Zoom
Emmanuel Van Driesschestraat
Bekijk de weerhouden gebouwen
Van Frans Merjaystraat op kruising met Emile Bouilliotstraat, naar Louis Lepoutrelaan; kruist Fernand Neuraystraat.
Aangelegd volgens het Plan général d'alignement et d'expropriation par zones voor de ‘Berkendaelwijk' (n.o.v. landmeter César Boon), volgens KB 12.07.1902 – later licht gewijzigd door KB van 02.05 en 31.05.1904.
Rechte straat afgezoomd door bosesdoorn.
Genoemd naar leraar Nederlandse Letterkunde aan het Koninklijk Atheneum van Brussel, bekend (toneel)schrijver, gemeenteraadslid en schepen van Elsene (Zele, 1824 – Elsene, 1897).
Heterogene bebouwing met meestal drie bouwlagen en gebouwd tussen 1902 en 1925.
Begin van de straat wordt aan onpare zijde benadrukt door fraai appartementsgebouw in art decoTendens tot de geometrisering van vormen en architecturale ornamenten die zich uitdrukt in het materiaal- en kleurgebruik. (zie Emmanuel Van Driesschestraat nr. 1 - Emile Bouilliotstraat nr. 2), vervolgens bebouwd met hoofdzakelijk eenvoudige woningen in sobere eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl of met geometrische art-nouveauInternationale beweging (1893 - ca. 1914) als reactie op de ‘neo’-stijlen, maar met sterk lokale verschillen. In België kent de stijl twee stromingen, namelijk de florale art nouveau met Victor Horta als boegbeeld en anderzijds de geometrische art nouveau beïnvloed door Paul Hankar of de Wiener Secession. inslag (nr. 23: arch. Nourbaix, 1909; nr. 39: arch. J.H. Verhoeven, 1907) en wordt beëindigd door opbrengsthuis in art-decoTendens tot de geometrisering van vormen en architecturale ornamenten die zich uitdrukt in het materiaal- en kleurgebruik. (zie Emmanuel Van Driesschestraat nr. 31 - Fernand Neuraystraat nr. 59). Tweede straatgedeelte bepaald door enkele Beaux-Artswoningen (nr. 47: 1913; nr. 49: n.o.v. ing.-arch. R. Tock-Hlebnikoff, 1912) tussen eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. voorbeelden (nr. 55: asymmetrische compositieTypische gevelopstand bestaande uit twee ongelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouwlagen volgens verkleinende ordonnantie; de hoofdtravee is meestal breder, rijker uitgewerkt en wordt verder benadrukt door licht vooruit te springen en/of door één of meer balkons; de kelders zijn meestal hoog, wat zich vertaalt in een hoge onderbouw; het grondplan bestaat over het algemeen uit een aaneenschakeling van kamers. met puntgevelGevel waarvan de top driehoekig is. en kleurrijke florale faiencepanelen op borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust., 1911) en dito gehelen (nr. 63, 69: n.o.v. arch. Fernand Discailles, 1906 en 65, 67: 1906).
Aan pare zijde begint de straat met een homogeen bouwblok tussen F. Merjay-, Hervormings-, F. Neuray en de E. Van Driesschestraat, bestaande uit eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. huizen met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie. (zie nr. 2 tot 28). Naast eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. en Beaux-Artswoningen (nr. 54 en 62: Beaux-Artswoningen, telkens gesigneerd ‘P. Picquet / arch.', resp. 1924 en 1922). Het tweede straatgedeelte kent een aantal opvallende woningen, waaronder de kunstenaarswoning van schilder Eugène Mahaux (1874-1946) (zie nr. 74). De straat wordt echter door een banaal modernistischInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. appartementsgebouw beëindigd (nr. 78: n.o.v. A. Cornut, 1957).
GAE/OW Historique des rues (1925); GAE/OW 261; GAE/OW Convention Berkendael (plan naar de hand van landmeter C. Boon, Elsene, 20 september 1898).
GAE/DS 13: 114-23; 39: 114-39; 47: 114-47; 49: 114-49; 54: 114-54; 55: 114-55; 62: 114-62; 63:114-63; 65: 114-65; 67: 114-67; 69: 114-69; 78: 114-78, 213-49.
Tijdschriften
HAINAUT, M., « Une rue d'Ixelles porte leur nom, 2eme partie de H à Z », Mémoire d'Ixelles, 29, 1988, p. 41.






























