d'Oultremontlaan 26A (foto 1994).
Appartementsgebouw in modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. stijl volgens bouwaanvraag van 1935, n.o.v. arch. Maurice D'HOND, getekend op de gevel.
Gevel in grijze pleisterkalk met vier bouwlagen en op de verdiepingen vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) op arduinen plintHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel. met rechthoekige keldervensters. Centrale rondboogvormigeBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. vleugeldeur met traliewerk ingeschreven in zware omlijsting met kwartrond beloop in groene granitoBedekking met veelkleurige (marmer)stukjes, gebed in cementmortel, die na verharding glanzend wordt geschuurd. ; zelfde materiaal voor afgeronde stijlenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust. van de twee muuropeningen aan weerszijden van ingang en torusProfiel dat in doorsnede van kwartrond tot meer dan halfrond is (halfovaal of halfhartvormig). op middenpenant tussen ingang en kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. Op verdiepingen breed rechthoekig uitspringend volume met afgeronde hoeken die over de twee middentraveeën loopt ; twee venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. per verdieping. In het verlengde dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. met twee identieke muuropeningen. Zijtraveeën met brede muuropening. Horizontale gevelgeleding door kordonvormende lekdrempels en doorlopende panelen1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. op borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. en boven venstersLicht- en/of luchtopening in een muur..
Gevel in grijze pleisterkalk met vier bouwlagen en op de verdiepingen vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) op arduinen plintHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel. met rechthoekige keldervensters. Centrale rondboogvormigeBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. vleugeldeur met traliewerk ingeschreven in zware omlijsting met kwartrond beloop in groene granitoBedekking met veelkleurige (marmer)stukjes, gebed in cementmortel, die na verharding glanzend wordt geschuurd. ; zelfde materiaal voor afgeronde stijlenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust. van de twee muuropeningen aan weerszijden van ingang en torusProfiel dat in doorsnede van kwartrond tot meer dan halfrond is (halfovaal of halfhartvormig). op middenpenant tussen ingang en kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. Op verdiepingen breed rechthoekig uitspringend volume met afgeronde hoeken die over de twee middentraveeën loopt ; twee venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. per verdieping. In het verlengde dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. met twee identieke muuropeningen. Zijtraveeën met brede muuropening. Horizontale gevelgeleding door kordonvormende lekdrempels en doorlopende panelen1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. op borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. en boven venstersLicht- en/of luchtopening in een muur..
Archieven
GAEtt./OW 8780 (1935).
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 1993-1995.

