Jachtlaan en links Oudergemselaan vanop het kruispunt van de Jacht, s.d. (Verzameling van Dexia Bank).
Jachtlaan
Van de Jachtwijk (Waversesteenweg) naar Sint-Pietersplein.
De opening werd goedgekeurd in 1871 volgens het rooilijnenplan dat door Victor Besme was bedacht. De aanleg dateert evenwel van de periode 1906-1910.
De laan wordt ten noorden onderbroken door het Acaciasplein. Hierdoor bepaalt het de plaatsing van het beeld van Constantin MEUNIER (1831-1905) door beeldhouwer DE VALERIOLA (zie Acacia'splein).
In 1906 was de Jachtlaan nog niet bebouwd, uitgezonderd enkele huizen van het Acacia'splein zoals Nr. 75-77 (1904, n.o.v. arch. Ed. BOURNONVILLE), 79 (1901), 81 (1900, volgens plannen van arch. Ed. BOURNONVILLE) van neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. aard evenals Nr. 68 (1905) en 70 (1905 n.o.v. arch. Henri CARON), 83 (1901), 85 (1901, n.o.v. arch. Ed. BOURNONVILLE) en 87 (1900) en ook het pand op de hoek met de Kolonel Van Gelestraat. Nr. 133-135 uit 1898 had aanvankelijk zijn adres in de Korenbloemenstraat (rue des Bleuets, de huidige Generaal Wangerméestraat).
In 1953 werd de laan heraangelegd (o.m. afschaffing van de centrale ophoging, aanleg van tramlijnen in het middengedeelte), met de bedoeling er een "snelweg" van te maken tussen de Tervuurse Poort en de Mouterijbrug.
De opening werd goedgekeurd in 1871 volgens het rooilijnenplan dat door Victor Besme was bedacht. De aanleg dateert evenwel van de periode 1906-1910.
De laan wordt ten noorden onderbroken door het Acaciasplein. Hierdoor bepaalt het de plaatsing van het beeld van Constantin MEUNIER (1831-1905) door beeldhouwer DE VALERIOLA (zie Acacia'splein).
In 1906 was de Jachtlaan nog niet bebouwd, uitgezonderd enkele huizen van het Acacia'splein zoals Nr. 75-77 (1904, n.o.v. arch. Ed. BOURNONVILLE), 79 (1901), 81 (1900, volgens plannen van arch. Ed. BOURNONVILLE) van neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. aard evenals Nr. 68 (1905) en 70 (1905 n.o.v. arch. Henri CARON), 83 (1901), 85 (1901, n.o.v. arch. Ed. BOURNONVILLE) en 87 (1900) en ook het pand op de hoek met de Kolonel Van Gelestraat. Nr. 133-135 uit 1898 had aanvankelijk zijn adres in de Korenbloemenstraat (rue des Bleuets, de huidige Generaal Wangerméestraat).
In 1953 werd de laan heraangelegd (o.m. afschaffing van de centrale ophoging, aanleg van tramlijnen in het middengedeelte), met de bedoeling er een "snelweg" van te maken tussen de Tervuurse Poort en de Mouterijbrug.
Het eerste deel is bebouwd met huizen uit de jaren 1925, in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. of modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. stijl; de begane grond is vaak verbouwd tot winkelpui rond 1950. Nr. 41 (1923 n.o.v. arch. Léon JANLET) vormt een fraai voorbeeld van de modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. stijl geïnspireerd door de art decoTendens tot de geometrisering van vormen en architecturale ornamenten die zich uitdrukt in het materiaal- en kleurgebruik. (met garage in de Ahornbomenstraat Nr. 28, 30).
Nr. 46 en 48 uit 1926 n.o.v. dezelfde arch., op plan met art-decodecoratie.
Twee ensembles in modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. stijl: Nr. 53 en 55 (1926, volgens plannen van arch. Constant ROSTENNE) en 57 tot 63, vier huizen uit 1925.
Opmerkelijk zijn ook Nr. 3, 5 en 7 opgetrokken in 1921 n.o.v. arch. Robert ALLARD, pand en filmzaal met 662 plaatsen die in verbinding staan met Veldstraat Nr. 6.
Nr. 13-15 (en Veldstraat Nr. 12) een tweede cinema, "Le Léopold Palace", n.o.v. arch. Jean FINNÉ uit 1924. Pand uit het interbellum met vijf bouwlagen en vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder plat dak; begane grond heden verbouwd; op verdieping twee erkersRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. met bekronend balkon in de zijtraveeën.
De ateliers van meester-glasblazer Pierre MAJÉRUS, Nr. 54, werden in verschillende fasen gebouwd. In 1920 constructie van afsluitingsmuur aan de straatzijde, garage links en hangar achteraan rechts; in 1921 bouw van tweede hangar naast de eerste en in 1924 creatie van een winkel vóór de hangar; in 1932 constructie van nieuwe ateliers tussen de garage en de winkel.
Het tweede deel van de laan is architecturaal gezien rijker en omvat fraaie woningen in Beaux-ArtsstijlArchitectuurstroming (ca. 1905-1930) met reminiscenties aan de grote Franse architectuurstijlen uit de 18e eeuw. Rijk en zorgvuldig gedecoreerde gevels in natuursteen en/of simili of in combinatie met baksteen. Borstweringen en poorten in fraai uitgewerkt smeedwerk. met invloed van het eclectismeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. in zijn meest uiteenlopende vormen, eigen aan het begin van de XXste eeuw of radicaal modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. gebouwen zoals Nr. 94-96 uit 1964.
In eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl met classicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag Nr. 101 (1908, n.o.v. arch. Fernand LEFEVRE), 103-105, 107 (1908), 109 (1907), 111 (1908), 152 (1909), 158 (getekend op de gevel "ARTHUR FRANCOIS / ARCHte TELEPAne 9827"), 160, 197 (1906, n.o.v. arch. VAN MULDER) 225 en 227-229 (1911, n.o.v. arch. Georges BORGERS).
Verder huizen uit het begin XX met gevels in afwisselnd baksteen en steen, soms versierd met art-nouveau-elementenInternationale beweging (1893 - ca. 1914) als reactie op de ‘neo’-stijlen, maar met sterk lokale verschillen. In België kent de stijl twee stromingen, namelijk de florale art nouveau met Victor Horta als boegbeeld en anderzijds de geometrische art nouveau beïnvloed door Paul Hankar of de Wiener Secession. ,zie Nr. 119 (1909), 121-123 en 125 (1907), 128 (1911) en 130 (1913, n.o.v. arch. J.M. FINNÉ), 145 (1910), 147 (1910), 149, 163 (op de hoek met de Kollebloemenstraat Nr. 2), 170 en 172, 173 (1908, n.o.v. arch. Henri GODSDEEL) getekend op de gevel, 175-177 (1908, n.o.v. arch. Edmond ABS), 176 (1908), 190, 192 en 194 (1910, n.o.v. arch. Ernest DEVROYE), 191 (1910), 199 (1908), 200 (1913, n.o.v. arch. William SAUBERT), 201 (1906, n.o.v. arch. VAN MULDER), 205 (1905, n.o.v. arch. VAN MULDER), 221 (1912, n.o.v. arch. E. DE NEVE) en 237 (1906).
Archieven
KB 06.12.1871.
GAEtt./OW 8452 (1898), 10776, 10796 (1900), 12007, 12187, 12912 (1901), 16731 (1904), 178, 17937, 18168 (1905), 94, 183, 1193 (1906), 2688, 3229 (1907), 92, 274, 454, 3738, 4008, 4023, 4322, 4364 (1908), 1596, 1780 (1909), 70, 403, 422, 1480 (1910), 617, 2564, 2888 (1911), 3928 (1912), 4096, 6466 (1913), 448, 8593, 8742 (1920), 798, 1297 (1921), 2513, 2651 (1922), 4725 (1923), 706, 4782, 5958 (1924), 6040, 6824 (1925), 8152, 8412 (1926), 1796 (1932), Inschr. Reg. 1643 (1964); RC 1906, p. 8; 1908, p. 9.
AR 507 bis.
Verzameling postkaarten Dexia Bank
Publicaties en studies
CRUNELLE, M., DEBLIECK, D., VAUTHIER, E., et al., Inventaire des salles de cinéma de la Région de Bruxelles, Dienst Monumenten en Landschappen, Brussel, 1994, fiche 102.
MEIRE, R.J., Histoire d'Etterbeek, Musin, Brussel, 1981, p. 112.
KB 06.12.1871.
GAEtt./OW 8452 (1898), 10776, 10796 (1900), 12007, 12187, 12912 (1901), 16731 (1904), 178, 17937, 18168 (1905), 94, 183, 1193 (1906), 2688, 3229 (1907), 92, 274, 454, 3738, 4008, 4023, 4322, 4364 (1908), 1596, 1780 (1909), 70, 403, 422, 1480 (1910), 617, 2564, 2888 (1911), 3928 (1912), 4096, 6466 (1913), 448, 8593, 8742 (1920), 798, 1297 (1921), 2513, 2651 (1922), 4725 (1923), 706, 4782, 5958 (1924), 6040, 6824 (1925), 8152, 8412 (1926), 1796 (1932), Inschr. Reg. 1643 (1964); RC 1906, p. 8; 1908, p. 9.
AR 507 bis.
Verzameling postkaarten Dexia Bank
Publicaties en studies
CRUNELLE, M., DEBLIECK, D., VAUTHIER, E., et al., Inventaire des salles de cinéma de la Région de Bruxelles, Dienst Monumenten en Landschappen, Brussel, 1994, fiche 102.
MEIRE, R.J., Histoire d'Etterbeek, Musin, Brussel, 1981, p. 112.
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 1993-1995.
