhuis, 1887; 25: verbouwd huis n.o.v. arch. Jos Van den Eng, 1952; 27: huis verbouwd (1858 en 1925); 30: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1875 (volgens De Keyser, G., 1996), maar verhoogd (1884), bekleed met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. en winkelpui (1939); 42, 44 en Smidsestraat nr. 2: huis, 1875, maar verhoogd (1952); 45, 47:twee gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1893; 46: huis, 1875 (volgens De Keyser, G., 1996), maar met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed (1946); 48: hoekhuis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, in ensemble met Smidsestraat nr. 2a en 2b, 1881; 49, 51: kleine gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1870 (volgens De Keyser, G., 1996), bewaarde verdiepingen; 52: huis verbouwd in 1866 (volgens De Keyser, G., 1996) en verhoogd (1938); 53: huis verbouwd (1884), maar verhoogd en voorzien van balkons (1911); 55, 57: ensemble van twee huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, waarvan één op hoek met Sint-Gillisvoorplein n.o.v. arch. Hubert De Kock, 1899; 56: huis, 1868, sinds 1928 winkel ‘Palais du cache-poussière', gewijzigde voorgevel (arch. A. Cornut, 1941) en verhoogd (1947); 58: huis, 1901, maar met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed; 61 tot 65: ensemble van drie gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, wellicht van 1873 (volgens De Keyser, G., 1996); 67: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. J. Janssens, 1912, maar benedenverdieping gesloopt voor inrichting supermarkt; 69: huis in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl, 1898, gebouwd na uitbreiding overdekte markt (zie nr. 71), maar benedenverdieping gesloopt voor inrichting supermarkt; 70: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1881, ter vervanging van huis van 1840; 72, 74: voormalige stokerij ‘Henri De Schoonen' n.o.v. arch. Henri Proveux, 1890, later verbouwd tot twee huizen (1898); 73: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1862; 75: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1875, maar herbouwd (1957); 76: huis, 1841, maar verbouwd (1860); 77: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1874; 78: hoekhuis, 1902, maar gewijzigd dak en toegevoegde erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. (arch. Adolphe Staatje, 1952); 78a: zie Romestraat nr. 1, 3; 79: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1868, maar met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed; 80: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1889, ter vervanging van huis uit 1837, tot 1918 tevens toegang tot zogenaamde Dewitsteeg; 81: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, later verhoogd (1864), voormalige ‘Brasserie de la Couronne' waar vereniging Libre Pensée (1914) en Arbeidersliga samenkwamen; 82-84: huis, 1870 (volgens De Keyser, G., 1996), wellicht oorspronkelijk twee woningen; 83, 85: twee huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1858, nr. 83 gerenoveerd (1957); 86, 88: twee kleine huizen van 1840 (volgens De Keyser, G., 1996); 87: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1860; 89, 91: gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl (1857), gerenoveerde gevel op nr. 91 (arch. R. Swaelens, 1950); 90: huis, 1854 (volgens De Keyser, G., 1996); 93 tot 95: huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1871 (volgens De Keyser, G., 1996); 98, 100: twee huizen n.o.v. arch. Desteinbachberick, 1894, maar met recente gevelbekleding en winkelpui; 97, 101: huizen, 1860 (volgens De Keyser, G., 1996); 102: huis verbouwd (1868), huidige benedenverdieping (1962); 103: klein huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1858; 104: huis, 1870, ter vervanging van ouder gebouw, gevel met PVC bekleed; 105, 107: twee gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. huizen, respectievelijk 1885 en 1890 (volgens De Keyser, G., 1996); 106: gerenoveerd en met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed huis (arch. L. Demey, 1955); 108: hoekhuis n.o.v. arch. L. Vanderschelde, 1879, bepleisterdMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. lijstwerk verdwenen; 109, 111: ensemble van twee huizen, 1858, dat op hoek met Dethystraat nr. 1 later verhoogd en voorheen winkel ‘Hoguet' (zie Romestraat nr. 24-28); 110: hoekhuis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1880 (volgens De Keyser, G., 1996); 112-114: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1880; 113 tot 119: ensemble van vier huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1860, dat op hoek met Dethystraat nr. 2 bekleed met PVC (1981), twee volgende gedecapeerd en derde met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed (1948); 121: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1877 (volgens De Keyser, G., 1996); 116: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1880, maar bekleed met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel.; 118: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1882, verbouwde benedenverdieping (1981); 122-124: opbrengsthuis in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie. n.o.v. arch. François Kielbaey, 1904, maar gemoderniseerde winkelpui (1982); 123: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1900 (volgens De Keyser, G., 1996); 125-129: huizen van 1863 (volgens De Keyser, G., 1996); 126-128: huis met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag n.o.v. arch. François Kielbaey, 1904; 131: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1860, winkelpui (1886); 133: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1859, achterliggende drukkerij (1893); 135, 137, 139: ensemble van drie huizen, 1862, waarvan eerste gesloopt en herbouwd (1980), tweede onder houten puntgevelGevel waarvan de top driehoekig is. (1907) en derde met verdwenen balkon (1937). Op nr. 137 drie fraaie keramiekpanelen bewaard: één op koer met classicistischArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. landschap en twee in de winkel met telkens voorstelling van vruchten plukkende vrouw, linker exemplaar met stempel ‘émaux ingerçables Orchies Nord' en gesigneerd ‘RD'; 136, 138, 140, 142-144: ensemble van vier analoge huizen in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie. n.o.v. arch. François Kielbaey, 1904; 141: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, later verbouwd (1896) en gedecapeerd; 143: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1890 (volgens De Keyser, G., 1996), met toegevoegde balkons (1897); 145: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1888 (volgens De Keyser, G., 1996); 147: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1870 (volgens De Keyser, G., 1996); 146-148: verbouwd huis (arch. Pierre De Gieter, 1910); 149-151 en Vestingstraat nr. 1: hoekhuis, 1870 (volgens De Keyser, G., 1996), met verhoogde verdieping (1891); 150: huis verbouwd in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. E. Leyten, 1900, voorheen (ca 1927) winkel van haardvuren en fornuizen in geëmailleerde majolica; 153, 155, 157 en Vestingstraat nr. 2: ensemble van drie huizen, 1868, allen gedecapeerd (na 1994); 154: smal huis gerenoveerd in Beaux-ArtsstijlArchitectuurstroming (ca. 1905-1930) met reminiscenties aan de grote Franse architectuurstijlen uit de 18e eeuw. Rijk en zorgvuldig gedecoreerde gevels in natuursteen en/of simili of in combinatie met baksteen. Borstweringen en poorten in fraai uitgewerkt smeedwerk. n.o.v. arch. Édouard Lodewijck, 1916; 156: klein grondig gewijzigd huis, 1835 (volgens De Keyser, G., 1996); 158: klein huis, maar grondig gewijzigd (1975); 159: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1863; 160-162: klein huis (1840), heden twee woningen, oorspronkelijk situatie enkel op verdiepingen van nr. 160; 161: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1872 (volgens De Keyser, G., 1996); 163: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1872, ter vervanging van huis van 1865 (volgens De Keyser, G., 1996); 164, 166, 168: kleine huizen, wellicht uit XIX; 165 en T. Verhaegenstraat nr. 1-3: hoekhuis, 1861, verhoogd (1900), maar met bewaarde winkelpui van 1905; 169: opbrengsthuis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1913; 170, 172: kleine huizen, 1828, maar verhoogd (1859); 173: huis in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie., 1912; 175 tot 183: ensemble van vijf in oorsprong identieke huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1891-1892; gemoderniseerde winkelpuien, deze op nr. 175 n.o.v. arch. Robert Lemaire, 1921; 182: klein huis, maar met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed (1945); 185: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1877; 186: klein huis, 1880 (volgens De Keyser, G., 1996); 187 tot 195: kleuterschool en drie huizen gesloopt (1973) voor bouw van premetro-halte ‘Horta' (geopend in 1993), ondergronds gebouw waarboven klein park; 188: klein huis, 1890 (volgens De Keyser, G., 1996), gerenoveerde gevel (1946); 190: klein huis, verhoogd (1922); 192-194: huis, 1885 (volgens De Keyser, G., 1996), winkelpui (1890), gevel met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed (1942); 196-198: hoekgebouw op kruispunt met Bareel, 1861, winkelpui (1916) en met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. beklede gevel; 203, 205: ensemble van twee huizen n.o.v. arch. Émile Bogaers, 1898, op nr. 205, met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed en verhoogd; 206, 208, 210: drie huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. Félix Belleflamme, 1887, met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed, op nr. 206 winkelpui (arch. Pierre De Gieter, 1920) en vervolgens met twee bouwlagen verhoogd (1926), 208 en 210 samengevoegd sinds 1938; 207: huis in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie., 1898, winkelpui (1923); 209 tot 213 en A. Demeurlaan nr. 1, 3, 5: ensemble van zes gelijkaardige huizen, 1899, waarvan op steenweg enkel nr. 209 bewaard huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, maar met verdwenen decoratie en balkons, twee andere huizen op steenweg evenals A. Demeurlaan nr. 1 gesloopt (1966) voor bouw van benzinestation; 212, 214: twee huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. Félix Belleflamme, 1885; 216, 218: bankfiliaal n.o.v. architectenbureau Staatje & Associés, 1980, ter vervanging van twee huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. Félix Belleflamme, 1862; 220: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. C. Rifflart, 1905, recent verbouwd in postmodernistischeTegenbeweging (sinds ca. 1980) van het modernisme. Het functionalisme wordt in vraag gesteld, terwijl vormelementen uit het verleden (classicisme, art deco, enz.) opnieuw en op eigentijdse wijze worden toegepast. stijl; 222: huis in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie. n.o.v. arch. Crickx, 1907, verbouwde benedenverdieping (1968); 224: huis in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie., 1906; 232, 234, 236, 238: ensemble van vier huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. Émile De Ligne, 1899, maar eerste twee gesloopt voor bouw van ingang tot premetro-halte ‘Horta', op nr. 236 en 238 met bouwlagen verhoogd en herbepleisterd; 240: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. Van Hall, 1901, maar met bouwlaag verhoogd (1964) en bekleed met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel.; 242: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. Charles Mohonval, 1899, maar verhoogd en gerenoveerd (1938); 243: huis met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag, 1895, met winkelpui (arch. Robert Lemaire, 1949) en mansarde (1927); 244: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. Simav (volgens De Keyser, G., 1996), 1900, maar zonder erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. (1984); 249: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1895; 255: groot kantoorgebouw n.o.v. arch. A. en L. Van Den Berghe, 1966, ter vervanging van zes huizen van 1896 (volgens De Keyser, G., 1996); 275: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1895, toegevoegde erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. (1937); 277, 279: twee vergelijkbare huizen in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie., 1895; 278, 280: twee huizen op hoek met Polenstraat nr. 2 n.o.v. arch. Émile Bogaers, 1898; 282, 284, 286, 288: ensemble van vier huizen n.o.v. arch. Émile Bogaers, 1897; 285, 287: twee vergelijkbare huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1896, op nr. 287 gewijzigde benedenverdieping (1946); 289: huis in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie., 1896, winkelpui (1902); 291: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. Jean Maelschalck, 1897, met grijze brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed en op doorlopend perceel met A. Bréartstraat nr. 3; 299: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1895; 302, 304 en 316, 318: vier huizen inneoclassicistische stijl, oorspronkelijk identiek en opgedeeld in twee afzonderlijke groepen in de straat, n.o.v. arch. Émile Bogaers, 1894 voor eerste twee, 1897 voor twee andere; 310: huis in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie., 1896, met bouwlaag verhoogd (1951); 320, 322 en M. Wilmottestraat nr. 1: ensemble van twee huizen, waarvan één hoekhuis, n.o.v. arch. Émile Bogaers, 1897; 323: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1895; 324: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1897; 325: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1895; 327 en Ducpétiauxlaan nr. 37: hoekhuis, 1895, met twee bouwlagen verhoogd (1931); 329 en Ducpétiauxlaan nr. 34: hoekhuis n.o.v. arch. Jean Maelschalck, 1895; 331: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1890, derde bouwlaag toegevoegd (1912); 333, 335: twee voorheen identieke huizen in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie. n.o.v. arch. Hubert De Kock, respectievelijk 1890 en 1891, op nr. 333 met bouwlaag verhoogd (1929) en vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. verbouwd tot winkelpui (1906), op nr. 335, houten winkelpui (1905) en mansarde (1895); 334 tot 338: voorheen ensemble van drie huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1885, enkel nr. 336 rest, andere huizen vervangen door twee appartementsgebouwen: op nr. 334 (arch. A. Froidart en P. Van Eyck, 1949) en op nr. 338 op hoek met Morisstraat (arch. G. Heerebout, 1956); 337 en IJskelderstraat nr. 2-2a: hoekgebouw in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1875, interieur onlangs grondig gerenoveerd; 339-341: appartementsgebouw met bank n.o.v. arch. Luc Lesage, 1973, ter vervanging van twee huizen (1876 en 1881), een schrijnwerkerij (arch. Jean Maelschalck, 1894) en verfwinkel (1893) op doorlopend perceel naar IJskelderstraat nr. 4-6; 340, 342: ensemble van twee huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1897, waarvan één op hoek met Morisstraat nr. 76; 344: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1895; 346, 348: twee gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1894, waarvan één bekleed met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. (1946); 347: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. Léon Laureys, 1898, met recente winkelpui (1961) en achterliggende werkplaats voor diamantslijperij, 1909; 350: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. Léon Gilles, 1894, winkelpui met afgerond uitstalraam en smeedwerkTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… in art-decostijl; 352: huis in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie., 1894; 354, 356: twee gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. huizen in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl, 1894, op nr. 356 met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleedt; 355, 357: twee gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1896; 359: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1895; 362, 364: ensemble van oorspronkelijk twee identieke huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1894, op nr. 362 met bouwlaag verhoogd (1928) en op nr. 364, vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. verbouwd tot winkelpui (1931); 368: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1894, winkelpui (1936); 370: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1892, maar met bouwlaag verhoogd en voorzien van erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. (1899) en winkelpui (1931), gevel heden gedecapeerd; 374: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1895, met winkelpui (1926) en toegevoegde bouwlaag (1927); 378: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1895, benedenverdieping samen met buurhuis Ducpétiauxlaan nr. 32-32a verbouwd tot benzinestation (1963); 380: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1892, met toegevoegde bouwlaag (1899) en winkelpui (1903); 386: zie nr. 382, 384; 390: appartementsgebouw met handelszaak n.o.v. arch. Jean Darche, 1959, ter vervanging van twee oude huizen van 1901 en 1907 (volgens De Keyser, G., 1996); 404: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1895.
Vóór XVIII vertrok steenweg vanaf Naamsepoort om Brussel met omgeving van Namen en met Henegouwen te verbinden. Pas onder Oostenr.ijks bewind werd beslist om de steenweg in Sint-Gillis aan te leggen en dit vanaf de Hallepoort naar de voormalige steenweg naar Vleurgat. De aanleg vond plaats tussen 1725 en 1727. Eerste straatgedeelte viel min of meer samen met dat tussen Hallepoort en huidige Bareel en volgde grotendeels de voormalige Wegh naer Ukkel, tussen X en XIII ook wel weg van Brussel naar Trèves genoemd. Tweede gedeelte tussen Bareel en Elsene werd nieuw en rechtlijnig aangelegd. Waterloosesteenweg was tot eind XIXéén van voornaamste winkelstraten van Brussel en speelde een cruciale rol in de ontwikkeling van de doorkruiste wijken.
Steenweg tussen Hallepoort en huidig kerkplein kende reeds in XVI een dichte bebouwing (cfr. plan van Jacques van Deventer, ca. 1555). Pas in XIX was ook het traject tussen het Kerkplein en de Bareel aan de oostelijke zijde verstedelijkt (cfr. kadasterkaart van Ph. Vandermaelen, 1837). Het gedeelte tussen de Hallepoort en de Bareel wordt naderhand heraangelegd bij K.B. van 21.02.1869 en heeft heden nog steeds kleine en sobere - in bepaalde gevallen heel oude - huizen met bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevel bewaard. Het tweede gedeelte tussen de Bareel en Elsene wordt pas na de aanleg van de Zuidwijk (1890) dichtbebouwd met fraaie huizen van meestal drie bouwlagen. Talrijke huizen n.o.v. arch. en bouwpromotor Émile Bogaers en zijn broer Théodore.
Vanaf XIX ontwikkelt de steenweg zich tot een bloeiende handelsas. Huizen die enkel voor huisvesting bestemd zijn, zijn zeldzaam en voornamelijk aan het begin van de steenweg te vinden. Veel huizen krijgen immers gauw tevens een commerciële functie. Door de veranderende mode worden de winkelpuien herhaaldelijk verbouwd, hoewel sommige toch hun oorspronkelijk karakter hebben bewaard.
Buiten de handelsactiviteiten kende de steenweg een beperkte industrie en enkele kantoren. Naast een aantal steenbakkerijen uit XIX A, verrezen onder invloed van de groeiende textielindustrie de knopenmakerij ‘Vandermeiren' (1858) en, ter hoogte van Hallepoortlaan de ‘Fabrique de Lames et Lisses Métalliques pour métiers à tisser Franz De Wolf'. Hoger in het minder verstedelijkt gebied, namelijk op het huidig kruispunt van de steenweg met de Sint-Bernardusstraat, was tussen 1835 en 1874 de chemische fabriek van de ‘Gebroeders Vander Elst' gevestigd.
Van 1871 tot 1879 had de steenweg een stoptrein. Later in 1896 volgt de aanleg van de elektrische tramlijn tussen het Zuidstation en Ukkel.
De steenweg kent vandaag enkele recente gebouwen, meestal kantoorgebouwen.
Niet geselecteerde nr.:2-4-6: hoekhuis met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag, 1881; 3, 5: twee kleine huizen; 7-9: voormalige bioscoop Tivoli, reeds van vóór 1920, groot en fraai vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. met glas-in-lood; 10: huis, 1835 (volgens De Keyser, G., 1996), heden met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed; 11: huis met gewijzigde gevel (1887); 12-14: huis n.o.v. arch. J. Janssens, 1909; 16: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, vóór 1877; 18, 20: huis; 19: huis, 1871; 21-23: verbouwd huis (1836); 22: klein huis, met 1 m verhoogd (1871); 24: klein huis, 1827 (volgens De Keyser, G., 1996); 24a: op hoek met Spinnerijstraat nr. 2, gebouw n.o.v. arch. Paul Doms, 1958 (volgens De Keyser, G., 1996), ter vervanging van hoekhuis, 1887; 25: verbouwd huis n.o.v. arch. Jos Van den Eng, 1952; 27: huis verbouwd (1858 en 1925); 30: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1875 (volgens De Keyser, G., 1996), maar verhoogd (1884), bekleed met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. en winkelpui (1939); 42, 44 en Smidsestraat nr. 2: huis, 1875, maar verhoogd (1952); 45, 47:twee gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1893; 46: huis, 1875 (volgens De Keyser, G., 1996), maar met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed (1946); 48: hoekhuis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, in ensemble met Smidsestraat nr. 2a en 2b, 1881; 49, 51: kleine gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1870 (volgens De Keyser, G., 1996), bewaarde verdiepingen; 52: huis verbouwd in 1866 (volgens De Keyser, G., 1996) en verhoogd (1938); 53: huis verbouwd (1884), maar verhoogd en voorzien van balkons (1911); 55, 57: ensemble van twee huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, waarvan één op hoek met Sint-Gillisvoorplein n.o.v. arch. Hubert De Kock, 1899; 56: huis, 1868, sinds 1928 winkel ‘Palais du cache-poussière', gewijzigde voorgevel (arch. A. Cornut, 1941) en verhoogd (1947); 58: huis, 1901, maar met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed; 61 tot 65: ensemble van drie gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, wellicht van 1873 (volgens De Keyser, G., 1996); 67: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. J. Janssens, 1912, maar benedenverdieping gesloopt voor inrichting supermarkt; 69: huis in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl, 1898, gebouwd na uitbreiding overdekte markt (zie nr. 71), maar benedenverdieping gesloopt voor inrichting supermarkt; 70: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1881, ter vervanging van huis van 1840; 72, 74: voormalige stokerij ‘Henri De Schoonen' n.o.v. arch. Henri Proveux, 1890, later verbouwd tot twee huizen (1898); 73: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1862; 75: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1875, maar herbouwd (1957); 76: huis, 1841, maar verbouwd (1860); 77: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1874; 78: hoekhuis, 1902, maar gewijzigd dak en toegevoegde erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. (arch. Adolphe Staatje, 1952); 78a: zie Romestraat nr. 1, 3; 79: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1868, maar met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed; 80: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1889, ter vervanging van huis uit 1837, tot 1918 tevens toegang tot zogenaamde Dewitsteeg; 81: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, later verhoogd (1864), voormalige ‘Brasserie de la Couronne' waar vereniging Libre Pensée (1914) en Arbeidersliga samenkwamen; 82-84: huis, 1870 (volgens De Keyser, G., 1996), wellicht oorspronkelijk twee woningen; 83, 85: twee huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1858, nr. 83 gerenoveerd (1957); 86, 88: twee kleine huizen van 1840 (volgens De Keyser, G., 1996); 87: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1860; 89, 91: gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl (1857), gerenoveerde gevel op nr. 91 (arch. R. Swaelens, 1950); 90: huis, 1854 (volgens De Keyser, G., 1996); 93 tot 95: huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1871 (volgens De Keyser, G., 1996); 98, 100: twee huizen n.o.v. arch. Desteinbachberick, 1894, maar met recente gevelbekleding en winkelpui; 97, 101: huizen, 1860 (volgens De Keyser, G., 1996); 102: huis verbouwd (1868), huidige benedenverdieping (1962); 103: klein huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1858; 104: huis, 1870, ter vervanging van ouder gebouw, gevel met PVC bekleed; 105, 107: twee gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. huizen, respectievelijk 1885 en 1890 (volgens De Keyser, G., 1996); 106: gerenoveerd en met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed huis (arch. L. Demey, 1955); 108: hoekhuis n.o.v. arch. L. Vanderschelde, 1879, bepleisterdMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. lijstwerk verdwenen; 109, 111: ensemble van twee huizen, 1858, dat op hoek met Dethystraat nr. 1 later verhoogd en voorheen winkel ‘Hoguet' (zie Romestraat nr. 24-28); 110: hoekhuis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1880 (volgens De Keyser, G., 1996); 112-114: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1880; 113 tot 119: ensemble van vier huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1860, dat op hoek met Dethystraat nr. 2 bekleed met PVC (1981), twee volgende gedecapeerd en derde met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed (1948); 121: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1877 (volgens De Keyser, G., 1996); 116: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1880, maar bekleed met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel.; 118: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1882, verbouwde benedenverdieping (1981); 122-124: opbrengsthuis in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie. n.o.v. arch. François Kielbaey, 1904, maar gemoderniseerde winkelpui (1982); 123: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1900 (volgens De Keyser, G., 1996); 125-129: huizen van 1863 (volgens De Keyser, G., 1996); 126-128: huis met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag n.o.v. arch. François Kielbaey, 1904; 131: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1860, winkelpui (1886); 133: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1859, achterliggende drukkerij (1893); 135, 137, 139: ensemble van drie huizen, 1862, waarvan eerste gesloopt en herbouwd (1980), tweede onder houten puntgevelGevel waarvan de top driehoekig is. (1907) en derde met verdwenen balkon (1937). Op nr. 137 drie fraaie keramiekpanelen bewaard: één op koer met classicistischArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. landschap en twee in de winkel met telkens voorstelling van vruchten plukkende vrouw, linker exemplaar met stempel ‘émaux ingerçables Orchies Nord' en gesigneerd ‘RD'; 136, 138, 140, 142-144: ensemble van vier analoge huizen in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie. n.o.v. arch. François Kielbaey, 1904; 141: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, later verbouwd (1896) en gedecapeerd; 143: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1890 (volgens De Keyser, G., 1996), met toegevoegde balkons (1897); 145: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1888 (volgens De Keyser, G., 1996); 147: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1870 (volgens De Keyser, G., 1996); 146-148: verbouwd huis (arch. Pierre De Gieter, 1910); 149-151 en Vestingstraat nr. 1: hoekhuis, 1870 (volgens De Keyser, G., 1996), met verhoogde verdieping (1891); 150: huis verbouwd in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. E. Leyten, 1900, voorheen (ca 1927) winkel van haardvuren en fornuizen in geëmailleerde majolica; 153, 155, 157 en Vestingstraat nr. 2: ensemble van drie huizen, 1868, allen gedecapeerd (na 1994); 154: smal huis gerenoveerd in Beaux-ArtsstijlArchitectuurstroming (ca. 1905-1930) met reminiscenties aan de grote Franse architectuurstijlen uit de 18e eeuw. Rijk en zorgvuldig gedecoreerde gevels in natuursteen en/of simili of in combinatie met baksteen. Borstweringen en poorten in fraai uitgewerkt smeedwerk. n.o.v. arch. Édouard Lodewijck, 1916; 156: klein grondig gewijzigd huis, 1835 (volgens De Keyser, G., 1996); 158: klein huis, maar grondig gewijzigd (1975); 159: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1863; 160-162: klein huis (1840), heden twee woningen, oorspronkelijk situatie enkel op verdiepingen van nr. 160; 161: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1872 (volgens De Keyser, G., 1996); 163: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1872, ter vervanging van huis van 1865 (volgens De Keyser, G., 1996); 164, 166, 168: kleine huizen, wellicht uit XIX; 165 en T. Verhaegenstraat nr. 1-3: hoekhuis, 1861, verhoogd (1900), maar met bewaarde winkelpui van 1905; 169: opbrengsthuis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1913; 170, 172: kleine huizen, 1828, maar verhoogd (1859); 173: huis in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie., 1912; 175 tot 183: ensemble van vijf in oorsprong identieke huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1891-1892; gemoderniseerde winkelpuien, deze op nr. 175 n.o.v. arch. Robert Lemaire, 1921; 182: klein huis, maar met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed (1945); 185: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1877; 186: klein huis, 1880 (volgens De Keyser, G., 1996); 187 tot 195: kleuterschool en drie huizen gesloopt (1973) voor bouw van premetro-halte ‘Horta' (geopend in 1993), ondergronds gebouw waarboven klein park; 188: klein huis, 1890 (volgens De Keyser, G., 1996), gerenoveerde gevel (1946); 190: klein huis, verhoogd (1922); 192-194: huis, 1885 (volgens De Keyser, G., 1996), winkelpui (1890), gevel met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed (1942); 196-198: hoekgebouw op kruispunt met Bareel, 1861, winkelpui (1916) en met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. beklede gevel; 203, 205: ensemble van twee huizen n.o.v. arch. Émile Bogaers, 1898, op nr. 205, met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed en verhoogd; 206, 208, 210: drie huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. Félix Belleflamme, 1887, met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed, op nr. 206 winkelpui (arch. Pierre De Gieter, 1920) en vervolgens met twee bouwlagen verhoogd (1926), 208 en 210 samengevoegd sinds 1938; 207: huis in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie., 1898, winkelpui (1923); 209 tot 213 en A. Demeurlaan nr. 1, 3, 5: ensemble van zes gelijkaardige huizen, 1899, waarvan op steenweg enkel nr. 209 bewaard huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, maar met verdwenen decoratie en balkons, twee andere huizen op steenweg evenals A. Demeurlaan nr. 1 gesloopt (1966) voor bouw van benzinestation; 212, 214: twee huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. Félix Belleflamme, 1885; 216, 218: bankfiliaal n.o.v. architectenbureau Staatje & Associés, 1980, ter vervanging van twee huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. Félix Belleflamme, 1862; 220: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. C. Rifflart, 1905, recent verbouwd in postmodernistischeTegenbeweging (sinds ca. 1980) van het modernisme. Het functionalisme wordt in vraag gesteld, terwijl vormelementen uit het verleden (classicisme, art deco, enz.) opnieuw en op eigentijdse wijze worden toegepast. stijl; 222: huis in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie. n.o.v. arch. Crickx, 1907, verbouwde benedenverdieping (1968); 224: huis in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie., 1906; 232, 234, 236, 238: ensemble van vier huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. Émile De Ligne, 1899, maar eerste twee gesloopt voor bouw van ingang tot premetro-halte ‘Horta', op nr. 236 en 238 met bouwlagen verhoogd en herbepleisterd; 240: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. Van Hall, 1901, maar met bouwlaag verhoogd (1964) en bekleed met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel.; 242: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. Charles Mohonval, 1899, maar verhoogd en gerenoveerd (1938); 243: huis met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag, 1895, met winkelpui (arch. Robert Lemaire, 1949) en mansarde (1927); 244: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. Simav (volgens De Keyser, G., 1996), 1900, maar zonder erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. (1984); 249: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1895; 255: groot kantoorgebouw n.o.v. arch. A. en L. Van Den Berghe, 1966, ter vervanging van zes huizen van 1896 (volgens De Keyser, G., 1996); 275: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1895, toegevoegde erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. (1937); 277, 279: twee vergelijkbare huizen in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie., 1895; 278, 280: twee huizen op hoek met Polenstraat nr. 2 n.o.v. arch. Émile Bogaers, 1898; 282, 284, 286, 288: ensemble van vier huizen n.o.v. arch. Émile Bogaers, 1897; 285, 287: twee vergelijkbare huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1896, op nr. 287 gewijzigde benedenverdieping (1946); 289: huis in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie., 1896, winkelpui (1902); 291: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. Jean Maelschalck, 1897, met grijze brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed en op doorlopend perceel met A. Bréartstraat nr. 3; 299: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1895; 302, 304 en 316, 318: vier huizen inneoclassicistische stijl, oorspronkelijk identiek en opgedeeld in twee afzonderlijke groepen in de straat, n.o.v. arch. Émile Bogaers, 1894 voor eerste twee, 1897 voor twee andere; 310: huis in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie., 1896, met bouwlaag verhoogd (1951); 320, 322 en M. Wilmottestraat nr. 1: ensemble van twee huizen, waarvan één hoekhuis, n.o.v. arch. Émile Bogaers, 1897; 323: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1895; 324: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1897; 325: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1895; 327 en Ducpétiauxlaan nr. 37: hoekhuis, 1895, met twee bouwlagen verhoogd (1931); 329 en Ducpétiauxlaan nr. 34: hoekhuis n.o.v. arch. Jean Maelschalck, 1895; 331: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1890, derde bouwlaag toegevoegd (1912); 333, 335: twee voorheen identieke huizen in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie. n.o.v. arch. Hubert De Kock, respectievelijk 1890 en 1891, op nr. 333 met bouwlaag verhoogd (1929) en vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. verbouwd tot winkelpui (1906), op nr. 335, houten winkelpui (1905) en mansarde (1895); 334 tot 338: voorheen ensemble van drie huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1885, enkel nr. 336 rest, andere huizen vervangen door twee appartementsgebouwen: op nr. 334 (arch. A. Froidart en P. Van Eyck, 1949) en op nr. 338 op hoek met Morisstraat (arch. G. Heerebout, 1956); 337 en IJskelderstraat nr. 2-2a: hoekgebouw in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1875, interieur onlangs grondig gerenoveerd; 339-341: appartementsgebouw met bank n.o.v. arch. Luc Lesage, 1973, ter vervanging van twee huizen (1876 en 1881), een schrijnwerkerij (arch. Jean Maelschalck, 1894) en verfwinkel (1893) op doorlopend perceel naar IJskelderstraat nr. 4-6; 340, 342: ensemble van twee huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1897, waarvan één op hoek met Morisstraat nr. 76; 344: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1895; 346, 348: twee gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1894, waarvan één bekleed met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. (1946); 347: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. Léon Laureys, 1898, met recente winkelpui (1961) en achterliggende werkplaats voor diamantslijperij, 1909; 350: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. Léon Gilles, 1894, winkelpui met afgerond uitstalraam en smeedwerkTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… in art-decostijl; 352: huis in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie., 1894; 354, 356: twee gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. huizen in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl, 1894, op nr. 356 met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleedt; 355, 357: twee gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1896; 359: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1895; 362, 364: ensemble van oorspronkelijk twee identieke huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1894, op nr. 362 met bouwlaag verhoogd (1928) en op nr. 364, vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. verbouwd tot winkelpui (1931); 368: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1894, winkelpui (1936); 370: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1892, maar met bouwlaag verhoogd en voorzien van erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. (1899) en winkelpui (1931), gevel heden gedecapeerd; 374: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1895, met winkelpui (1926) en toegevoegde bouwlaag (1927); 378: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1895, benedenverdieping samen met buurhuis Ducpétiauxlaan nr. 32-32a verbouwd tot benzinestation (1963); 380: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1892, met toegevoegde bouwlaag (1899) en winkelpui (1903); 386: zie nr. 382, 384; 390: appartementsgebouw met handelszaak n.o.v. arch. Jean Darche, 1959, ter vervanging van twee oude huizen van 1901 en 1907 (volgens De Keyser, G., 1996); 404: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1895.
Archieven
Cercle d'histoire et de documentation de Saint-Gilles.
Publicaties en studies
Cent ans de vie dans le quartier Ma Campagne-Janson, syndicat d'initiative de Saint-Gilles, Saint-Gilles Ma Découverte, (1999).
CRUNELLE, M., DEBLIECK, D., VAUTHIER, E., et al., Inventaire des salles de cinéma de la Région de Bruxelles, Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Dienst Monumenten en Landschappen, Brussel, 1994, fiche 153.
Cercle d'histoire et de documentation de Saint-Gilles.
Publicaties en studies
Cent ans de vie dans le quartier Ma Campagne-Janson, syndicat d'initiative de Saint-Gilles, Saint-Gilles Ma Découverte, (1999).
CRUNELLE, M., DEBLIECK, D., VAUTHIER, E., et al., Inventaire des salles de cinéma de la Région de Bruxelles, Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Dienst Monumenten en Landschappen, Brussel, 1994, fiche 153.
CRUNELLE, M., Geschiedenis van de Brusselse bioscopen, Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Directie Monumenten en Landschappen, Brussel, 2003 (Brussel, Stad van Kunst en Geschiedenis, 35), pp. 22-23.
Kunst in de metro, MIVB, Brussel, 1999.
PIERRET, J., Le 7ème Art a cent ans…mais que sont nos cinés saint-gillois devenus, Syndicat d'Initiative de Saint-Gilles asbl, Cercle d'Histoire et de Documentation Locale, Brussel, 1997.
VANDEWATTYNE, C., (o.l.v.), Sint-Gillis : van de Hallepoort tot de gevangenis, Dienst Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Brussel, 1997 (Brussel, stad van kunst en geschiedenis ; 21), p. 48.
Vie économique à Saint-Gilles…des origines à demain, Syndicat d'initiative de Saint-Gilles, 1993, pp. 34-35, 41, 44-47, 93, 95-98, 177-178, 200.
Tijdschriften
DONS, R., ‘ Obbrussel-st-Gilles et son réseau de communications. Des origines à 1900 environ ', Cahiers bruxellois, t. XXVIII, 1987, p. 28.
BERGHMANS, G., ‘ Il y a plus d'un siècle à Saint-Gilles-lez-Bruxelles, un épineux problème de pollution et de dégradation de l'environnement : l'implantation contestée de l'usine de produits chimiques des frères Vander Elst ', Ucclensia, 69, 1978, pp. 1-7.
BERGHMANS, G., ‘ Il y a plus d'un siècle à Saint-Gilles-lez-Bruxelles, un épineux problème de pollution et de dégradation de l'environnement : l'implantation contestée de l'usine de produits chimiques des frères Vander Elst ', Ucclensia, 70, 1978, pp. 1-12.
Andere
Inventaire visuel de l'architecture industrielle à Bruxelles. Saint-Gilles, AAM, Bruxelles, 1980-82, fiche 60.
Verzameling Postkaarten Dexia Bank.
Kunst in de metro, MIVB, Brussel, 1999.
PIERRET, J., Le 7ème Art a cent ans…mais que sont nos cinés saint-gillois devenus, Syndicat d'Initiative de Saint-Gilles asbl, Cercle d'Histoire et de Documentation Locale, Brussel, 1997.
VANDEWATTYNE, C., (o.l.v.), Sint-Gillis : van de Hallepoort tot de gevangenis, Dienst Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Brussel, 1997 (Brussel, stad van kunst en geschiedenis ; 21), p. 48.
Vie économique à Saint-Gilles…des origines à demain, Syndicat d'initiative de Saint-Gilles, 1993, pp. 34-35, 41, 44-47, 93, 95-98, 177-178, 200.
Tijdschriften
DONS, R., ‘ Obbrussel-st-Gilles et son réseau de communications. Des origines à 1900 environ ', Cahiers bruxellois, t. XXVIII, 1987, p. 28.
BERGHMANS, G., ‘ Il y a plus d'un siècle à Saint-Gilles-lez-Bruxelles, un épineux problème de pollution et de dégradation de l'environnement : l'implantation contestée de l'usine de produits chimiques des frères Vander Elst ', Ucclensia, 69, 1978, pp. 1-7.
BERGHMANS, G., ‘ Il y a plus d'un siècle à Saint-Gilles-lez-Bruxelles, un épineux problème de pollution et de dégradation de l'environnement : l'implantation contestée de l'usine de produits chimiques des frères Vander Elst ', Ucclensia, 70, 1978, pp. 1-12.
Andere
Inventaire visuel de l'architecture industrielle à Bruxelles. Saint-Gilles, AAM, Bruxelles, 1980-82, fiche 60.
Verzameling Postkaarten Dexia Bank.
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 1997-2004.

















