Villalaan
Van de Alsembergsesteenweg een naar het Park van Vorst, in het verlengde van de Adolphe Demeurlaan, doorkruist door de Garibaldistraat aat, de Alfred Cluysenaerstraat aat en Kemmelberglaan komen erop uit.
Oorspronkelijk zou het einde van de laan, aan het park van Vorst, worden bebouwd door villa's tussen grote met heggen afgesloten tuinen. De bebouwde oppervlakte mocht niet groter zijn dan 1/8 van de totale oppervlakte van het terrein. Deze voorschriften, waaraan deze laan haar naam te danken heeft, waren de wens van Leopold II, die een uitgestrekt terrein had geschonken aan de gemeenten Sint-Gillis en Vorst om er het park aan te leggen. De koning wou hiermee niet alleen een groene ruimte scheppen, maar ook het zicht op de Zennevalei bewaren. Deze villaverkaveling, bekrachtigd bij K.B. van 15.03.1876, viel volgens datzelfde besluit toe aan de Compagnie Immobilière de Belgique, en nadien aan een van haar dochterfiliaal, de Compagnie du Parc de Saint-Gilles. Gezien de problemen om dit type van stedenbouw ingang te doen vinden en het geringe succes dat ze kende, stond de gemeente omstreeks 1910 echter de bouw van rijhuizen in de laan toe.
Tijdens de eerste bouwfase, die samenviel met die van de Alsembergsesteenweg, werden in de eerste sectie gebouwen en huizen in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl opgetrokken. Het ging doorgaans om vrij eenvoudige bouwwerken, sommige daterend van voor de bekrachtiging van het tracé door het K.B. van 15.03.1876. Dat is het geval voor nr. 1, XXd, nu herbepleisterd, benedenverdieping verbouwd tot handelszaak (arch. Maurice Grimme, 1913), nr. 2, 1883, op hoek van Alsembergsesteenweg, nr. 3, 1883 met handelspui (1925) en verhoogd met bouwlaag (arch. Gaston Ide, 1929) en uitgebreid naar Garibaldistraat, nr. 4 n.o.v. aannemer A. Braive, 1875 op hoek van Garibaldistraat, nr. 5 n.o.v. arch. Hubert De Kock, 1895 verhoogd (1925) en gedeeltelijk in art-decostijl verbouwd (1945), nr. 7 n.o.v. Émile De Ligne, 1882, op hoek van Garibaldistraat, benedenverdieping verbouwd tot kroeg (1905), nr. 14 n.o.v. arch. H. Schoeps (volgens De Keyser, G., 1996), 1893, verhoogd met bouwlaag (arch. François Lucas, 1929) en na de oorlog bekleed met grijze brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel.. Nr. 33, 1883, werd op onbepaalde datum bekleed met witte en groene geglazuurde brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. en keramiektegels.
Naast deze oudere gebouwen biedt de laan een mooi overzicht van de verschillende tendensen binnen het eclecticisme van de jaren 1910, vooral in rijhuizen en soms in appartementsgebouwen. Onder de eenvoudigste gevels vermelden we nr. 12 n.o.v. ing.-arch. Henri Bothy, 1910, met rijke polychromie, houten erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. verbouwd in beton (1938), nr. 14, 1910, nr. 18, 1911, nr. 27, appartementsgebouw n.o.v. arch. Camille Abeloos, 1911, gekenmerkt door polychromie van hardsteen en gele en rode baksteen, nr. 41, 1910, nr. 42 n.o.v. aannemer Octave Michiels, 1912, keldergat gewijzigd (1963), en nr. 43, 1910, gekenmerkt door balkons volgens verkleinende ordonnantie in hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel. en boogveldenEen vlak omsloten door de binnenbegrenzing van een boog en de horizontale lijn die de aanzetten verbindt; meestal boven muuropeningen en soms versierd (beeldhouwwerk, blinde traceringen, cementtegels, …). boven muuropeningen versierd met sgraffitiSgraffito (Italiaans, van sgraffiare: krabben), decoratieve muurtechniek waarbij men een donkere pleisterlaag (doorgaans zwart, roetbruin of grijs) met een lichtgekleurde pleisterlaag bedekt; door de bovenste, nog niet verharde, laag weg te nemen volgens een vooraf bepaald grafisch ontwerp ontstaat een verdiepte tekening; de lichtgekleurde pleisterlaag kan bovendien gekleurd worden ‘al fresco’ (op de verse pleister) of ‘al secco’ (op de droge pleister).. Enkele gebouwen in Beaux-ArtsstijlArchitectuurstroming (ca. 1905-1930) met reminiscenties aan de grote Franse architectuurstijlen uit de 18e eeuw. Rijk en zorgvuldig gedecoreerde gevels in natuursteen en/of simili of in combinatie met baksteen. Borstweringen en poorten in fraai uitgewerkt smeedwerk., zoals nr. 39, n.o.v. arch. Charles De Wys, 1933.
Weinig recente bebouwing, wat de laan een coherent uitzicht verleent. In 1951 ontwierp arch. Georges Pepermans een klein gebouw op nr. 35a.
Archieven
GASG/DS 2: 2975 (1875); 3: 167 (1883), 142 (1925), 158 (1929); 4: 2975 (1875) (1883); 5: 61 (1895), 152 (1925); 7: 413 (1882), 162 (1905); 12: 196 (1910), 2888 (1938); 18: 61 (1911); 27: 141 (1911), 43 (1984); 33: 251 (1883); 35a: 103, 141 (1951); 39: 314 (1933); 41: 34 (1910); 42: 13 (1912), 137 (1963); 43: 34 (1910).
Verzameling postkaarten Dexia Bank.
Publicaties en studies
RANIERI, L., Léopold II urbaniste, Hayez, Brussel, 1973, p. 41.
