de Haernestraat 87 tot 99 ter hoogte van de kruising met de Philippe Baucqstraat (foto 1993).
de Haernestraat
Van de Theuxstraat naar Generaal Bernheimstraat.
Het gebogen tracé vertrekt vanuit het kruispunt van de Generaal Capiaumontstraat en de E. Havauxstraat en eindigt niet ver van de kazernes.
Haar naam heeft ze te danken aan een collega van Nothomb, de Theux en de Gerlache, allen leden van het Nationaal Congres van 1830. In 1903 werd ze aangelegd tot aan de de Gerlachestraat, op het Verlorenhoekpad dat langs een vijver liep en naar de gelijknamige boerderij leidde. De Dambeek die min of meer het tracé van de Snoekstraat (Elsene) volgde, vormde samen met het pad tot 1875 de grens met Elsene. De boerderij, die al zichtbaar is op de kaart van Ferraris, bevond zich op het kruispunt van de huidige de Haernestraat en het verlengde van de Kasteelstraat. Rond die periode werd het deel tussen de Beckersstraat en het verlengde van de Gelijkheidstraat voltooid. Het stuk tussen de de Gerlachestraat en de Beckersstraat dateert al van het einde van XIX (in 1898 telde het al tien constructies). Het laatste straatgedeelte ten slotte - dat pas aangelegd kon worden nadat het oude kerkhof in onbruik was geraakt - , tussen de Gelijkheidstraat en de Generaal Bernheimstraat, werd geopend in 1911.

de Haernestraat 151 tot 157 (foto 1993).
De eerste bouwaanvragen werden in 1897 ingediend. Het merendeel van de constructies zijn arbeidershuisjes met twee bouwlagen en twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) en binnen twee achtereenvolgende ruimtes. Ongeveer de helft werd tussen 1897 en 1914 gebouwd : de oudste zijn van neoclassicistischArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. zoals Nr. 19 en 21 (1901), 22 en 24 (1903), 134 (1897), 142 (omstreeks 1900) en 150 (1897), andere hebben een eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. gevel, cfr Nr. 174 (1910).
Verder - in het eerste deel aan oneven zijde - verschillende panden met inrijpoort die achteraan naar een atelier leidt, cfr Nr. 41-43 en 45.
De overige constructies ten slotte werden gebouwd in de jaren 1920-1930, Cfr Nr. 63-65 (arch. Jean FINNÉ, 1931), het typisch ensemble gevormd door Nr. 151 (arch. Jean FINNÉ, 1937), 153 (arch. G. KNIPPENBERG, 1931), 155 (arch. Louis SERRURE, 1928) en 157 (arch. RAMBO, 1935) en het eveneens opmerkelijke ensemble van appartementsgebouwen (Nr. 213 tot 225) opgetrokken voor de Etterbeekse Haard tussen 1921 en 1923.
Het gebogen tracé vertrekt vanuit het kruispunt van de Generaal Capiaumontstraat en de E. Havauxstraat en eindigt niet ver van de kazernes.
Haar naam heeft ze te danken aan een collega van Nothomb, de Theux en de Gerlache, allen leden van het Nationaal Congres van 1830. In 1903 werd ze aangelegd tot aan de de Gerlachestraat, op het Verlorenhoekpad dat langs een vijver liep en naar de gelijknamige boerderij leidde. De Dambeek die min of meer het tracé van de Snoekstraat (Elsene) volgde, vormde samen met het pad tot 1875 de grens met Elsene. De boerderij, die al zichtbaar is op de kaart van Ferraris, bevond zich op het kruispunt van de huidige de Haernestraat en het verlengde van de Kasteelstraat. Rond die periode werd het deel tussen de Beckersstraat en het verlengde van de Gelijkheidstraat voltooid. Het stuk tussen de de Gerlachestraat en de Beckersstraat dateert al van het einde van XIX (in 1898 telde het al tien constructies). Het laatste straatgedeelte ten slotte - dat pas aangelegd kon worden nadat het oude kerkhof in onbruik was geraakt - , tussen de Gelijkheidstraat en de Generaal Bernheimstraat, werd geopend in 1911.
de Haernestraat 151 tot 157 (foto 1993).
De eerste bouwaanvragen werden in 1897 ingediend. Het merendeel van de constructies zijn arbeidershuisjes met twee bouwlagen en twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) en binnen twee achtereenvolgende ruimtes. Ongeveer de helft werd tussen 1897 en 1914 gebouwd : de oudste zijn van neoclassicistischArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. zoals Nr. 19 en 21 (1901), 22 en 24 (1903), 134 (1897), 142 (omstreeks 1900) en 150 (1897), andere hebben een eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. gevel, cfr Nr. 174 (1910).
Verder - in het eerste deel aan oneven zijde - verschillende panden met inrijpoort die achteraan naar een atelier leidt, cfr Nr. 41-43 en 45.
De overige constructies ten slotte werden gebouwd in de jaren 1920-1930, Cfr Nr. 63-65 (arch. Jean FINNÉ, 1931), het typisch ensemble gevormd door Nr. 151 (arch. Jean FINNÉ, 1937), 153 (arch. G. KNIPPENBERG, 1931), 155 (arch. Louis SERRURE, 1928) en 157 (arch. RAMBO, 1935) en het eveneens opmerkelijke ensemble van appartementsgebouwen (Nr. 213 tot 225) opgetrokken voor de Etterbeekse Haard tussen 1921 en 1923.
Archieven
KB 13.6.1870, 18.6.1890, 31.7.1903.
GAEtt./OW 7552 en 7907 (1897), 12477 en 12942 (1901), 15692, 15999 (1903), 18047 (1905), 431 (1910), 2317 (1928), 9106, 9243 (1931), 9098 (1935), 2204 (1937).
DS Plannen 1898, 1906.
GAEtt./OW 7552 en 7907 (1897), 12477 en 12942 (1901), 15692, 15999 (1903), 18047 (1905), 431 (1910), 2317 (1928), 9106, 9243 (1931), 9098 (1935), 2204 (1937).
DS Plannen 1898, 1906.
GR 2.10.1899, 24.7.1902.
RC 1903, p. 82, 1911, p. 6.
Publicaties en studies
MEIRE, R.J., Histoire d'Etterbeek, Musin, Brussel, 1981, pp. 80 en 102.
RC 1903, p. 82, 1911, p. 6.
Publicaties en studies
MEIRE, R.J., Histoire d'Etterbeek, Musin, Brussel, 1981, pp. 80 en 102.
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 1993-1995.
