Zoom
de Stassartstraat
Bekijk de weerhouden gebouwen
Van Elsense Steenweg naar Stefaniaplein. Sluit, ongeveer in midden, links aan bij Keienveldstraat en rechts bij Ridderstraat. Kruist verder Lakenweverstraat en sluit tenslotte verder rechts aan bij Kapitein Crespelstraat.
Lange slingerende en dalende eeuwenoude weg. Verbond huidige Naamse Poort met toenmalige Lange Haeg weg. Komt voor op kaart van Ferraris (1777). Deel tussen Elsense Steenweg en Keienveldstraat staat reeds op kaart van Deventer (1550-1554). Naar verluidt eerst rue de la Bergère genoemd (Historique des rues), later chemin de la Bergerie (kaart van Bouge, 1823). Rond midden van negentiende eeuw heette eerste gedeelte tot aan Keienveldstraat rue de Tir en laatste straatdeel sinds 1856 rue de Stassart (Popp-kaart, 1858). Laatste naam vanaf ca. 1870 gebruikt voor volledige straat.
Begin van de de Stassartstraat werd nog lange tijd ontsierd door ‘un affreux monticule, la butte de la porte de Namur'. Dit oude bastion du Roy maakte deel uit van de zes- en zeventiende-eeuwse vestingwerken rond Brussel en werd pas in 1863 gesloopt en genivelleerd (K.B. van 21.02.1863). Andere (lichte) wijzigingen aan het begin van de straat werden uitgevoerd volgens K.B. van 27.08.1861, 4.10.1865 en 30.08.1871.
Genoemd naar Goswin baron de Stassart (Mechelen, 1780 - Brussel, 1854) Belgisch liberaal politicus, ambtenaar, diplomaat en dichter. Lag mede aan basis Belgische onafhankelijkheid. Was tevens eerste voorzitter van Senaat en gouverneur van twee provincies. Was ook prominent vrijmetselaar en eerste grootmeester van Grootoosten van België.![]()
Oudste bebouwing concentreerde zich aan begin van de straat, in nabijheid van Elsense Steenweg en Guldenvlieslaan. Een vroeg negentiende eeuws erf met empirewoning op nr. 40-46-48 (zie dit nr.) vormt daar nog een getuige van.
Evenredig met ontplooiing van Guldenvlieslaan zal de bebouwing van de onpare straatzijde zich ontwikkelen tot achter- of bijhuizen van de huizen in de laan. Hetzelfde geldt, zij het in minder mate, voor de pare zijde waar percelen eveneens worden opgenomen binnen deze van de Elsense Steenweg. Door de nabijheid van beide winkelassen, de ermee gepaard gaande moderniseringsgolven en de opvallende aaneenschakeling van moderne gebouwen van onder andere de Guldenvliesgalerij (i.o.v. Fernand Gillion en n.o.v. arch. Pierre Pirenne, 1972-1979), is dit eerste straatdeel zwaar gehavend.
Op nr. 18 staat de eerste Anglicaanse Kerk van België (zie dit nr.), terwijl op nr. 34, in de voormalige gebouwen van L'Union Coloniale Belge, journalist Theo Fleishman het eerste 'gesproken dagblad' bracht op 1 november 1926.
Het eerste straatgedeelte eindigt aan de Keienveldstraat met twee opmerkelijke hoekoplossingen. Zo vormen de Stassartstraat nr. 64 en Keienveldstraat nr. 2 een fraai eclectischVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. geheel met neo-Vlaamse renaissanceVlaams renaissance (vanaf 16e eeuw). Stijl die elementen uit de Italiaanse renaissance toepast op de traditionele bak- en zandsteenstijl. De neo-Vlaamse renaissance (ca 1860-1914) grijpt vanuit een nationalistische tendens terug naar de Vlaamse renaissance en haar specifieke ornamentiek. De stijl kenmerkt zich door een polychroom materiaalgebruik en een volumespel d.m.v. erkers, torentjes, trapgevels, enz. elementen en een beeldbepalende arkelVeelhoekig of rond uitkragend volume op de hoek van een gebouw en langs één of meer verdiepingen opgaand; vaak in de vorm van een torentje. (zie Keienveldstraat nr. 2), terwijl in Keienveldstraat nr. 1-3 - de Stassartstraat nr. 66-68, vroeger het schitterende Hôtel des Chevaliers was ondergebracht. De oorspronkelijk twee neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. panden (arch. E. Watelet, 1898) werden tussen 1927 en 1931 stelselmatig aangepast tot een art-decoparel (arch. François Van Stichel). Helaas degradeerde het hotel later tot haar huidige vorm.![]()
Onder invloed van de nieuwe Louizawijk, kende het tweede straatdeel een snelle bebouwingsgolf vanaf de jaren 1860. Ze bestaat in hoofdzaak uit een aaneenschakeling van eerder sobere neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. (opbrengst)huizen (zie nr 78, 80 en de aaneenschakeling van nr. 61 tot 79) met hier en daar eerder eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. voorbeelden (zie nr. 67). Verder in straat opeenvolging van dito burgerwoningen met symmetrische compositieTypische gevelopstand bestaande uit drie gelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouwlagen volgens verkleinende ordonnantie; de centrale travee wordt in vele gevallen rijker uitgewerkt en benadrukt door haar licht te laten uitspringen en/of door één of meerdere balkons; het grondplan bestaat over het algemeen uit een aaneenschakeling van kamers. (zie nr. 85-87 tot 107). Aan eind van de straat eerder rijkere bebouwing aansluitend op oorspronkelijke bebouwing van Louizalaan en Stefaniaplein, met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. burger- en herenwoningen (zie nr. 117 tot 125 en nr. 131). Pare zijde is minder homogeen bewaard gebleven, onder andere door talrijke verbouwingen, onder andere op eind van de straat, verbouwing van menig benedenverdieping tot winkel.
GAE/OW Historique des rues (1925).
GAE/DS 34: 95-34; 66-68: 95-66, 95-66-68.
Publicaties en studies
BECKER, B. (o.l.v.), L'histoire Illustrée du Haut de la Ville, Publications de Bruxelles, Brussel, 1972, pp. 126-134.
HAINAUT, M., BOVY, Ph., Porte de Namur, Gemeente Elsene, Brussel, 2000 (À la découverte de l'histoire d'Ixelles, 7), pp. 12-14.
Tijdschriften
BILLEMONT, J., 'La rue de Stassart', Mémoire d'Ixelles, 6, 1982, s.p.

































