Zoom
Alphonse Hottatstraat 52–Auguste Rodinlaan 23-25 (foto 2010).
Appartementsgebouw in art decoTendens tot de geometrisering van vormen en architecturale ornamenten die zich uitdrukt in het materiaal- en kleurgebruik. n.o.v. architect-landmeter A. Beniest, 1932.
Vijf bouwlagen en tien traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...): zes in A. Hottatstraat, één hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw. en drie in A. Rodinlaan. Gevel in baksteen en witsteen. VenstersLicht- en/of luchtopening in een muur. in drie eerste bouwlagen getoogdBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster., in hoogste rechthoekig. Benedenverdieping met doorlopende schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren., uitwaaierend boven muuropeningen. Lichtjes gewelfde erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. voor eerste en tweede verdieping van hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw. en van twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in Hottatstraat; bekroond met terras met ijzeren borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust.; daarboven, in hoogste bouwlaag glasdeurDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. achter balkon; verdiepingen van centrale traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in A. Rodinstraat eveneens met balkon. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... en ijzerwerkVerzameling van alle metalen elementen van een gebouw. bewaard.
Interieur. Benedenverdieping van in het begin onderverdeeld in garages en conciërgewoning. Drie appartementen per verdieping.
Vijf bouwlagen en tien traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...): zes in A. Hottatstraat, één hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw. en drie in A. Rodinlaan. Gevel in baksteen en witsteen. VenstersLicht- en/of luchtopening in een muur. in drie eerste bouwlagen getoogdBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster., in hoogste rechthoekig. Benedenverdieping met doorlopende schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren., uitwaaierend boven muuropeningen. Lichtjes gewelfde erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. voor eerste en tweede verdieping van hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw. en van twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in Hottatstraat; bekroond met terras met ijzeren borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust.; daarboven, in hoogste bouwlaag glasdeurDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. achter balkon; verdiepingen van centrale traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in A. Rodinstraat eveneens met balkon. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... en ijzerwerkVerzameling van alle metalen elementen van een gebouw. bewaard.
Interieur. Benedenverdieping van in het begin onderverdeeld in garages en conciërgewoning. Drie appartementen per verdieping.
Archieven
GAE/DS 12-52.
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 2009-2011.































