Sint-Antoonplein 1 tot 10 (foto 1993).
Sint-Antoonplein
Ovaal plein, doorsneden door Victor Jacobslaan.
Maakte deel uit van het "plan d'ensemble" van de Solboswijk, aangelegd in 1903.
volgens een eerste project van 1890, moest het plein in O.-W.-richting worden georiënteerd, in het verlengde van de de Gerlachestraat. Het definitieve tracé van de wijk deed het plein met 90° draaien, om op de aanpalende terreinen een hospitaal te kunnen bouwen. In 1912 werd de huidige A. Marcettestraat (de vroegere Sint-Antoonstraat, rue Saint-Antoine) verkort om wat meer ruimte rondom de koorsluiting van de kerk te bekomen. In 1951 werd het tuintje rond de kerk vergroot.
Fraaie huizen in sterk uiteenlopende stijl. Nr. 26-27 (1911) in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl XX a, met art-nouveau-inslagInternationale beweging (1893 - ca. 1914) als reactie op de ‘neo’-stijlen, maar met sterk lokale verschillen. In België kent de stijl twee stromingen, namelijk de florale art nouveau met Victor Horta als boegbeeld en anderzijds de geometrische art nouveau beïnvloed door Paul Hankar of de Wiener Secession. voor deurstijlen. Nr. 11-12 (1932, n.o.v. arch. Paul HEYDEN) met art-decobloemen op één - modernistischInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. geïnspireerde - gevel. Nr. 41-42 (1927, n.o.v. arch. Ernest HERENT) en 55 (1927) met reminiscenties aan Beaux-ArtsstijlArchitectuurstroming (ca. 1905-1930) met reminiscenties aan de grote Franse architectuurstijlen uit de 18e eeuw. Rijk en zorgvuldig gedecoreerde gevels in natuursteen en/of simili of in combinatie met baksteen. Borstweringen en poorten in fraai uitgewerkt smeedwerk..
Maakte deel uit van het "plan d'ensemble" van de Solboswijk, aangelegd in 1903.
volgens een eerste project van 1890, moest het plein in O.-W.-richting worden georiënteerd, in het verlengde van de de Gerlachestraat. Het definitieve tracé van de wijk deed het plein met 90° draaien, om op de aanpalende terreinen een hospitaal te kunnen bouwen. In 1912 werd de huidige A. Marcettestraat (de vroegere Sint-Antoonstraat, rue Saint-Antoine) verkort om wat meer ruimte rondom de koorsluiting van de kerk te bekomen. In 1951 werd het tuintje rond de kerk vergroot.
Fraaie huizen in sterk uiteenlopende stijl. Nr. 26-27 (1911) in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl XX a, met art-nouveau-inslagInternationale beweging (1893 - ca. 1914) als reactie op de ‘neo’-stijlen, maar met sterk lokale verschillen. In België kent de stijl twee stromingen, namelijk de florale art nouveau met Victor Horta als boegbeeld en anderzijds de geometrische art nouveau beïnvloed door Paul Hankar of de Wiener Secession. voor deurstijlen. Nr. 11-12 (1932, n.o.v. arch. Paul HEYDEN) met art-decobloemen op één - modernistischInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. geïnspireerde - gevel. Nr. 41-42 (1927, n.o.v. arch. Ernest HERENT) en 55 (1927) met reminiscenties aan Beaux-ArtsstijlArchitectuurstroming (ca. 1905-1930) met reminiscenties aan de grote Franse architectuurstijlen uit de 18e eeuw. Rijk en zorgvuldig gedecoreerde gevels in natuursteen en/of simili of in combinatie met baksteen. Borstweringen en poorten in fraai uitgewerkt smeedwerk..
Archieven
KB 18.06.1890, 31.07.1903, 16.09.1912, 11.11.1912.
GAEtt./OW 2532 (1911), 437, 482 (1927), 311 (1932).
RC 1903, p. 82; 1912, p. 10.
AR 492.
GAEtt./OW 2532 (1911), 437, 482 (1927), 311 (1932).
RC 1903, p. 82; 1912, p. 10.
AR 492.
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 1993-1995.
