Philippe Baucqstraat, vml. Cransstraat, naar het kruispunt met de Jules Maloulaan, afgestempeld op 1912 (Verzameling van Dexia Bank).
Philippe Baucqstraat
Van Waversesteenweg naar Kroonlaan. Loopt via de brug van de Mouberijstraat. De Philippe Baucqstraat (voordien de Cranzstraat) werd in 1902 geopend in de nieuwe Solboswijk. Enkele jaren later al werd haar tracé gewijzigd om de bocht ter hoogte van de Groothertogstraat recht te trekken en om de straat op de Sneessensstraat te laten uitlopen.
Haar huidige benaming heeft ze te danken aan de arch.-meetkundige Philippe BAUCQ, geboren in Etterbeek op 13 maart 1880. BAUCQ maakte deel uit van het Sint-Jan-Berchmanspatronaat. Als politiek gevangene tijdens WO I werd hij gefusilleerd door de Duitsers in 1915, zoals men ook kan lezen op een gedenkplaat op de hoek van de Waversesteenweg en de Groothertogstraat Nr. 1.
De straat telt een aantal burgerwoningen en huizen in uiteenlopende stijlenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust.. De woningen uit de periode 1903-1915 tellen meestal drie bouwlagen en twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) en worden gekenmerkt door lijstgevels in rode of gele baksteen afgewisseld met gekleurde steen voor de ontlastingsbogenBoog boven een venster- of deuropening die druk van het muurwerk op de stijlen afwentelt en zo het linteel ontlast. om een polychroom effect te creëren.
Zie Nr. 2 (1914), 4, 6 (1913), 11 (1906, arch. Henri CARON), 24, 26, (1903, arch. Georges DHAEYER), 25 tot 29 (1905, arch. Henri WELLENS), Nr. 33 (1903). Nr. 34-36 (1905), 40-42 (1910), 54-56 (1912), 60-62 (1907, arch. Joseph HALLAUX), 64 tot 68 (1905), 84-86 (1908), 88 (1910, met wit bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevel), 102, 104 (1906) en 111 tot 117 opgetrokken in dezelfde stijl. Nr. 106-108 gebouwd in 1905, verbouwde begane grond, met nederlandstalig opschrift tussen consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief. van balkon op tweede verdieping en sgraffitopanelen waarop kat (rechts) en hond (links) staan afgebeeld. Nr. 127, dwarsinplanting eindigend op puntgevelGevel waarvan de top driehoekig is. met in- en uitgezwenkte top, gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. boogConstructie waarvan de beschrijvende lijnen delen van cirkels of gebogen lijnen zijn en waarin alle drukkrachten optreden. op begane grond, drielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere. op verdieping. Nr. 143 tot 147: gebouwd in 1910, brede lijstgevel met vier bouwlagen en vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), winkelpui op begane grond, polychroom metselwerk.
Verder enkele modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. huizen uit de jaren 1920 ,zie Nr. 18 (1925), 39 (1924, arch. A. DELVAUX), Nr. 161 (1921, arch. A. DETRY) en 103 (1931, arch. H. JACOBS). Nr. 112-114, op de hoek met de de Haernestraat, n.o.v. de arch. SERVAIS en MULLER en gedateerd (1933). Eveneens enkele voorbeelden van modernere architectuur: Nr. 28 (1970, arch. Guy DE COSTER), 137 (1949, arch. VAN WALLENDAEL), 139 (1949) en 141 (1953, arch. L. R. WARNY). Een zekere neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. traditie is echter ook terug te vinden: Nr. 1 tot 7 (1905), 32 (1910, arch. DESRUELLES) evenals Nr. 35 (1911) en 136 tot 146 (1912).
Nr. 25 is het geboortehuis van Georges Rémi, beter gekend onder de naam HERGÉ (1907).
Haar huidige benaming heeft ze te danken aan de arch.-meetkundige Philippe BAUCQ, geboren in Etterbeek op 13 maart 1880. BAUCQ maakte deel uit van het Sint-Jan-Berchmanspatronaat. Als politiek gevangene tijdens WO I werd hij gefusilleerd door de Duitsers in 1915, zoals men ook kan lezen op een gedenkplaat op de hoek van de Waversesteenweg en de Groothertogstraat Nr. 1.
De straat telt een aantal burgerwoningen en huizen in uiteenlopende stijlenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust.. De woningen uit de periode 1903-1915 tellen meestal drie bouwlagen en twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) en worden gekenmerkt door lijstgevels in rode of gele baksteen afgewisseld met gekleurde steen voor de ontlastingsbogenBoog boven een venster- of deuropening die druk van het muurwerk op de stijlen afwentelt en zo het linteel ontlast. om een polychroom effect te creëren.
Zie Nr. 2 (1914), 4, 6 (1913), 11 (1906, arch. Henri CARON), 24, 26, (1903, arch. Georges DHAEYER), 25 tot 29 (1905, arch. Henri WELLENS), Nr. 33 (1903). Nr. 34-36 (1905), 40-42 (1910), 54-56 (1912), 60-62 (1907, arch. Joseph HALLAUX), 64 tot 68 (1905), 84-86 (1908), 88 (1910, met wit bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevel), 102, 104 (1906) en 111 tot 117 opgetrokken in dezelfde stijl. Nr. 106-108 gebouwd in 1905, verbouwde begane grond, met nederlandstalig opschrift tussen consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief. van balkon op tweede verdieping en sgraffitopanelen waarop kat (rechts) en hond (links) staan afgebeeld. Nr. 127, dwarsinplanting eindigend op puntgevelGevel waarvan de top driehoekig is. met in- en uitgezwenkte top, gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. boogConstructie waarvan de beschrijvende lijnen delen van cirkels of gebogen lijnen zijn en waarin alle drukkrachten optreden. op begane grond, drielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere. op verdieping. Nr. 143 tot 147: gebouwd in 1910, brede lijstgevel met vier bouwlagen en vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), winkelpui op begane grond, polychroom metselwerk.
Verder enkele modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. huizen uit de jaren 1920 ,zie Nr. 18 (1925), 39 (1924, arch. A. DELVAUX), Nr. 161 (1921, arch. A. DETRY) en 103 (1931, arch. H. JACOBS). Nr. 112-114, op de hoek met de de Haernestraat, n.o.v. de arch. SERVAIS en MULLER en gedateerd (1933). Eveneens enkele voorbeelden van modernere architectuur: Nr. 28 (1970, arch. Guy DE COSTER), 137 (1949, arch. VAN WALLENDAEL), 139 (1949) en 141 (1953, arch. L. R. WARNY). Een zekere neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. traditie is echter ook terug te vinden: Nr. 1 tot 7 (1905), 32 (1910, arch. DESRUELLES) evenals Nr. 35 (1911) en 136 tot 146 (1912).
Nr. 25 is het geboortehuis van Georges Rémi, beter gekend onder de naam HERGÉ (1907).
Archieven
KB 18.06.1890, 05.10.1900.
GAEtt./OW 15677, 15966 (1903), 17488, 17517, 17597, 17733, 17749, 17993 (1905), 18721 (1906), 2455 (1907), 262 (1908), 125, 585, 1677, 2264 (1910), 2542 (1911), 2902, 3809 (1912), 4822 (1913), 305 (1914), 1498 (1921), 5871(1924), 6565 (1925), 8086 (1931), 3802 (1933), 36, 4446 (1949), 2404 (1970).
GR 11.08.1902.
AR 492.
Archieven
MEIRE, R.J., Histoire d'Etterbeek, Musin, Brussel, 1981, pp. 75, 79, 86, 98.
KB 18.06.1890, 05.10.1900.
GAEtt./OW 15677, 15966 (1903), 17488, 17517, 17597, 17733, 17749, 17993 (1905), 18721 (1906), 2455 (1907), 262 (1908), 125, 585, 1677, 2264 (1910), 2542 (1911), 2902, 3809 (1912), 4822 (1913), 305 (1914), 1498 (1921), 5871(1924), 6565 (1925), 8086 (1931), 3802 (1933), 36, 4446 (1949), 2404 (1970).
GR 11.08.1902.
AR 492.
Archieven
MEIRE, R.J., Histoire d'Etterbeek, Musin, Brussel, 1981, pp. 75, 79, 86, 98.
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 1993-1995.
