Louis Moricharplein
Bekijk de weerhouden gebouwen
Groot rechthoekig plein op hellend terrein. Voormalig Parmaplein, sinds 1911 Louis Moricharplein: ‘en témoignage des services rendus à l'enseignement pendant 25 ans par Louis Morichar, conseiller communal et échevin de l'Instruction publique et des Beaux-Arts' [‘Als blijk van erkentelijkheid voor bewezen diensten aan het onderwijs gedurende 25 jaar door Louis Morichar, gemeenteraadslid en schepen van openbaar onderwijs en schone kunsten'], zoals aangegeven op herdenkingsplaat op nr. 56 van Koninklijk Atheneum Paul Delvaux (zie Retoricastraat nr. 14-16).
Voor de verstedelijking van Sint-Gillis wordt het bronrijke gebied van het huidige Moricharplein en haar directe omgeving voor de landbouw gebruikt. Tot omstreeks het midden van de 17e eeuw horen de bronnen de Sint-Pieterskloosters en de Kapucijnen toe, die via zelf gebouwde reservoirs en leidingen hun stedelijke vestingen van water voorzien. In 1661 verwerft de Stad Brussel dit terrein van 230 are en breidt het bestaande waterwinningsysteem verder uit om de bovenstad van water te voorzien.
In de 18e eeuw telt het zogenaamde ‘bronnenterrein van Sint-Gillis' een twintigtal gemetselde water- en zinkputten die twee reservoirs voeden.
Volgens het groot plan van aanleg voor het gebied tussen de Waterloosesteenweg, de Charleroisesteenweg, de Louizawijk en de Waterloolaan n.o.v. Victor Besme van 1862 moet het bronnenterrein verdwijnen. Uiteindelijk stopt de Stad rond 1874 de uitbating van de bronnen. Van een openbaar plein is aanvankelijk geen sprake. In 1881 worden ingrijpende ophoging- en nivelleringswerken uitgevoerd, terwijl het Brusselse schepencollege een jaar later beslist het terrein te verkavelen. De percelen worden tussen 1897 en 1902 verkocht om snel bebouwd te worden.
Louis Moricharplein (Verzameling postkaarten A. van Bellingen, ca 1900).
In 1898 dient de gemeente Sint-Gillis bij de Brusselse administratie een aanvraag in voor de verwerving van een terrein van ca. 6.900m2 voor de aanleg van een 'openbaar plein'. Het wordt aanvankelijk als oefenterrein voor de burgerwacht en als kinderspeelplein gebruikt. De huidige organisatie dateert van 1958. Het plein bestaat uit drie terrassen met sportterreinen en tuintjes. Een galerijOverdekte gang, aan één of beide zijden geritmeerd door zuilen, kolommen of pijlers, bogengang genoemd indien geritmeerd door arcaden. (vroeger vestiaire, nu overdekte speelplaats) deelt het plein op.
De N-W zijde van het plein wordt afgesloten door het Atheneum Paul Delvaux, ontworpen en gebouwd voor de aanleg van het plein, nl. in 1880. Burgerhuizen op percelen van 6 tot 7 m breed en met overwegend eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. of art-nouveauInternationale beweging (1893 - ca. 1914) als reactie op de ‘neo’-stijlen, maar met sterk lokale verschillen. In België kent de stijl twee stromingen, namelijk de florale art nouveau met Victor Horta als boegbeeld en anderzijds de geometrische art nouveau beïnvloed door Paul Hankar of de Wiener Secession. gevels, omringen het plein. Twee derden van de woningen is naar de hand van architecten, de rest n.o.v. aannemers. De meest actieve bouwmeester op het plein, Gilion Wittebort, aannemer en arch., ontwerpt een rij huizen aan de N-O zijde van het plein (zie nr. 5 tot 12). Op nr. 2 en 18, resp. 1902 en 1901, huizen met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag en asymmetrische compositieTypische gevelopstand bestaande uit twee ongelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouwlagen volgens verkleinende ordonnantie; de hoofdtravee is meestal breder, rijker uitgewerkt en wordt verder benadrukt door licht vooruit te springen en/of door één of meer balkons; de kelders zijn meestal hoog, wat zich vertaalt in een hoge onderbouw; het grondplan bestaat over het algemeen uit een aaneenschakeling van kamers.. Op nr. 29, op hoek met Spanjestraat, L-vormig kantoorgebouw met vensterregistersDoorlopende horizontale aaneenschakeling van vensters. n.o.v. arch. René Brewaeys, 1973, ter vervanging van vijf eengezinswoningen. Nr. 22, 23 en 24 maken samen met Ierlandstraat nr. 1 en 3 deel uit van ensemble i.o.v en n.o.v. aannemers Pierre et Joachim Vuy, 1892.
GASG/DS 2: 83 (1902); 18: 183 (1901); 22, 23, 24: Ierlandstraat nr. 1, 3: 2974 (1892); 29: (1973).
Verzameling postkaarten Dexia Bank
Publicaties en studies
Jubilé Administratif de M. Louis Morichar, Échevin, 1886-1911, Commune de Saint-Gilles-lez-Bruxelles, Bruxelles, 1911.
Saint-Gilles. Ensembles urbanistiques et architecturaux remarquables, ERU asbl, Brussel, 1988, p. 174.
DONS, R., ‘ Un aspect de l'alimentation en eau de la ville de Bruxelles, à propos du ‘Terrain des sources à Saint-Gilles', propriété de la ville de Bruxelles (1661-1902) ', Cahiers bruxellois, t. XIX, 1974, pp. 14-45.
