Albaniëstraat, richting Edouard Ducpétiauxlaan (foto 2004).
Albaniëstraat
Van Ducpétiauxlaan naar Adolphe Demeurlaan; kruist Antoine Bréartstraat en Savoiestraat Rechtlijnig tracé, evenwijdig met Waterloosesteenweg.
Geografische benaming. Voormalige buurtweg Hoeiweg (Monikkenpad) en vervolgens Windmolenpad. Aanleg huidige straat goedgekeurd bij K.B. van 30.04.1894, uitgevoerd krachtens beslissing van gemeenteraad van 20.03.1896.
Bebouwd tussen 1896 en 1906. Hoofdzakelijk vrij bescheiden eengezinswoningen waarvan oorspronkelijke kenmerken en verhoudingen bewaard zijn gebleven.
Overwegend sobere gevels in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie. en asymmetrische compositieTypische gevelopstand bestaande uit twee ongelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouwlagen volgens verkleinende ordonnantie; de hoofdtravee is meestal breder, rijker uitgewerkt en wordt verder benadrukt door licht vooruit te springen en/of door één of meer balkons; de kelders zijn meestal hoog, wat zich vertaalt in een hoge onderbouw; het grondplan bestaat over het algemeen uit een aaneenschakeling van kamers.: nr. 32 (1898), voorheen met dakvensterUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is. in puntgevelGevel waarvan de top driehoekig is., 40 (1901), op hoek van Savoiestraat nr. 9-11, 45 (1902), op hoek van Savoiestraat nr. 13, 69 (1897), 95 (1898) alle vijf verhoogd met verdieping; bewaard ramenVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. en borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. verdwenen op nr. 90 (1898); op nr. 101 en 103, gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. huizen van 1896; gevel van nr. 112 (1896, gelijkend op nr. 110, zie notitie) bekleed met 'Vilvordit' platen sinds 1958; op nr. 35 (1897), hoekgebouw nr. 42-44 (1896), oude kroeg, nr. 113 (1896) en nr. 105 (1896) gekalkt, eerste drie verdiepingen wit, vierde verdieping rood.
Enkele huizen met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag: nr. 2-4 en 6 (1904); nr. 30 (1898) met glas-in-lood in impostvensterVenster boven een deur en ervan gescheiden door een stenen dorpel, een entablement of een muurvlak., en 36 (1897) beide bekleed met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel.; nr. 39-41 (1900), voorheen opbrengsthuis, verhoogd met mansarde (1929); nr. 51 (1898); nr. 43 (1902) gekenmerkt door houten erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld.; op nr. 62 (1896) met keramiektegels versierde panelen1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. in hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel.; nr. 71 (1898); nr. 75 (1902), vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. op benedenverdieping omgebouwd tot garagepoort (1986), vervolgens opnieuw tot vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. (1992); nr. 76-78 (1901), hoekgebouw met A. Bréartstraat, winkelpui met uitstalramen tussen pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel.; nr. 82-84 (1898) en 86-88 (1902) voorheen winkelpui met centraal uitstalraam tussen twee deuren; nr. 96 (1897).
Geografische benaming. Voormalige buurtweg Hoeiweg (Monikkenpad) en vervolgens Windmolenpad. Aanleg huidige straat goedgekeurd bij K.B. van 30.04.1894, uitgevoerd krachtens beslissing van gemeenteraad van 20.03.1896.
Bebouwd tussen 1896 en 1906. Hoofdzakelijk vrij bescheiden eengezinswoningen waarvan oorspronkelijke kenmerken en verhoudingen bewaard zijn gebleven.
Overwegend sobere gevels in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie. en asymmetrische compositieTypische gevelopstand bestaande uit twee ongelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouwlagen volgens verkleinende ordonnantie; de hoofdtravee is meestal breder, rijker uitgewerkt en wordt verder benadrukt door licht vooruit te springen en/of door één of meer balkons; de kelders zijn meestal hoog, wat zich vertaalt in een hoge onderbouw; het grondplan bestaat over het algemeen uit een aaneenschakeling van kamers.: nr. 32 (1898), voorheen met dakvensterUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is. in puntgevelGevel waarvan de top driehoekig is., 40 (1901), op hoek van Savoiestraat nr. 9-11, 45 (1902), op hoek van Savoiestraat nr. 13, 69 (1897), 95 (1898) alle vijf verhoogd met verdieping; bewaard ramenVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. en borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. verdwenen op nr. 90 (1898); op nr. 101 en 103, gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. huizen van 1896; gevel van nr. 112 (1896, gelijkend op nr. 110, zie notitie) bekleed met 'Vilvordit' platen sinds 1958; op nr. 35 (1897), hoekgebouw nr. 42-44 (1896), oude kroeg, nr. 113 (1896) en nr. 105 (1896) gekalkt, eerste drie verdiepingen wit, vierde verdieping rood.
Enkele huizen met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag: nr. 2-4 en 6 (1904); nr. 30 (1898) met glas-in-lood in impostvensterVenster boven een deur en ervan gescheiden door een stenen dorpel, een entablement of een muurvlak., en 36 (1897) beide bekleed met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel.; nr. 39-41 (1900), voorheen opbrengsthuis, verhoogd met mansarde (1929); nr. 51 (1898); nr. 43 (1902) gekenmerkt door houten erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld.; op nr. 62 (1896) met keramiektegels versierde panelen1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. in hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel.; nr. 71 (1898); nr. 75 (1902), vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. op benedenverdieping omgebouwd tot garagepoort (1986), vervolgens opnieuw tot vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. (1992); nr. 76-78 (1901), hoekgebouw met A. Bréartstraat, winkelpui met uitstalramen tussen pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel.; nr. 82-84 (1898) en 86-88 (1902) voorheen winkelpui met centraal uitstalraam tussen twee deuren; nr. 96 (1897).
Archieven
GASG/DS 2-4, 6: 249 (1904); 30: 1184 (1898); 32: 1459 (1898), 188 (1923); 35: 1003 (1897); 36: 1013 (1897); 39-41: 2290 (1900), 81 (1929); 42-44: 672 (1896); 43: 170 (1902); 51: 1179: (1898); 62: 438 (1896); 69: 1062 (1897); 71: 1283 (1898); 75: 49 (1902), 1 (1986), 27 (1992); 76-78: 230 (1901); 82-84: 1908 (1898); 86-88: 391 (1902); 90: 1397 (1898); 96: 800 (1897); 101: 663 (1896); 103: 570 (1896); 105: 539 (1896); 112: 616 (1896), 103 (1958); 113: 969 (1896).
Publicaties en studies
Saint-Gilles. Ensembles urbanistiques et architecturaux remarquables, ERU asbl, Brussel, 1988, p. 105.
Tijdschriften
DONS, R., “Obbrussel-st-Gilles et son réseau de communications. Des origines à 1900 environ”, Cahiers bruxellois, t. XXVIII, 1987, p. 27.
GASG/DS 2-4, 6: 249 (1904); 30: 1184 (1898); 32: 1459 (1898), 188 (1923); 35: 1003 (1897); 36: 1013 (1897); 39-41: 2290 (1900), 81 (1929); 42-44: 672 (1896); 43: 170 (1902); 51: 1179: (1898); 62: 438 (1896); 69: 1062 (1897); 71: 1283 (1898); 75: 49 (1902), 1 (1986), 27 (1992); 76-78: 230 (1901); 82-84: 1908 (1898); 86-88: 391 (1902); 90: 1397 (1898); 96: 800 (1897); 101: 663 (1896); 103: 570 (1896); 105: 539 (1896); 112: 616 (1896), 103 (1958); 113: 969 (1896).
Publicaties en studies
Saint-Gilles. Ensembles urbanistiques et architecturaux remarquables, ERU asbl, Brussel, 1988, p. 105.
Tijdschriften
DONS, R., “Obbrussel-st-Gilles et son réseau de communications. Des origines à 1900 environ”, Cahiers bruxellois, t. XXVIII, 1987, p. 27.
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 1997-2004.
