Charles Legrellestraat, huizenrij aan pare zijde in het begin van de straat (foto 1994).
Charles Legrellestraat
Van Pater de Dekenstraat naar Sint-Michielslaan.
Rechtlijnige verbinding, aangelegd in 1906. Oorspronkelijk liep de Ch. Legrellestraat voorbij de Sint-Michielslaan, via de huidige Pater E. Devroyestraat (die haar hedendaagse naam na WO II ontving). Het gedeelte tussen de Pater de Dekenstraat en de Legerlaan die haar doorkruist, werd pas in 1923 voltooid.
Charles Legrelle was een schepen van Etterbeek. Aan beide zijden huizen en appartementsgebouwen waarvan de oudste zich tussen de Legerlaan en de Sint-Michielslaan bevinden. Nog enkele constructies uit het begin van XX, meestal onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken., van neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inspiratie, zoals Nr. 23 (1906, bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. lijstgevel met steekboogvenstersBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster. in platte omlijsting) of in de traditionele eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl van die tijd, cfr Nr. 16 (arch. Léon SMETS, 1921) en 25 (1908).
Verder talrijke constructies uit de jaren 1920, waarvan sommige met art-deco-invloed zoals Nr. 8 (arch. Paul HAMESSE en broers, 1926) en 33 (arch. A. en V. DANLÉE en Ernest HÉRENT, 1914-1922) en architectuur in Beaux-ArtsstijlArchitectuurstroming (ca. 1905-1930) met reminiscenties aan de grote Franse architectuurstijlen uit de 18e eeuw. Rijk en zorgvuldig gedecoreerde gevels in natuursteen en/of simili of in combinatie met baksteen. Borstweringen en poorten in fraai uitgewerkt smeedwerk. zoals Nr. 34 (arch. M. GENARD, 1921) en 54 (1922).
Op de hoeken van de Legerlaan en de Atrebatenstraat, gebouwen van aanzienlijkere omvang, meestal met afgeschuindeSchuine vlakke kant aan een houten of stenen bouwonderdeel. hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw., cfr Nr. 17 (1925), 22 (1911, winkelpui op begane grond, talrijke bewerkte arduinen lateienBalkvormig element van hout, steen, beton of metaal dat een muuropening overspant en bovenliggend metselwerk steunt. en spitsbogige waterlijstenVooruitspringende rand in het gevelvlak die regenwater buiten gevel laat afdruppelen. met voluten) of 37 (1920).
Ten slotte talrijke moderne appartementsgebouwen.
Rechtlijnige verbinding, aangelegd in 1906. Oorspronkelijk liep de Ch. Legrellestraat voorbij de Sint-Michielslaan, via de huidige Pater E. Devroyestraat (die haar hedendaagse naam na WO II ontving). Het gedeelte tussen de Pater de Dekenstraat en de Legerlaan die haar doorkruist, werd pas in 1923 voltooid.
Charles Legrelle was een schepen van Etterbeek. Aan beide zijden huizen en appartementsgebouwen waarvan de oudste zich tussen de Legerlaan en de Sint-Michielslaan bevinden. Nog enkele constructies uit het begin van XX, meestal onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken., van neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inspiratie, zoals Nr. 23 (1906, bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. lijstgevel met steekboogvenstersBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster. in platte omlijsting) of in de traditionele eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl van die tijd, cfr Nr. 16 (arch. Léon SMETS, 1921) en 25 (1908).
Verder talrijke constructies uit de jaren 1920, waarvan sommige met art-deco-invloed zoals Nr. 8 (arch. Paul HAMESSE en broers, 1926) en 33 (arch. A. en V. DANLÉE en Ernest HÉRENT, 1914-1922) en architectuur in Beaux-ArtsstijlArchitectuurstroming (ca. 1905-1930) met reminiscenties aan de grote Franse architectuurstijlen uit de 18e eeuw. Rijk en zorgvuldig gedecoreerde gevels in natuursteen en/of simili of in combinatie met baksteen. Borstweringen en poorten in fraai uitgewerkt smeedwerk. zoals Nr. 34 (arch. M. GENARD, 1921) en 54 (1922).
Op de hoeken van de Legerlaan en de Atrebatenstraat, gebouwen van aanzienlijkere omvang, meestal met afgeschuindeSchuine vlakke kant aan een houten of stenen bouwonderdeel. hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw., cfr Nr. 17 (1925), 22 (1911, winkelpui op begane grond, talrijke bewerkte arduinen lateienBalkvormig element van hout, steen, beton of metaal dat een muuropening overspant en bovenliggend metselwerk steunt. en spitsbogige waterlijstenVooruitspringende rand in het gevelvlak die regenwater buiten gevel laat afdruppelen. met voluten) of 37 (1920).
Ten slotte talrijke moderne appartementsgebouwen.
Archieven
KB 4.5.1919.
GAEtt./OW 693 (1906), 3909 (1908), 4010 (1911), 371 (1914), 773 (1921 Legerlaan), 1402 (1921), 2185 (1922), 1855 (1923), 7265 (1925), 8122 (1926), inschr.reg. 1821 (1955).
RPV 1919, p. 58, 1922, p. 342.
Publicaties en studies
MEIRE, R.J., Histoire d'Etterbeek, Musin, Brussel, 1981, p. 98.
GAEtt./OW 693 (1906), 3909 (1908), 4010 (1911), 371 (1914), 773 (1921 Legerlaan), 1402 (1921), 2185 (1922), 1855 (1923), 7265 (1925), 8122 (1926), inschr.reg. 1821 (1955).
RPV 1919, p. 58, 1922, p. 342.
Publicaties en studies
MEIRE, R.J., Histoire d'Etterbeek, Musin, Brussel, 1981, p. 98.
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 1993-1995.
