Gérardstraat
Van Ridderschapslaan naar Tongerenstraat.
Vertrekpunt van de Léon de Lantsheerestraat; kruist met de d'Oultremontstraat. Deel van de oude weg van Ter Kameren, ook wel Boschstraat genoemd, die voor een deel langs de grens van Sint-Lambrechts-Woluwe liep. Verbond oorspronkelijk de gemeentes Etterbeek, Sint-Lambrechts-Woluwe en Sint-Pieters-Woluwe met de Leuvense Poort (via de Leuvensesteenweg) en Schaarbeek (via de Th. Vinçottestraat).
In een document uit 1849 staat ze vermeld als de weg van Tervuren naar Mechelen. Dat ze richting Mechelen liep, wordt ook bewezen door het feit dat een weg die erop uitkwam de naam Mechelse Baen droeg (zie Ridderschapslaan). De Boschstraet vormde samen met de Sint-Pieterssteenweg en de Waversesteenweg één van de breedste en belangrijkste wegen van de gemeente. Ze werd ook zeker gebruikt om van Tervuren naar de Leuvense Poort te gaan, ook al bestond er een kortere weg via het Linthoutbos. In 1869 werd haar breedte op 10 m goedgekeurd, in 1897 werd ze nogmaals verbreed. Een deel van haar tracé heette na WO II Stafhouder Braffortstraat.
Heden bezit de straat nog talrijke huizen van neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inspiratie van XIX d met bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevels van meestal twee bouwlagen en twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken. ,zie de ensembles Nr. 2 tot 14 (1889, verdergezet in de Olmstraat Nr. 3 tot 17; Nr. 6 tot 8 nadien bedekt met parementGevel- of muurbekleding. in baksteen) en Nr. 16 tot 20 (1895, n.o.v. landmeter-aannemer Pierre ELIOT, vaak verbouwd), Nr. 32 (1872), 62, 72 (1891), 86, 88, 96 (1894), 84, 116, 118, 120 (1895), 82 (1896), 122 (1897, n.o.v. arch. E. PATERNOTTE) of het ensemble Nr. 124 en 126 volgens spiegelbeeldschema (1898?, n.o.v. arch. Arthur FRANÇOIS). Daarnaast panden in een gelijkaardige stijl maar uit XX a (Nr. 7, 1910, met winkelpui; Nr. 37, 1900; Nr. 51-53, 1904; Nr. 63, 1904; Nr. 66, 1902, parementGevel- of muurbekleding. in baksteen later toegevoegd; Nr. 90, 1900; Nr. 142-144, 1906 met oorspronkelijke winkelpui). Verder huizen in traditionele eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl uit XX a, gevels in baksteen, soms afgewisseld met banden in blauwe hardsteen, twee of drie bouwlagen, vaak + souterrainHoge kelder of half verzonken verdieping. en twee of drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken. ,zie Nr. 22-24 (1910, voormalige winkelpui), 55 (1905), 57 (1906), 64 (1901), 93 (1909, volgens plannen van arch. Ernest COLLE), 99-101 (1903, n.o.v. arch. Léon NEIRYNCK), 106, 108 (1907), 110-112 (1906, sgraffitoSgraffito (Italiaans, van sgraffiare: krabben), decoratieve muurtechniek waarbij men een donkere pleisterlaag (doorgaans zwart, roetbruin of grijs) met een lichtgekleurde pleisterlaag bedekt; door de bovenste, nog niet verharde, laag weg te nemen volgens een vooraf bepaald grafisch ontwerp ontstaat een verdiepte tekening; de lichtgekleurde pleisterlaag kan bovendien gekleurd worden ‘al fresco’ (op de verse pleister) of ‘al secco’ (op de droge pleister). boven ingang), 114, 132 (1898) of 136 (1906). Nr. 76 en 78 met lichte invloed van het "neo-eclectisme" (1906, n.o.v. arch. Louis DELAHAYE) evenals Nr. 104 (1903, n.o.v. arch. Joseph VAN NECK). Details in art decoTendens tot de geometrisering van vormen en architecturale ornamenten die zich uitdrukt in het materiaal- en kleurgebruik. en modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. stijl bij Nr. 17-19-19A (1925, n.o.v. arch. Henri TAMINE), 38 (1933, n.o.v. arch. Edmond ABS) en 74 (1937, n.o.v. arch. Michel DALEZ en Léon DEROCKER). Op de hoeken vaak panden met hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw. en winkelpuien ,zie Nr. 46-48 (1913, n.o.v. arch. Georges BORGERS), 50-50A (1924), 68-70 (1902), 103-105 en 107-109 (1904), 150 (1904). In Nr. 21-23 (1954-1956) zijn een kleuterschool en kinderdagverblijf ("La Colombe de la Paix") ondergebracht, achter de "Jardin Commandant Arthur Auguste Gérard" (1871-1914, soldaat gesneuveld op 25 augustus 1914).
Archieven
KB 18.08.1869;
GAEtt./OW - (1872), 173720 (1889), 181699 (1891), 4092 (1894), 4889, 4920, 5025, 5045 (1895), 5733 (1896), 7732 (1897), 8649. 8856, 9133 (1898), 10406, 11310 (1900), 12684 (1901), 13403, 13424 (1902), 15007, 15295, 15700 (1903), 16161, 16424, 16482, 17013 (1904), 17684 (1905), 212, 549, 550, 583, 18792, 18856 (1906), 1754, 2196, 2406 (1907), 517, 4099 (1908), 1872 (1909), 335, 947 (1910), 591 (1911), 3716 (1913), 3901 (1923), 4867, 4869, 5452 (1924), 6663 (1925), 708 (1927), 4353 (1929), 2532 (1933), 6299 (1934), 914, 1805, 2362 (1937), 770 (1938), 484 (1947), 2371 (1949), 361 (1952), Inschr. Reg. 210, 219 (1957), 729, 738 (1958), 893 (1959), 1458 (1962), 1767, 1839 (1965), 2392 (1970), 3393 (1983), 3538 (1984), GAEtt./Doss. OW "Ecole rue Gérard"; GR 24.08.1849; RC 1891, p. 334, 1897, p. 80.
