Opbrengsthuis op hoek met Bosniėstraat, n.o.v. arch. Pierre De Gieter, 1930.
Vijf bouwlagen en drie traveeėnVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aan weerszijden van hoek met drie traveeėnVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Bakstenen gevel belijnd door hoge bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. banden. Hoek bestaat uit afgeronde traveeėnVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), risaliterendRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden. op verdiepingen en onderling verbonden door kwartholle muurdammenParement tussen twee muuropeningen (vensters of deuren) in dezelfde bouwlaag.. Rechthoekige muuropeningen onder afgeschuindeSchuine vlakke kant aan een houten of stenen bouwonderdeel. hoeken. Handelsruimte gewijzigd door vergroting van vitrines en plaatsing van aluminium schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst,
; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... (1970). In G. Combazstraat toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht. met gestapelde driehoekige erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. onder terras met smeedijzerenTaai, kneedbaar ijzer dat ambachtelijk wordt gesmeed (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen
borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust.. Plat dak met opengewerkteOpengewerkt, voorzien van een stelsel van kleine, decoratieve openingen. bakstenen attiekmuurMuur of bouwlaag boven de kroonlijst die meestal het dak aan het gezicht onttrekt..
Archieven
GASG/DS 26 (1930), 60 (1970).

