Modernistisch gebouw, gesigneerd en gedateerd op sokkelHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel. ‘p(aul). Ivanoff / arch / 1937'.
Ter vervanging van huis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl in ensemble met Berckmansstraat 1-1a, 1870.
Zes bouwlagen en vier gelijke traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). BepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevel. Handelsruimte met grote vitrines. Centrale traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) op verdiepingen. uitspringend. Rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. tussen afgeronde pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel.. Hoog hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel. met getrapteGevel met een driehoekige bekroning die trapsgewijs versmalt. uitspringende band en attiekbalustradeMuur of bouwlaag boven de kroonlijst die meestal het dak aan het gezicht onttrekt.. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... vervangen.
GASG/DS 818 (1870), 5 (1937).

