Zoom
Keienveldstraat 7, detail van thans verdwenen muurplaat (foto 2007).
Keienveldstraat
Van de Stassartstraat naar Gewijdeboomstraat. Leidt naar Herderstraat, kruist vervolgens Koninklijke Prinsstraat en leidt verder naar Prins Albert- en Eendracht-, Voorzitter- en Jean d'Ardennestraat.
Eeuwenoude verbindingsweg tussen huidige de Stassartstraat en Gewijdeboomstraat. Staat reeds getekend op anoniem Plan van Brussel, Hoofdstadt van Brabant uit 1729. Werd aanvankelijk Kar(r)eveldstraat genoemd. Midden 19e eeuw herdoopt tot huidige naam verwijzend naar oorspronkelijk veld met talrijke keien in bodem. Rooilijnen aangepast volgens K.B. van 23.09.1843. K.B. van 20.02.1903 voorzag aanpassing van rooilijnen aan begin van de pare zijde, tussen de Stassaertstraat en Herderstraat, maar plan werd uiteindelijk slechts toegepast van nr. 2 tot 6.
Bebouwing concentreerde zich aanvankelijk (ca. 18e eeuw) rond kruispunt met Koninklijke Prinsstraat. In de buurt ervan, op het Graenveld, stond tussen het eind van de 17e eeuw en midden van de 18e eeuw een staakmolen.
Pas rond midden van 19e eeuw was straat volgebouwd met eerder bescheiden neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. huizen (zie nr. 95 tot 115). Pare zijde werd toentertijd gekenmerkt door industrie gerelateerd architectuur zoals de nog bestaande aaneenschakeling van arbeidershuizen (zie nr. 8 tot 18-20) vaak met kleine koer, een verdwenen azijnfabriek op kruispunt met Herderstraat (POPP, 1860) en verder tweetal beluiken, namelijk carrés Boret (10 huizen) en carrés Demoor (14 huizen). Meesten werden samen met nr. 58 tot 126 tijdens de jaren 1960-1970 gesloopt (zie lager).
Jaren 1870 werden gekenmerkt door modernisatiegolf met toevoeging van bouwlagen en inbreng van winkelpuien.

Begin van straat heeft twee opmerkelijke hoekoplossingen. Zo vormen de Stassartstraat nr. 64 en Keienveldstraat nr. 2 een fraai eclectischVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. geheel met neo-Vlaamse renaissanceVlaams renaissance (vanaf 16e eeuw). Stijl die elementen uit de Italiaanse renaissance toepast op de traditionele bak- en zandsteenstijl. De neo-Vlaamse renaissance (ca 1860-1914) grijpt vanuit een nationalistische tendens terug naar de Vlaamse renaissance en haar specifieke ornamentiek. De stijl kenmerkt zich door een polychroom materiaalgebruik en een volumespel d.m.v. erkers, torentjes, trapgevels, enz. elementen en een beeldbepalende arkelVeelhoekig of rond uitkragend volume op de hoek van een gebouw en langs één of meer verdiepingen opgaand; vaak in de vorm van een torentje. (zie nr. 2), terwijl op Keienveldstraat nr. 1-3 - de Stassartstraat nr. 66-68, vroeger het schitterende Hôtel des Chevaliers was ondergebracht. De oorspronkelijk twee neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. panden (arch. E. Watelet, 1898) werden tussen 1927 en 1931 stelselmatig aangepast tot een art-decoparel (arch. François Van Stichel). Helaas degradeerde het hotel later tot haar huidige vorm.
Eeuwenoude verbindingsweg tussen huidige de Stassartstraat en Gewijdeboomstraat. Staat reeds getekend op anoniem Plan van Brussel, Hoofdstadt van Brabant uit 1729. Werd aanvankelijk Kar(r)eveldstraat genoemd. Midden 19e eeuw herdoopt tot huidige naam verwijzend naar oorspronkelijk veld met talrijke keien in bodem. Rooilijnen aangepast volgens K.B. van 23.09.1843. K.B. van 20.02.1903 voorzag aanpassing van rooilijnen aan begin van de pare zijde, tussen de Stassaertstraat en Herderstraat, maar plan werd uiteindelijk slechts toegepast van nr. 2 tot 6.
Bebouwing concentreerde zich aanvankelijk (ca. 18e eeuw) rond kruispunt met Koninklijke Prinsstraat. In de buurt ervan, op het Graenveld, stond tussen het eind van de 17e eeuw en midden van de 18e eeuw een staakmolen.
Pas rond midden van 19e eeuw was straat volgebouwd met eerder bescheiden neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. huizen (zie nr. 95 tot 115). Pare zijde werd toentertijd gekenmerkt door industrie gerelateerd architectuur zoals de nog bestaande aaneenschakeling van arbeidershuizen (zie nr. 8 tot 18-20) vaak met kleine koer, een verdwenen azijnfabriek op kruispunt met Herderstraat (POPP, 1860) en verder tweetal beluiken, namelijk carrés Boret (10 huizen) en carrés Demoor (14 huizen). Meesten werden samen met nr. 58 tot 126 tijdens de jaren 1960-1970 gesloopt (zie lager).
Jaren 1870 werden gekenmerkt door modernisatiegolf met toevoeging van bouwlagen en inbreng van winkelpuien.
Begin van straat heeft twee opmerkelijke hoekoplossingen. Zo vormen de Stassartstraat nr. 64 en Keienveldstraat nr. 2 een fraai eclectischVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. geheel met neo-Vlaamse renaissanceVlaams renaissance (vanaf 16e eeuw). Stijl die elementen uit de Italiaanse renaissance toepast op de traditionele bak- en zandsteenstijl. De neo-Vlaamse renaissance (ca 1860-1914) grijpt vanuit een nationalistische tendens terug naar de Vlaamse renaissance en haar specifieke ornamentiek. De stijl kenmerkt zich door een polychroom materiaalgebruik en een volumespel d.m.v. erkers, torentjes, trapgevels, enz. elementen en een beeldbepalende arkelVeelhoekig of rond uitkragend volume op de hoek van een gebouw en langs één of meer verdiepingen opgaand; vaak in de vorm van een torentje. (zie nr. 2), terwijl op Keienveldstraat nr. 1-3 - de Stassartstraat nr. 66-68, vroeger het schitterende Hôtel des Chevaliers was ondergebracht. De oorspronkelijk twee neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. panden (arch. E. Watelet, 1898) werden tussen 1927 en 1931 stelselmatig aangepast tot een art-decoparel (arch. François Van Stichel). Helaas degradeerde het hotel later tot haar huidige vorm.
Naast dit hotel, op nr. 7, duidt een marmeren herinneringspaneel het sterfthuis aan van generaal burggraaf Frédéric Dollin du Fresnel (1787-1856), militair tijdens de Napoleontische oorlogen en de Belgische Onafhankelijkheidstrijd.
Van nr. 11 tot 15, aaneenschakeling van neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. huizen met symmetrische compositieTypische gevelopstand bestaande uit drie gelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouwlagen volgens verkleinende ordonnantie; de centrale travee wordt in vele gevallen rijker uitgewerkt en benadrukt door haar licht te laten uitspringen en/of door één of meerdere balkons; het grondplan bestaat over het algemeen uit een aaneenschakeling van kamers.; nr. 13, woonplaats van schilders Philippe-Joseph Maillart (1764 – 1856), dichter Johan-Michiel Dautzenberg (1808 – 1869) en naturalist Philippe Dautzenberg (1849 – 1935); nr. 15, bekleed met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel., maar behouden deuromlijsting in empirestijl. Vergelijkbare deuromlijsting op nr. 33.
Op nr. 30-32 vleugeldeur en koetspoort met fraaie bovenlichtenBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden. in empirestijl. Iets verder op nr. 36-38, opbrengsthuis i.o.v. Victor Rival en n.o.v. arch. William Defontaine, 1910, met achterliggend ‘bureaux et ateliers de peintres' (1910), maar nadien herhaaldelijk verbouwd (1928, 1951 en 1993).
Op nr. 40-42 en 44 had François Berden zijn herenhuis met achterliggende pianofabriek (zie deze nr.), terwijl een paar huizen verder de kiem van de latere Confiserie - Chocolaterie Antoine lag (zie nr. 48). Ongeveer schuin erover (zie nr. 57-59) herinnert een marmeren plaat aan het geboortehuis van Auguste Perret (Elsene, 1875-1954), pionier inzake de toepassing van gewapend beton.
Tweede deel van de Keienveldstraat werd aan pare zijde volledig gesloopt tussen 1960 en 1970, meestal om plaats te ruimen voor parkeerplaatsen voor de achterliggende bedrijfsgebouwen van nv Solvay. Enkel het bouwblok tussen de Koninklijke Prinsstraat en de Prins Albertstraat werd bebouwd, zij het met kantoorgebouwen (nr. 58 tot 70) voor het bedrijf Solvay n.o.v. arch. A. Belpalme, 1961 (zie Prins Albertstraat, Instituut Solvay). Verder aan pare zijde omheinde parking met bomen en op hoek met Gewijde boomstraat openbaar parkje.
Onpare zijde heeft voorbij de Eendrachtstraat nog oorspronkelijke bebouwing bewaard, zoals nr. 91-93, voormalige empirewoning, nog herkenbaar in rondboogvenster op eerste verdieping, maar helaas bekleed met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. (1959), en verder homogene aaneenschakeling van neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. huizen van nr. 95-97 tot 115 (zie deze nr.)
Archieven
GAE/OW Historique des rues (1925).
GAE/OW Historique des rues (1925).
GAE/OW 186.
GAE/DS 1-3: 95-68; 11: 186-11; 13: 186-13; 15: 186-15; 30-32: 186-32; 33: 186-33; 36-38: 186-36-38; 58 tot 70: 186-58-70; 57-59: 186-57-59; 91-93: 186-91-93.
Publicaties en studies
HAINAUT, M., BOVY, Ph., Porte de Namur, Gemeente Elsene, Brussel, 2000 (À la découverte de l'histoire d'Ixelles, 7), pp. 14-17.
GAE/DS 1-3: 95-68; 11: 186-11; 13: 186-13; 15: 186-15; 30-32: 186-32; 33: 186-33; 36-38: 186-36-38; 58 tot 70: 186-58-70; 57-59: 186-57-59; 91-93: 186-91-93.
Publicaties en studies
HAINAUT, M., BOVY, Ph., Porte de Namur, Gemeente Elsene, Brussel, 2000 (À la découverte de l'histoire d'Ixelles, 7), pp. 14-17.
Kaarten / plannen
Plan van Brussel, Hoodfstadt van Brabant, Koninklijke Bibiotheek, Kaarten en Plannen, XXXI Brussel, ref. III, 3.281, 1729.
POPP, P. C., Atlas cadastral de Belgique, Plan parcellaire de la commune d'Ixelles avec les mutations, Bruxelles, 1860.
Plan van Brussel, Hoodfstadt van Brabant, Koninklijke Bibiotheek, Kaarten en Plannen, XXXI Brussel, ref. III, 3.281, 1729.
POPP, P. C., Atlas cadastral de Belgique, Plan parcellaire de la commune d'Ixelles avec les mutations, Bruxelles, 1860.
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 2007-2009.

































