Morgenlandstraat, huizenrij aan pare zijde naar de Theuxstraat (foto 1993).
Morgenlandstraat
Van Graystraat naar Jules Maloulaan. Aangelegd op het domein van baron Vandersmissen, die de aanleg van de straat financierde. Dwarsstraat van de Graystraat (voormalige steenweg naar Elsene), doorkruist door de de Theuxstraat en de Groothertogstraat. Werd rond 1901 voortgezet door de Vertrouwenstraat en volledig voor het verkeer opengesteld in 1911. De Vertrouwenstraat, Ernest Havauxstraat en Peter Benoitstraat lopen op de straat uit. Tegenwoordig wordt ze verlengd door de J. Maloulaan, tot aan het Sint-Antoonplein. Woningen, ateliers en kleine ondernemingen vormen het hoofdbestanddeel van de bebouwing.
Het tracé van het eerste deel, van de Graystraat naar de de Theuxstraat, dat parallel loopt met de Vijverstraat, is het oudste stuk van de straat (tussen 1850 en 1880). Haar architectuur baseert zich op het neoclassicismeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. maar is heden weinig homogeen wegens later toegevoegde constructies en recente verbouwingen.
Nr. 1 tot 11 : ensemble uit 1874 met telkens drie bouwlagen en drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), rechthoekige muuropeningen op begane grond, steekboogvenstersBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster. op verdiepingen; kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). met modillonsRechthoekig kraagstuk, ter versiering van een kroonlijst. en tandlijst. Nr. 1, 3, 5 zijn grotendeels verbouwd en wachten op afbraak; Nr. 7 en 9 zijn gerestaureerd door het Grondbeleid in 1974; Nr. 7 en 11 bleven het best bewaard volgens hun origineel plan. Nr. 65 tot 69 werden opgetrokken in 1895 en zijn van het neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. type.
Verder talrijke constructies volgens hetzelfde type zoals Nr. 29 tot 33 (1915, n.o.v. arch. Victor DEGAND), Nr. 45 en 47, Nr. 60 en 62 evenals Nr. 16 tot 26, ensemble dat vele wijzingen heeft ondergaan. Nr. 34 uit 1911 n.o.v. arch. A. WELLENS in een karakteristieke, imposantere stijl van rond de eeuwwisseling met polychrome gevel door het gebruik van lichte baksteen en de accentuering van de ontlastingsboogBoog boven een venster- of deuropening die druk van het muurwerk op de stijlen afwentelt en zo het linteel ontlast. boven de I-balkIJzeren latei met I-profiel..
Nr. 36 uit 1931 n.o.v. arch. H. JACOBS in modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. stijl. De Onze-Lieve-Vrouw-Onbevlektkapel, verbonden aan de Sint-Antoniuskerk, werd in 1937 eveneens in modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. stijl opgetrokken n.o.v. arch. Frans VANDENBROUCKE, ter hoogte van Nr. 41. PlintHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel. in Maaslandse zandsteen, gevel met portiek1. Open galerij of zuilengang waarvan het dak op zuilen of arcades rust; - 2. Classicistische ruimte vóór een toegangsdeur die terugspringt of niet gelijk is met de voorgevel; - 3. Samenstel van twee zuilen onder architraaf die overgang tussen twee ruimtes accentueert. links in rode baksteen waarin drie gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. rondbooglichten aan weerszijden van groot kunststenen kruis.
Het tracé van het tweede straatgedeelte (van de de Theuxstraat tot de Groothertogstraat) dateert van omstreeks 1890. Constructies van neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. en eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. inspiratie uit XX a zoals Nr. 92-94 uit 1904 n.o.v. arch. H. GODSDEEL.
Het tracé van het laatste stuk (van Groothertogstraat tot Peter Benoitstraat), het meest recente, is van de periode 1900-1920. Hier meer representatieve architectuur van deze periode: modernismeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton., zie Nr. 114 (1930, n.o.v. arch. Louis Charles PATRIS) en 118 (1934, volgens plannen van arch. L.D. MEUNIER) en functionalistische tendens zoals Nr. 105 (1936) en 112 (1963, n.o.v. arch. E. BRIEON). Daarnaast evenwel ook nog voorbeelden van typische constructies uit XX a zoals Nr. 112 tot 128, opgetrokken tussen 1910 en 1912, Nr. 139-141 (1911), en 140 tot 144: gebouwd in de jaren 1910 in rode baksteen met gebruik van witte baksteen of keramiek voor ontlastingsbogenBoog boven een venster- of deuropening die druk van het muurwerk op de stijlen afwentelt en zo het linteel ontlast. en horizontale banden ter hoogte van muuropeningen waardoor polychroom effect ontstaat. Nr. 107 tot 113 volgens neoclassicistischArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. schema.
Het tracé van het eerste deel, van de Graystraat naar de de Theuxstraat, dat parallel loopt met de Vijverstraat, is het oudste stuk van de straat (tussen 1850 en 1880). Haar architectuur baseert zich op het neoclassicismeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. maar is heden weinig homogeen wegens later toegevoegde constructies en recente verbouwingen.
Nr. 1 tot 11 : ensemble uit 1874 met telkens drie bouwlagen en drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), rechthoekige muuropeningen op begane grond, steekboogvenstersBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster. op verdiepingen; kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). met modillonsRechthoekig kraagstuk, ter versiering van een kroonlijst. en tandlijst. Nr. 1, 3, 5 zijn grotendeels verbouwd en wachten op afbraak; Nr. 7 en 9 zijn gerestaureerd door het Grondbeleid in 1974; Nr. 7 en 11 bleven het best bewaard volgens hun origineel plan. Nr. 65 tot 69 werden opgetrokken in 1895 en zijn van het neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. type.
Verder talrijke constructies volgens hetzelfde type zoals Nr. 29 tot 33 (1915, n.o.v. arch. Victor DEGAND), Nr. 45 en 47, Nr. 60 en 62 evenals Nr. 16 tot 26, ensemble dat vele wijzingen heeft ondergaan. Nr. 34 uit 1911 n.o.v. arch. A. WELLENS in een karakteristieke, imposantere stijl van rond de eeuwwisseling met polychrome gevel door het gebruik van lichte baksteen en de accentuering van de ontlastingsboogBoog boven een venster- of deuropening die druk van het muurwerk op de stijlen afwentelt en zo het linteel ontlast. boven de I-balkIJzeren latei met I-profiel..
Nr. 36 uit 1931 n.o.v. arch. H. JACOBS in modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. stijl. De Onze-Lieve-Vrouw-Onbevlektkapel, verbonden aan de Sint-Antoniuskerk, werd in 1937 eveneens in modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. stijl opgetrokken n.o.v. arch. Frans VANDENBROUCKE, ter hoogte van Nr. 41. PlintHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel. in Maaslandse zandsteen, gevel met portiek1. Open galerij of zuilengang waarvan het dak op zuilen of arcades rust; - 2. Classicistische ruimte vóór een toegangsdeur die terugspringt of niet gelijk is met de voorgevel; - 3. Samenstel van twee zuilen onder architraaf die overgang tussen twee ruimtes accentueert. links in rode baksteen waarin drie gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. rondbooglichten aan weerszijden van groot kunststenen kruis.
Het tracé van het tweede straatgedeelte (van de de Theuxstraat tot de Groothertogstraat) dateert van omstreeks 1890. Constructies van neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. en eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. inspiratie uit XX a zoals Nr. 92-94 uit 1904 n.o.v. arch. H. GODSDEEL.
Het tracé van het laatste stuk (van Groothertogstraat tot Peter Benoitstraat), het meest recente, is van de periode 1900-1920. Hier meer representatieve architectuur van deze periode: modernismeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton., zie Nr. 114 (1930, n.o.v. arch. Louis Charles PATRIS) en 118 (1934, volgens plannen van arch. L.D. MEUNIER) en functionalistische tendens zoals Nr. 105 (1936) en 112 (1963, n.o.v. arch. E. BRIEON). Daarnaast evenwel ook nog voorbeelden van typische constructies uit XX a zoals Nr. 112 tot 128, opgetrokken tussen 1910 en 1912, Nr. 139-141 (1911), en 140 tot 144: gebouwd in de jaren 1910 in rode baksteen met gebruik van witte baksteen of keramiek voor ontlastingsbogenBoog boven een venster- of deuropening die druk van het muurwerk op de stijlen afwentelt en zo het linteel ontlast. en horizontale banden ter hoogte van muuropeningen waardoor polychroom effect ontstaat. Nr. 107 tot 113 volgens neoclassicistischArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. schema.
Archieven
KB 25.01.1864, 31.07.1877, 29.10.1894, 05.10.1900.
BPA Maalbeekvallei 1977.
GAEtt./OW - (1874), 4983 (1895), 16469 (1904), 1329, 1637, 1836 (1910), 35, 613, 3173, 3306 (1911), 1469, 2555 (1912), 1590 (1915), 1341 (1927), 5956, 6879 (1930), 8150, 9114 (1931), 1671, 1690 (1932), 6207, 6499 (1934), 4537 (1936), 1234 (1937), Inschr. Reg. 1532 (1963).
GR 25.08.1899.
RC 1911, p. 6.
AR 483.
KB 25.01.1864, 31.07.1877, 29.10.1894, 05.10.1900.
BPA Maalbeekvallei 1977.
GAEtt./OW - (1874), 4983 (1895), 16469 (1904), 1329, 1637, 1836 (1910), 35, 613, 3173, 3306 (1911), 1469, 2555 (1912), 1590 (1915), 1341 (1927), 5956, 6879 (1930), 8150, 9114 (1931), 1671, 1690 (1932), 6207, 6499 (1934), 4537 (1936), 1234 (1937), Inschr. Reg. 1532 (1963).
GR 25.08.1899.
RC 1911, p. 6.
AR 483.
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 1993-1995.
