Voormalig Volkshuis
Sint-Gillisvoorplein 37-39
Gebouwd i.o.v. Société Coopérative de Bruxelles en n.o.v. Alfred Malchair, 1905. Gebouwd door vrijwilligers van coöperatieve o.l.v. gemeentearch. Edmond Quétin.
Net als andere volkshuizen functioneert het in Sint-Gillis oorspr. als ontmoetingsplaats en als plaats voor cultuur en politiek debat. In 1914 houdt Lenin hier een toespraak. In 1918 inrichting van bioscoopzaal. In jaren 1960 raakt Société coopérative in moeilijkheden en sluit het Volkshuis zijn deuren. Het gebouw kent nadien verschillende commerciële doeleinden. Vanaf 1991 wordt het tijdelijk als kerk gebruikt. De gemeente koopt het in 1995, om tussen 1997 en 2002 te worden gerenoveerd.
Gebouw met twee volumes. Straatgevel in neo-Vlaamse renaissanceVlaams renaissance (vanaf 16e eeuw). Stijl die elementen uit de Italiaanse renaissance toepast op de traditionele bak- en zandsteenstijl. De neo-Vlaamse renaissance (ca 1860-1914) grijpt vanuit een nationalistische tendens terug naar de Vlaamse renaissance en haar specifieke ornamentiek. De stijl kenmerkt zich door een polychroom materiaalgebruik en een volumespel d.m.v. erkers, torentjes, trapgevels, enz. en oorspr. met een kruidenier en slagerij op benedenverdieping en foyer op verdieping. Achterbouw met oorspr. café op benedenverdieping en grote zaal op verdieping.
Straatgevel. Vier bouwl., tweede als tussenverdiepingLage verdieping tussen twee bouwlagen; vaak boven commerciële benedenverdieping gelegen., en vier ongelijke trav. Bakstenen gevel met hard- en witstenen elementen. Volledig verbouwde benedenverd; hardstenen parementGevel- of muurbekleding. met smalle deur tussen vitrines onder I-balkIJzeren latei met I-profiel. en r. brede deur onder rondboogBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft.. L. drie trav. in risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden. en op verdieping geflankeerd door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel.. In tweede en vierde bouwl. (oorspr. hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel., maar verbouwd in 1928) venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. onder I-balkIJzeren latei met I-profiel.. In derde bouwl. hoge venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met tussendorpelStenen dorpel die een deur of venster horizontaal in tweeën deelt. en onder archivoltGeprofileerde of versierde omlijsting van een boog.. In hoofdtrav. monumentaalZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten. drielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere. onder centraal hardstenen frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. en balkon met balustradeHekwerk van spijlen of balusters.; smalle gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. bovenlichtenBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden.; bekronend sgraffitopaneel met inscriptie “La maison du Peuple” en monumentaalZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten. dakvensterUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is. onder halsgevelGevel waarvan de geveltop rechthoekig is en geflankeerd wordt door (gebeeldhouwde) vleugel- of klauwstukken.. MansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken. met drie dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. onder frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening..
Achterbouw met grote zaal. Oorspr. onder tongewelf op metalen geraamte met rondbogenBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. met art-nouveaulofwerk; in 1928 gesplitst in twee bouwl.; zadeldakDak met twee hellende dakvlakken. boven gewelf in 1963. Bij restauratie is zaal in oorspr. staat hersteld door verwijdering van latere toevoegingen. Metalen gaanderij op halve hoogte rustend op metalen consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief. gedeeltelijk gereconstrueerd.
BERTRAND, L., Histoire de la Coopérative en Belgique, éd. Dechenne & Cie, Brussel, 1903.
De BROUCKÈRE, L., La coopérative, ses origines, sa nature, ses grandes fonctions. éd. Les propagateurs de la coopération, Bruxelles, 1926.
DELSINNE, L., Parti Ouvrier Belge, des origines à 1894. Brussel, éd. La Renaissance du Livre, 1955.
Inventaire des sgraffites. Saint-Gilles, GERPM - SC asbl, s.l., s.d., fiche 25.
Inventaire visuel de l'architecture industrielle à Bruxelles. Saint-Gilles, Archives d'Architecture moderne, Brussel, 1980-1982, pp. 106-109.
Liebman, M., Les socialistes belges, 1885-1914, Brussel, éd. Vie ouvrière, 1979.
VAN DER WEE, A., De volksuniversiteit te Sint-Gillis: 1901-1914. (licentiaatsverhandeling in de faculteit psychologie en pedagogie), KUL, Leuven, 1978.

