Victor Jacobslaan (foto 1993).
Victor Jacobslaan
Van Sint-Antoonplein naar Mouterijstraat (Elsene) die over de Luxemburg-spoorlijn loopt, aan het kruispunt met de de Theuxstraat, Philippe Baucqstraat en Nieuwelaan.
De laan die een O.-W.-tracé volgt werd gecreëerd in 1903 (algemeen rooilijnenplan van de Solboswijk). Ze heeft haar naam te danken aan een katholiek staatsman uit XIX.
Het merendeel van de huizen werd gebouwd tussen 1906 en 1914 in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl. Meestal polychrome bakstenen gevel met drie bouwlagen + souterrainHoge kelder of half verzonken verdieping. en twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) ,zie Nr. 3, 5 (1910, n.o.v. arch. Louis DOURET), 18 tot 32 (zie verder) en 48 (1913, n.o.v. arch. BARTHOLYNS), 86, 88 (1914, n.o.v. arch. Léon SMETS).
Eveneens uit deze periode, en dan vooral in het tweede, even deel van de laan verschillende huizen met brede inrijpoort die naar winkel of atelier achteraan leidt, o.a. Nr. 74 tot 84 (1911, n.o.v. arch. Joseph COSTERMANS), 76 (1913, n.o.v. arch. Léon SMETS), 78 (1911), 80 (1912, n.o.v. arch. Joseph COSTERMANS), 82 (1911), 84 (1910, n.o.v. arch. P. DEBROUX).
Verder enkele typische constructies in art decoTendens tot de geometrisering van vormen en architecturale ornamenten die zich uitdrukt in het materiaal- en kleurgebruik. of modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. stijl uit het interbellum. Vaak gaat het om appartementsgebouwen, op de hoek met de Generaal Capiaumontstraat en de de Haernestraat: Nr. 9 (volgens n.o.v. arch. Jacques DE COSTER), 11-13 (1932, n.o.v. arch. Léon LEGRAND), 15 (1938, n.o.v. arch. Marcel KEULENEER), 53-55, 57-59 (1933, n.o.v. arch. Jean FINNÉ), 61 (1933, n.o.v. arch. C. CARLIER), 63 (1938, n.o.v. arch. Armand DEMEY).
Op de plaats van de vroegere "brasserie Saint-Antoine" uit 1910 (Nr. 8-10) ten slotte heden appartementsgebouw met gordijngevelNiet dragende gevel, meestal bestaande uit een opeenstapeling van vensterregisters. uit 1974-1975 n.o.v. arch. Henri STENNE, vier verdiepingen + laatste terugwijkende verdieping. Stijlbreuk t.a.v. aanpalende neogotischeHistoriserende stijl (vanaf ca. 1860) die teruggrijpt naar de gotische vormentaal met o.m. spitsbogen, verticalisme, puntgevels, erkers, enz. Neotudor inspireert zich op de specifieke vormentaal van de overgangsperiode tussen gotiek en renaissance in Engeland onder de Tudors. panden, Nr. 12 en 14, n.o.v. arch. Edmond SERNEELS ,1906.
De laan die een O.-W.-tracé volgt werd gecreëerd in 1903 (algemeen rooilijnenplan van de Solboswijk). Ze heeft haar naam te danken aan een katholiek staatsman uit XIX.
Het merendeel van de huizen werd gebouwd tussen 1906 en 1914 in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl. Meestal polychrome bakstenen gevel met drie bouwlagen + souterrainHoge kelder of half verzonken verdieping. en twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) ,zie Nr. 3, 5 (1910, n.o.v. arch. Louis DOURET), 18 tot 32 (zie verder) en 48 (1913, n.o.v. arch. BARTHOLYNS), 86, 88 (1914, n.o.v. arch. Léon SMETS).
Eveneens uit deze periode, en dan vooral in het tweede, even deel van de laan verschillende huizen met brede inrijpoort die naar winkel of atelier achteraan leidt, o.a. Nr. 74 tot 84 (1911, n.o.v. arch. Joseph COSTERMANS), 76 (1913, n.o.v. arch. Léon SMETS), 78 (1911), 80 (1912, n.o.v. arch. Joseph COSTERMANS), 82 (1911), 84 (1910, n.o.v. arch. P. DEBROUX).
Verder enkele typische constructies in art decoTendens tot de geometrisering van vormen en architecturale ornamenten die zich uitdrukt in het materiaal- en kleurgebruik. of modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. stijl uit het interbellum. Vaak gaat het om appartementsgebouwen, op de hoek met de Generaal Capiaumontstraat en de de Haernestraat: Nr. 9 (volgens n.o.v. arch. Jacques DE COSTER), 11-13 (1932, n.o.v. arch. Léon LEGRAND), 15 (1938, n.o.v. arch. Marcel KEULENEER), 53-55, 57-59 (1933, n.o.v. arch. Jean FINNÉ), 61 (1933, n.o.v. arch. C. CARLIER), 63 (1938, n.o.v. arch. Armand DEMEY).
Op de plaats van de vroegere "brasserie Saint-Antoine" uit 1910 (Nr. 8-10) ten slotte heden appartementsgebouw met gordijngevelNiet dragende gevel, meestal bestaande uit een opeenstapeling van vensterregisters. uit 1974-1975 n.o.v. arch. Henri STENNE, vier verdiepingen + laatste terugwijkende verdieping. Stijlbreuk t.a.v. aanpalende neogotischeHistoriserende stijl (vanaf ca. 1860) die teruggrijpt naar de gotische vormentaal met o.m. spitsbogen, verticalisme, puntgevels, erkers, enz. Neotudor inspireert zich op de specifieke vormentaal van de overgangsperiode tussen gotiek en renaissance in Engeland onder de Tudors. panden, Nr. 12 en 14, n.o.v. arch. Edmond SERNEELS ,1906.
Archieven
KB 21.07.1903, 31.07.1903.
GAEtt./OW 788, 565, 1104 (1910), 187, 1055, 2641 (1911), 3395 (1912), 5689, 5735 (1913), 35 (1914), 886 (1932), 3169, 3326 (1933), 1934, 2934, 3279 (1938), 2697 (1974).
RC 1909, p. 7; 1910, p. 9.
Publicaties en studies
MEIRE, R. J., Histoire d'Etterbeek, Musin, Brussel, 1981, p. 86.
KB 21.07.1903, 31.07.1903.
GAEtt./OW 788, 565, 1104 (1910), 187, 1055, 2641 (1911), 3395 (1912), 5689, 5735 (1913), 35 (1914), 886 (1932), 3169, 3326 (1933), 1934, 2934, 3279 (1938), 2697 (1974).
RC 1909, p. 7; 1910, p. 9.
Publicaties en studies
MEIRE, R. J., Histoire d'Etterbeek, Musin, Brussel, 1981, p. 86.
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 1993-1995.
