Bouwblok tussen Sint-Pietersplein en Frankenstraat, onpare zijde (foto 1993-1995).
Keltenlaan
Van Tervurenlaan naar Sint-Pietersplein. Rechte straat waarvan het tracé van het einde van XIX dateert (aanlegplan van Tervurenlaan van 1896). In 1894 waren er al plannen voor de aanleg van de Keltenlaan, als verbindingsweg met het op het grondgebied van Sint-Pieters-Woluwe gelegen kerkhof van Etterbeek. Het eerste gedeelte van de straat volgt de bedding van een oude weg die in de Hoornstraat uitkwam (in een deel van de Hoornstraat dat heden verdwenen is).
Weinig homogene bebouwing bepaald door eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. panden, veelal met al dan niet verbouwde winkelpui ; ook enkele huizen van neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inspiratie, cfr Nr. 31 (drie bouwlagen en twee traveeën) en het huis op de hoek van de Frankenstraat (drie bouwlagen en drie + één travee). Andere panden met gele of witte bakstenen gevels met gebruik van hardsteen voor banden en omlijstingen, cfr Nr. 18 (1912?, met één bouwlaag verhoogd, 1937), of een meer traditionele architectuur met polychrome bakstenen gevels zoals Nr. 34 (1906), 45, 53 (1909), 60. Enkele ensembles zoals Nr. 37-39, 41, 43 (Frankenstraat) uit 1904, Nr. 47, 49 (arch. Léon SAELENS, 1903), Nr. 67, 69 (arch. Alexandre DEBRIGODE, 1909 ; Nr. 69 met één bouwl. verhoogd, 1952).
Verder een aantal appartementsgebouwen zoals Nr. 17 tot 21 en 23 (1913) ; Nr. 3 is recenter en telt zes bouwlagen.
Weinig homogene bebouwing bepaald door eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. panden, veelal met al dan niet verbouwde winkelpui ; ook enkele huizen van neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inspiratie, cfr Nr. 31 (drie bouwlagen en twee traveeën) en het huis op de hoek van de Frankenstraat (drie bouwlagen en drie + één travee). Andere panden met gele of witte bakstenen gevels met gebruik van hardsteen voor banden en omlijstingen, cfr Nr. 18 (1912?, met één bouwlaag verhoogd, 1937), of een meer traditionele architectuur met polychrome bakstenen gevels zoals Nr. 34 (1906), 45, 53 (1909), 60. Enkele ensembles zoals Nr. 37-39, 41, 43 (Frankenstraat) uit 1904, Nr. 47, 49 (arch. Léon SAELENS, 1903), Nr. 67, 69 (arch. Alexandre DEBRIGODE, 1909 ; Nr. 69 met één bouwl. verhoogd, 1952).
Verder een aantal appartementsgebouwen zoals Nr. 17 tot 21 en 23 (1913) ; Nr. 3 is recenter en telt zes bouwlagen.
Archieven
KB 6.2.1896, 5.11.1896, 6.11.1900.
GAEtt./OW 15083, 15084, 15864 (1903), 16758, 16916 (1904).
Inschr.reg. 303 (1906), 2343, 2617 (1909), 2808 (1912), 6311 (1913), 37/28 (1937), 375 (1952).
RC 1913, p. 6.
RPV 1896, p.136.
AR 507.
Kaarten / plannen
DS Plan 1898.
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 1993-1995.
