Zoom
Elsensesteenweg 126-130 (Françoise Waltéry © MRBC - MBHG, 2011).
Elsensesteenweg 126-130
Appartementsgebouw met winkels op benedenverdieping n.o.v. arch. Josse Van Kriekinge, 1926.
Vervangt burgerwoning en herenhuis van Nieuwinckel (arch. Slater, 1852). Uiteindelijke uitvoering van appartementsgebouw niet overeenkomstig art-deco-ontwerp van bouwaanvraag.
Symmetrische gevel met zes bouwlagen en acht traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Hoogste bouwlaag als attiekverdiepingVerdieping (soms halve verdieping), gelegen net boven de kroonlijst of als terugspringende hoogste verdieping van een gebouw. met doorlopend terras met smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. tussen zware postamenten1. Rechthoekig voetstuk van een standbeeld; - 2. Balkvormige stenen bekroning; - 3. Stenen zijstukken van een balkonborstwering.. Benedenverdieping bekleed met groengrijze geaderde marmer (1957). Verdiepingen in similiBepleistering ter imitatie van natuursteen. met drielichtenGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere. op verdiepingen, vaak in vorm van gestapelde trapezoïdale erkersRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. met geribde borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust..
Interieur. Benedenverdieping met twee trappenhuizenGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. naar telkens twee luxeappartementen per verdieping en verder winkelruimten met achteraan bijhorende voorzieningen (keuken, bureau, wc, …).
Archieven
GAE/DS 171-126-130.
Vervangt burgerwoning en herenhuis van Nieuwinckel (arch. Slater, 1852). Uiteindelijke uitvoering van appartementsgebouw niet overeenkomstig art-deco-ontwerp van bouwaanvraag.
Symmetrische gevel met zes bouwlagen en acht traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Hoogste bouwlaag als attiekverdiepingVerdieping (soms halve verdieping), gelegen net boven de kroonlijst of als terugspringende hoogste verdieping van een gebouw. met doorlopend terras met smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. tussen zware postamenten1. Rechthoekig voetstuk van een standbeeld; - 2. Balkvormige stenen bekroning; - 3. Stenen zijstukken van een balkonborstwering.. Benedenverdieping bekleed met groengrijze geaderde marmer (1957). Verdiepingen in similiBepleistering ter imitatie van natuursteen. met drielichtenGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere. op verdiepingen, vaak in vorm van gestapelde trapezoïdale erkersRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. met geribde borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust..
Interieur. Benedenverdieping met twee trappenhuizenGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. naar telkens twee luxeappartementen per verdieping en verder winkelruimten met achteraan bijhorende voorzieningen (keuken, bureau, wc, …).
Archieven
GAE/DS 171-126-130.
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 2009-2011.





































