Spanjestraat
Van Taminesstraat naar Charleroisesteenweg.
Aangelegd volgens rooilijnenplan van 02.04.1883. Hellend tracé. Doorkruist Polenstraat, Sint-Bernardusstraat, Maurice Wilmottestraat.
Geografische benaming.
Bebouwd tussen 1891 en 1905. Homogeen straatbeeld met burgerwoningen in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl.
Huizen met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag en asymmetrische compositieTypische gevelopstand bestaande uit twee ongelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouwlagen volgens verkleinende ordonnantie; de hoofdtravee is meestal breder, rijker uitgewerkt en wordt verder benadrukt door licht vooruit te springen en/of door één of meer balkons; de kelders zijn meestal hoog, wat zich vertaalt in een hoge onderbouw; het grondplan bestaat over het algemeen uit een aaneenschakeling van kamers.: nr. 22 (1900), in 1962 voorzien van een garagepoort, nr. 24 (1899), verhoogd in 1992, nr. 29 en Sint-Bernardusstraat nr. 165 (1900), nr. 30-34 (1899), nr. 35 (1896), gewijzigd voor het aanbrengen van een garagepoort (1928), nr. 50 (1899), nr. 86 (1893), nr. 88 (1892), nu met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed, nr. 90 (1892), nr. 102 (1896), nr. 119 (1898), eveneens met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. bekleed, en nr. 125 (1901). Nr. 3 en 5 (1900), 11 (1901) en 13 (1901), 21, 23, 25 en 27 (1901), allen werden, net als nr. 31 (1901) door dezelfde eigenaar gebouwd.
Gevels in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie. met asymmetrische compositieTypische gevelopstand bestaande uit twee ongelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouwlagen volgens verkleinende ordonnantie; de hoofdtravee is meestal breder, rijker uitgewerkt en wordt verder benadrukt door licht vooruit te springen en/of door één of meer balkons; de kelders zijn meestal hoog, wat zich vertaalt in een hoge onderbouw; het grondplan bestaat over het algemeen uit een aaneenschakeling van kamers.: nr. 46 (1900), nr. 48 (1891), met borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. en timpanenMonumentaal driehoekig of segmentvormig boogveld, meestal besloten in een fronton; vaak rijkelijk versierd. met keramische tegels, nr. 61 n.o.v. arch. Louis Bral (1901) en nr. 100 (1901), bekleed met gele brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel.. Verder enkele gevels in neo-Vlaamse renaissancestijl. Meer recente en omvangrijke gebouwen doorbreken de oude ordonnantie van de straat, het modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. nr. 2 (arch. René Brewaeys, 1973) en de achtergevels van de scholen ‘Institut Saint-Luc' in art-decostijl (arch. Auguste Driesen en Jo De Bouver, 1930-1932) en ‘Institut Saint-Jean-Baptiste de la Salle' in modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. stijl (arch. Pierre M. Porto, 1962) (zie nr. 54). In nr. 59 bevond zich het atelier van beeldhouwer Arthur Cousin (aannemer F. Flamand & zoon, 1903).
GASG/DS 11-13 : 114 (1901) ; 21-27 : 2339 (1901) ; 22 : 2029 (1900), 87 (1962) ; 24 : 1873 (1899), 63 (1992) ; 29 : Sint-Bernardusstraat nr. 165 : 2216 (1900) ; 31 : 2349 (1901) ; 30-34 : 1931 (1899) ; 35 : 614 (1896), 270 (1928) ; 46 : 2242 (1900) ; 48 : 1746 (1891) ; 50 : 1803 (1899) ; 51 : 249 (1903) ; 59 : 81 (1903) ; 61 : 26 (1901) ; 63 : 75 (1901) ; 65 : 347 (1901) ; 67 : 348 (1901) ; 86 : 3298 (1893) ; 88 : 3090 (1892) ; 89 : 239 (1903) ; 90 : 3192 (1892) ; 91 : 234 (1902) ; 100 : 273 (1901) ; 102 : 721 (1896) ; 119 : 1209 (1898) ; 125 : 224 (1901).
Publicaties en studies
Van Santvoort, L., Het 19de-eeuwse kunstenaarsatelier in Brussel (doctoraal proefschrift, sectie Kunstwetenschappen en Archeologie) VUB, Brussel, 1995-1996.
