Zoom
Atheneumstraat 17, Koninklijk Atheneum van Elsene, 2009 © bepictures / BRUNETTA V. – EBERLIN M.
Voormalig koninklijk atheneum van Elsene
Atheneumstraat 17
Schoolgebouw in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl n.o.v. arch. Louis Coenraets, 1883-1885.
Het is een van de opmerkelijkste voorbeelden van functionele schoolarchitectuur in Brussel in de jaren 1880. Toen het niet meer genoeg leerlingen had volgens de nieuwe normen van de grote onderwijshervorming, sloot het atheneum in 1990 zijn deuren. Thans is in het gebouw een afdeling van het Koninklijk Muziekconservatorium van Brussel gevestigd.
Geschiedenis
Het voormalige Koninklijk Atheneum van Elsene ontstond in het kader van het Plan d'alignement et d'expropriation par zones pour la transformation du quartier dit de Saint-Boniface van 1876 dat naast de aanleg van wegen, ook de bouw van een middelbare school voorzag. Oorspronkelijk was als locatie de hoek van de Tulpstraat en de Lang-Levenstraat, tegenover een overdekte markt (zie Tulpstraat) voorzien. Maar de gemeente vond de onmiddellijke nabijheid van de markthallen nefast voor de opvoeding van de scholieren en besloot nieuwe bouwgronden te kopen van Jacquelaert, tussen de huidige J. Bouillonstraat, Atheneumstraat en Elsensesteenweg.
In 1878 vertrouwde de gemeente de uitvoering van de plannen toe aan de directeur van openbare werken van de gemeente, de architect Louis Coenraets. De voltooiing van de werken, die voorzien was in 1880, liep om diverse administratieve redenen vertraging op.
Intussen was de wet van 15.06.1881 gestemd betreffend de oprichting van koninklijke athenea. De gemeente Elsene die al drie middelbare scholen bezat, waarvan de lokalen verspreid waren over drie gebouwen, kreeg van de minister van Nationale Opvoeding de toelating om zijn middelbare school om te vormen tot een nieuw atheneum. Zo ontstond er dus een atheneum (met als voordeel dat de gemeente van nationale subsidies kon genieten voor de bouw) waarvan de definitieve plannen in januari 1883 werden goedgekeurd. Het gebouw werd uiteindelijk in 1885 voltooid en op 10.08.1886 ingewijd.

Gevels
Gebouw in erg sobere neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl. Hardstenen sokkelHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel.. BepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevel met schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren.. Drie bouwlagen en achttien traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Rondboogvensters tussen geblokte pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. en onder hanenkammenVlakke samengestelde latei, waarvan de stenen als boogstenen functioneren; in ruime zin slaat de term ook op een boog met een getrapte (pseudo-) boogrug.; venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op verdiepingen rechthoekig.
In Atheneumstraat bijgebouw in dezelfde stijl maar met slechts twee bouwlagen (D).

Plan van 1883. Bij de bouw bestond het gebouw uit vier te onderscheiden gedeelten, die alle met elkaar verbonden waren: het toegangsgebouw in de Jules Bouillonstraat met de vestibule die uitgaf in het midden van het eigenlijke grote schoolgebouw, en een grote trap naar de verdiepingen van het gebouw zelf en naar het grote gebouw met klaslokalen (A); het eigenlijke grote schoolgebouw is onderverdeeld in drie afzonderlijke volumes (B); het dienstgebouw met de gymnastiekzaal en een grote overdekte speelplaats heeft tevens een galerijOverdekte gang, aan één of beide zijden geritmeerd door zuilen, kolommen of pijlers, bogengang genoemd indien geritmeerd door arcaden. op de eerste verdieping; alle klaslokalen geven hierop uit (C); het gebouw in de Atheneumstraat met de directeurswoning (D).

Er werden enkele wijzigingen aangebracht aan het plan van 1883. Aan de gymnastiekzaal wordt een verdieping toegevoegd die kan dienst doen als tekenzaal. Deze werd toegevoegd om het ‘lelijke effect' van het gebouw dat gekneld zat tussen de twee hogere gebouwen, weg te werken; de trap naar deze nieuwe verdieping werd tegen de toegangsvestibule geplaatst. De ruimte die hiervoor nodig was (2m60 breed) werd ingewonnen op de oppervlakte van de studiezaal (benedenverdieping) en het fysicalokaal (verdieping).
Groot schoolgebouw (B). Het centrale volume van het gebouw ligt rond een grote overdekte speelplaats met een galerijOverdekte gang, aan één of beide zijden geritmeerd door zuilen, kolommen of pijlers, bogengang genoemd indien geritmeerd door arcaden. die toegang geeft tot de klaslokalen; het is overdekt met een ijzeren structuur – oorspronkelijk gecombineerd met glas – die de stijl van sommige schoolgebouwen in art nouveauInternationale beweging (1893 - ca. 1914) als reactie op de ‘neo’-stijlen, maar met sterk lokale verschillen. In België kent de stijl twee stromingen, namelijk de florale art nouveau met Victor Horta als boegbeeld en anderzijds de geometrische art nouveau beïnvloed door Paul Hankar of de Wiener Secession. vanaf 1900 aankondigt. Er werd bijzondere zorg besteed aan het comfort van de leerlingen: de klassen, voorzien voor telkens veertig leerlingen, zijn erg ruim; er is 5m3 lucht voorzien per leerling; ze beschikten ook over een moderne centrale verwarming.
Het is een van de opmerkelijkste voorbeelden van functionele schoolarchitectuur in Brussel in de jaren 1880. Toen het niet meer genoeg leerlingen had volgens de nieuwe normen van de grote onderwijshervorming, sloot het atheneum in 1990 zijn deuren. Thans is in het gebouw een afdeling van het Koninklijk Muziekconservatorium van Brussel gevestigd.
Geschiedenis
Het voormalige Koninklijk Atheneum van Elsene ontstond in het kader van het Plan d'alignement et d'expropriation par zones pour la transformation du quartier dit de Saint-Boniface van 1876 dat naast de aanleg van wegen, ook de bouw van een middelbare school voorzag. Oorspronkelijk was als locatie de hoek van de Tulpstraat en de Lang-Levenstraat, tegenover een overdekte markt (zie Tulpstraat) voorzien. Maar de gemeente vond de onmiddellijke nabijheid van de markthallen nefast voor de opvoeding van de scholieren en besloot nieuwe bouwgronden te kopen van Jacquelaert, tussen de huidige J. Bouillonstraat, Atheneumstraat en Elsensesteenweg.
In 1878 vertrouwde de gemeente de uitvoering van de plannen toe aan de directeur van openbare werken van de gemeente, de architect Louis Coenraets. De voltooiing van de werken, die voorzien was in 1880, liep om diverse administratieve redenen vertraging op.
Intussen was de wet van 15.06.1881 gestemd betreffend de oprichting van koninklijke athenea. De gemeente Elsene die al drie middelbare scholen bezat, waarvan de lokalen verspreid waren over drie gebouwen, kreeg van de minister van Nationale Opvoeding de toelating om zijn middelbare school om te vormen tot een nieuw atheneum. Zo ontstond er dus een atheneum (met als voordeel dat de gemeente van nationale subsidies kon genieten voor de bouw) waarvan de definitieve plannen in januari 1883 werden goedgekeurd. Het gebouw werd uiteindelijk in 1885 voltooid en op 10.08.1886 ingewijd.
Gevels
Gebouw in erg sobere neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl. Hardstenen sokkelHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel.. BepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevel met schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren.. Drie bouwlagen en achttien traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Rondboogvensters tussen geblokte pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. en onder hanenkammenVlakke samengestelde latei, waarvan de stenen als boogstenen functioneren; in ruime zin slaat de term ook op een boog met een getrapte (pseudo-) boogrug.; venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op verdiepingen rechthoekig.
In Atheneumstraat bijgebouw in dezelfde stijl maar met slechts twee bouwlagen (D).
Plan van 1883. Bij de bouw bestond het gebouw uit vier te onderscheiden gedeelten, die alle met elkaar verbonden waren: het toegangsgebouw in de Jules Bouillonstraat met de vestibule die uitgaf in het midden van het eigenlijke grote schoolgebouw, en een grote trap naar de verdiepingen van het gebouw zelf en naar het grote gebouw met klaslokalen (A); het eigenlijke grote schoolgebouw is onderverdeeld in drie afzonderlijke volumes (B); het dienstgebouw met de gymnastiekzaal en een grote overdekte speelplaats heeft tevens een galerijOverdekte gang, aan één of beide zijden geritmeerd door zuilen, kolommen of pijlers, bogengang genoemd indien geritmeerd door arcaden. op de eerste verdieping; alle klaslokalen geven hierop uit (C); het gebouw in de Atheneumstraat met de directeurswoning (D).
Er werden enkele wijzigingen aangebracht aan het plan van 1883. Aan de gymnastiekzaal wordt een verdieping toegevoegd die kan dienst doen als tekenzaal. Deze werd toegevoegd om het ‘lelijke effect' van het gebouw dat gekneld zat tussen de twee hogere gebouwen, weg te werken; de trap naar deze nieuwe verdieping werd tegen de toegangsvestibule geplaatst. De ruimte die hiervoor nodig was (2m60 breed) werd ingewonnen op de oppervlakte van de studiezaal (benedenverdieping) en het fysicalokaal (verdieping).
Groot schoolgebouw (B). Het centrale volume van het gebouw ligt rond een grote overdekte speelplaats met een galerijOverdekte gang, aan één of beide zijden geritmeerd door zuilen, kolommen of pijlers, bogengang genoemd indien geritmeerd door arcaden. die toegang geeft tot de klaslokalen; het is overdekt met een ijzeren structuur – oorspronkelijk gecombineerd met glas – die de stijl van sommige schoolgebouwen in art nouveauInternationale beweging (1893 - ca. 1914) als reactie op de ‘neo’-stijlen, maar met sterk lokale verschillen. In België kent de stijl twee stromingen, namelijk de florale art nouveau met Victor Horta als boegbeeld en anderzijds de geometrische art nouveau beïnvloed door Paul Hankar of de Wiener Secession. vanaf 1900 aankondigt. Er werd bijzondere zorg besteed aan het comfort van de leerlingen: de klassen, voorzien voor telkens veertig leerlingen, zijn erg ruim; er is 5m3 lucht voorzien per leerling; ze beschikten ook over een moderne centrale verwarming.
Archieven
GAE/OW 32, farde nr. 172 Athénée royal d'Ixelles.
Publicaties en studies
DEL MARMOL, B., DELSAUTE, J.-L., et al., Le quartier Saint-Boniface, Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Brussel, 1998 (Bruxelles, Ville d'Art et d'Histoire, 23), p. 12.
DEWEZ, M.-A., L'urbanisation du quartier Saint-Boniface (Licentiaatsthesis in de hedendaagse geschiedenis), UCL, Louvain-la-Neuve, 1982-1983, pp. 135-155.
Le cinquantenaire de l'Athénée royal d'Ixelles. 1883-1933, 1933.
LE ROY, P., Monographie de la commune d'Ixelles, Imprimerie Générale, Brussel, 1885, pp. 232-233.
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 2007-2009.





























