Zoom
Kapitein Crespelstraat
Bekijk de weerhouden gebouwen
Van Guldenvlieslaan naar de Stassartstraat.
Sterk hellende straat die centraal afbuigt naar de Stassartstraat. Aangelegd volgens K.B. van 31.10.1877 op de gronden van grootgrondbezitters Fortamps, Graux en Van Zeebroeck.![]()
Genoemd naar Louis Crespel (Doornik, 1838 – Zanzibar, 1878), kapitein van het Belgisch leger en pionier inzake de verkenning van het Afrikaanse continent i.o.v. Leopold II.
Hoofdzakelijk bebouwd tussen 1878 en 1897 met fraaie neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. of eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. burger- en herenhuizen.
Straatbeeld aan beide zijden sterk gehavend door sloop (voormalige nr. 28 tot 40) en/of bedenkelijke nieuwbouw (nr. 5 tot 21). Veel huizen n.o.v. arch. Jules Brunfaut verdwenen hierdoor, met name voormalige nr. 27, 51 (1888) en zijn eigen woning op nr. 38 (1880). Nr. 2, op hoek met Lakenweversstraat, opbrengsthuis met opvallende hoekoplossing, was oorspronkelijk bankgebouw in Beaux-ArtsstijlArchitectuurstroming (ca. 1905-1930) met reminiscenties aan de grote Franse architectuurstijlen uit de 18e eeuw. Rijk en zorgvuldig gedecoreerde gevels in natuursteen en/of simili of in combinatie met baksteen. Borstweringen en poorten in fraai uitgewerkt smeedwerk., later aangepast in sobere art decoTendens tot de geometrisering van vormen en architecturale ornamenten die zich uitdrukt in het materiaal- en kleurgebruik. (arch. Albert Herent, 1928). Iets verder op Kapitein Crespelstraat nr. 6 en Lakenweversstraat nr. 3, modernistischInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. appartementsgebouw n.o.v. A. & Y. Blomme, 1935, maar sterk verbouwd.![]()
Op nr. 27 toegang tot parking Louizagalerij achter schermgevelSchijngevel die de achterliggende constructie van een gebouw wil verbergen. (arch. J. Cuisinier, 1962), vervangt fraaie burgerwoning in neo-Vlaamse renaissanceVlaams renaissance (vanaf 16e eeuw). Stijl die elementen uit de Italiaanse renaissance toepast op de traditionele bak- en zandsteenstijl. De neo-Vlaamse renaissance (ca 1860-1914) grijpt vanuit een nationalistische tendens terug naar de Vlaamse renaissance en haar specifieke ornamentiek. De stijl kenmerkt zich door een polychroom materiaalgebruik en een volumespel d.m.v. erkers, torentjes, trapgevels, enz. stijl, nl. ‘A l'Olivier' n.o.v. arch. Jules Brunfaut, 1883.
GAE/OW Historique des rues (1925).
GAE/OW 58.
GAE/DS 2: 58-2. 6: 58-6 & 102-3; 27: 58-27; 51: 58-49-51.
Publicaties en studies
38: BONNET, D., Jules Brunfaut 1852-1942 (onuitgeg. verh.), Institut Supérieur d'Architecture La Cambre, Brussel, 1985, pp. 15-23, 34-36, 54-57.
Tijdschriften
BRUNFAUT, J., «Maison, 51, rue Crespel, Bruxelles (1888)», L'Émulation, 10, 1891, pl. 22-23.
«Œuvres publiées, Maison, 51 r. Crespel, à Bruxelles (1883)», L'Émulation, 11, 1885, col. 160.
BRUNFAUT, J., «Maison, À l'Olivier, 27, r. Crespel, Bruxelles», L'Émulation, 11, 1885, pl. 38-39.
































