Louis Coenenstraat 4-10, deur van modernistisch appartementsgebouw, arch. Gaston Brunfaut, 1953 (foto 2004).
Louis Coenenstraat
Van Waterloosesteenweg naar Munthofstraat. Recht tracé.
Aangelegd bij K.B. van 05.12.1862. Voormalige rue de la Plaisance. Huidige benaming naar de socialist Louis Coenen, burgemeester van Sint-Gillis van 1947 tot 1952. Hij was opdrachtgever van de ‘Roseraie', een openluchtschool op grondgebied Ukkel.
Hoofdzakelijk bebouwd tussen 1870 en eind jaren 1880 met gebouwen met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag en in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl.
Niet geselecteerde nr.: 4-10: modernistischInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. appartementsgebouw n.o.v. arch. Gaston Brunfaut, 1953, vervangt huis van 1894 (volgens De Keyser, G., 1996); 5: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1888, nu bekleed met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel.; 7: huis met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag, 1870, handelsruimte gewijzigd, dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. (1935); 9, 11: huizen met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag, respectievelijk 1869 en 1871, nu verbonden door gemeenschappelijke handelsruimte, nr. 9 later verhoogd met bouwlaag; 14: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1877 (volgens De Keyser, G., 1996), nu bepleisterdMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. met schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren., verhoogd met bouwlaag (1925), handelsruimte verschillende keren gewijzigd; 16, 18-20: oorspronkelijk één enkel eclectischVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. pand, 1887, later verdeeld in twee huizen, nu bekleed met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel., nr. 18-20 verhoogd met bouwlaag (1957); 17: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1876. Centraal balkon verwijderd en venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op benedenverdieping vervangen door vitrine (1905), op haar beurt opnieuw gewijzigd in venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.; 19: appartementsgebouw, 1952, resultaat van verbouwing van huis van 1878; 21: huis met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag, 1876, nu bekleed met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel.; 22: opbrengstgebouw in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie. n.o.v. arch. Jean Maelschalck, 1911, vervangt klein huis van 1883, handelsruimte gewijzigd (1962); 24: huis met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag, 1884; 26: huis met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag, 1893, gedenkplaat; 28: huis met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag n.o.v. arch. Henri d'Ours (volgens De Keyser, G., 1996), 1893; 30, 32 en Munthofstraat nr. 131: twee huizen met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag n.o.v. arch. L. Deville, 1901, nr. 30 nu gedecapeerd; 33 en Munthofstraat nr. 133: hoekpand in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1877, oorspronkelijk twee bouwlagen, derde bouwlaag en erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. (1897), vierde bouwlaag onder mansarde en uitbreiding naar Munthofstraat (arch. Charles De Wys, 1928), uitbreiding in L. Coenenstraat (1930).
Aangelegd bij K.B. van 05.12.1862. Voormalige rue de la Plaisance. Huidige benaming naar de socialist Louis Coenen, burgemeester van Sint-Gillis van 1947 tot 1952. Hij was opdrachtgever van de ‘Roseraie', een openluchtschool op grondgebied Ukkel.
Hoofdzakelijk bebouwd tussen 1870 en eind jaren 1880 met gebouwen met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag en in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl.
Niet geselecteerde nr.: 4-10: modernistischInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. appartementsgebouw n.o.v. arch. Gaston Brunfaut, 1953, vervangt huis van 1894 (volgens De Keyser, G., 1996); 5: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1888, nu bekleed met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel.; 7: huis met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag, 1870, handelsruimte gewijzigd, dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. (1935); 9, 11: huizen met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag, respectievelijk 1869 en 1871, nu verbonden door gemeenschappelijke handelsruimte, nr. 9 later verhoogd met bouwlaag; 14: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1877 (volgens De Keyser, G., 1996), nu bepleisterdMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. met schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren., verhoogd met bouwlaag (1925), handelsruimte verschillende keren gewijzigd; 16, 18-20: oorspronkelijk één enkel eclectischVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. pand, 1887, later verdeeld in twee huizen, nu bekleed met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel., nr. 18-20 verhoogd met bouwlaag (1957); 17: huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1876. Centraal balkon verwijderd en venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op benedenverdieping vervangen door vitrine (1905), op haar beurt opnieuw gewijzigd in venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.; 19: appartementsgebouw, 1952, resultaat van verbouwing van huis van 1878; 21: huis met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag, 1876, nu bekleed met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel.; 22: opbrengstgebouw in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie. n.o.v. arch. Jean Maelschalck, 1911, vervangt klein huis van 1883, handelsruimte gewijzigd (1962); 24: huis met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag, 1884; 26: huis met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag, 1893, gedenkplaat; 28: huis met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag n.o.v. arch. Henri d'Ours (volgens De Keyser, G., 1996), 1893; 30, 32 en Munthofstraat nr. 131: twee huizen met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag n.o.v. arch. L. Deville, 1901, nr. 30 nu gedecapeerd; 33 en Munthofstraat nr. 133: hoekpand in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl, 1877, oorspronkelijk twee bouwlagen, derde bouwlaag en erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. (1897), vierde bouwlaag onder mansarde en uitbreiding naar Munthofstraat (arch. Charles De Wys, 1928), uitbreiding in L. Coenenstraat (1930).
Publicaties en studies
ABS, R., « Coenen, Louis-Jean-Baptiste », in Biographie Nationale, XLI, 1979, col. 133-138.
EYLENBOSCH, A., LEBRUN, G., Dictionnaire raisonné des rues de Saint-Gilles, Les Rencontres Saint-Gilloises, Brussel, 1989, pp. 212-215.
Tijdschriften
Bâtir, 69, 1938, pp. 254-355.
Perspective, 4, 1938, p. 36.
Archieven van niet geselecteerde nr.
GASG/DS 4-10: 1036/56 (1953); 5: 1810 (1888); 7: 7671 (1870), 257 (1935); 9: 7409 (1869); 11: 972 (1871); 14: 277 (1925); 16, 18-20: 13 (1887); 17: 3913 (1876), 206 (1905); 18-20: 137 (1957); 19: 4824 (1878), 14 (1952); 21: 3736 (1876); 22: 305 (1883), 6 (1911), 30 (1962); 24: 9 (1884); 26: 18 (1893); 28: 21 (1893); 30-32: 5 (1901); 33: zie Munthofstraat 133: 137 (1877), 195 (1897), 1928 (1928), 52 (1930).
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 1997-2004.

