Generaal Fivéstraat
Van Waversesteenweg naar Hansen-Soulielaan.
Het gedeelte dat langs de huizen van de tuinwijk van de Etterbeekse Haard loopt, draagt deze naam al sinds 1923. De verlenging richting Waversesteenweg dateert van de jaren 1930 (met als gevolg de afbraak van verschillende huizen, waaronder die van het Busscherwoonblok ter hoogte van het kruispunt met de Waversesteenweg). De twee stukken tussen de Baron Dhanisstraat en de Hansen-Soulielaan werden in 1951 voor het verkeer geopend.
Generaal Fivé (1849-1909) was officier van de onafhankelijke staat Kongo.
De straat bevat huizen met een commerciële functie en huurpanden van de jaren 1930 evenals panden uit de jaren 1950, vnl. in de laatste twee straatdelen. De constructies uit het interbellum werden opgetrokken in art decoTendens tot de geometrisering van vormen en architecturale ornamenten die zich uitdrukt in het materiaal- en kleurgebruik. of modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. stijl; zie Nr. 7 (1934), 9 (1935, n.o.v. arch. Jacques DE COSTER) en 28 (1935, n.o.v. arch. C.P. MESKENS), alle drie volgens dubbelhuisopstand met vier bouwlagen en drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), gestapelde bow-windowsErker (afk. Engels, van bow: buiging, en window: venster) die door haar gebogen vorm integrerend deel uitmaakt van de gevel en de achterliggende ruimte. aan weerszijden van het trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht.. Nr. 23, 25 (1937), 30 (1935) en 32 (1936) n.o.v. arch. C.P. MESKENS, gelijkaardige gevels in beige baksteen met vier bouwlagen en twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...); hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel. gedomineerd door gestapelde bow-windowErker (afk. Engels, van bow: buiging, en window: venster) die door haar gebogen vorm integrerend deel uitmaakt van de gevel en de achterliggende ruimte., ingangstravee voorzien van balkons. Van dezelfde arch. eveneens Nr. 4 (1933), 11 en 13 (1936). Nr. 6, 8 (1932), 12 (1935), 21 (1935) en 26 (1936) n.o.v. arch. Jean FINNÉ. Tussen Nr. 16-18 en 20-22, ingang van de "Jardins de Fontenay-sous-Bois" (zie Veldstraat). Nr. 36A, gebouw van omstreeks 1900 met steekbogige muuropeningen, achteruitwijkend t.o.v. de rooilijn; tegenwoordig in gebruik genomen door de Lutgardisschool, oorspronkelijk deel uitmakend van het weeshuis "Saint-Joseph" (zie Veldstraat).
Het laatste deel aan oneven zijde wordt ingenomen door de gebouwen van het "Athénée royal Jean Absil" (zie Hansen-Soulielaan Nr. 27), opgetrokken in 1960 n.o.v. arch. H. JACOBS.
KB 23.02.1923
GAEtt./OW 1673, 1894 (1932), 2192 (1933), 5998 (1934), 7955, 8389, 9142, 9159, 9160 (1935), 2521, 2918, 3539, 4683 (1936), 1430, 3671 (1937), 1088 (1960)
RC 1951, p. 131;
RPV 1928, p.358; 1932, p. 337.
Publicaties en studies
MEIRE, R.J., Histoire d'Etterbeek, Musin, Brussel, 1981, pp. 102, 141, 169.
Tijdschriften
« Brique matériau de printemps » in Bâtir, 53, 1937, p. 1166.
