Flatel Cassiopée
Capouilletstraat 11-13
Groot hotel met handelszaken op benedenverdieping, n.o.v. studiebureau ‘Étude Génie civil et Architecture', 1973 en 1976.
Gebouw vervangt acht huizen: nr. 9 van 1880, 11 van 1886, 13 en 15 van 1887, n.o.v. arch. Louis en Arthur De Rycker, 17 en 19 van 1873, 21 en 23, van 1886, n.o.v. arch. Louis en Arthur De Rycker (volgens De Keyser, G, 1996).
Acht bouwlagen en elf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Twee bovenste bouwlaag progressief inspringend. Op de risaliterendeRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden. zijtraveeën springt ook de zesde bouwlaag in Betonstructuur. Volledig beglaasde benedenverdieping onder luifelsAfdak boven de ingang van een huis of handelszaak.. Gevel op de verdieping geritmeerd door de golvende beweging van de borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. en de muurdammenParement tussen twee muuropeningen (vensters of deuren) in dezelfde bouwlaag.. Grote venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met fijn aluminium schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... .
Archieven
GASG/DS – (1973), – (1976).

