Zoom
Louizalaan 413 (foto 2005).
Le Monte-Carlo
Louizalaan 413
Op hoek met Abdijstraat. Gebouw in postmodernistischeTegenbeweging (sinds ca. 1980) van het modernisme. Het functionalisme wordt in vraag gesteld, terwijl vormelementen uit het verleden (classicisme, art deco, enz.) opnieuw en op eigentijdse wijze worden toegepast. stijl n.o.v. arch. Marc Poons, 1990. Volledig nieuw gebouw refereert aan gebouw dat hier vroeger stond: woning Sigart, n.o.v. arch. Paul Hamesse, 1911. Deze herenwoning werd in 1941 verbouwd en uitgebreid n.o.v. arch. J.J. Eggericx en in 1967 gesloopt. Toen vervangen door handelspand in bijzonder uitgepuurde modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. stijl, n.o.v. arch. M. J. Demey en V. Demeester, met uithangbord “La maison du chasseur et du pêcheur”; gesloopt en vervangen door huidig gebouw van 1990, thans in restauratie (arch. Corbisier & Associés, 2006). Diverse gebouwen die elkaar op dit perceel opvolgden, worden afgebeeld op keramische panelen1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. op gevel in Abdijstraat.
Kantoren, woningen en handelsruimten. Vier bouwlagen onder mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken., één traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in Louizalaan, hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw. met torenuitbouw en zes ongelijke traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in Abdijstraat. Enkele grote monumentaleZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten. venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. lopen door over verschillende bouwlagen. Gevel getuigt van typische voorliefde voor historische metafoor van postmodernisten: witsteen waarop grote muurvakken in geglazuurde baksteen aangebracht zijn als een huid, die zou kunnen worden afgetrokken om oorspronkelijk gebouw terug te vinden (ondertussen verdwenen). Rijkelijk beglaasde benedenverdieping. Verdiepingen hernemen architecturaal vocabularium van Paul Hamesse: trapezoïdale erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. op druiper, venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met metalen stijl, ruiten, staande ovalen, gewelfde bekroning van dakvenstersUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is.. Rood schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... .
Kantoren, woningen en handelsruimten. Vier bouwlagen onder mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken., één traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in Louizalaan, hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw. met torenuitbouw en zes ongelijke traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in Abdijstraat. Enkele grote monumentaleZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten. venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. lopen door over verschillende bouwlagen. Gevel getuigt van typische voorliefde voor historische metafoor van postmodernisten: witsteen waarop grote muurvakken in geglazuurde baksteen aangebracht zijn als een huid, die zou kunnen worden afgetrokken om oorspronkelijk gebouw terug te vinden (ondertussen verdwenen). Rijkelijk beglaasde benedenverdieping. Verdiepingen hernemen architecturaal vocabularium van Paul Hamesse: trapezoïdale erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. op druiper, venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met metalen stijl, ruiten, staande ovalen, gewelfde bekroning van dakvenstersUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is.. Rood schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... .
Archieven
SAB/OW 1865 (1911-1912), 55116 (1941), 96629 (1988).
Tijdschriften
« La maison du chasseur et du pêcheur », La Maison, 1, 1969, pp. 33-36.
« Monte-Carlo », Neuf/Nieuw, 152, 1991, p.102.
Andere
Transformation de l'immeuble, dépliant publicitaire de la SA Grand Loft, 2005.
SAB/OW 1865 (1911-1912), 55116 (1941), 96629 (1988).
Tijdschriften
« La maison du chasseur et du pêcheur », La Maison, 1, 1969, pp. 33-36.
« Monte-Carlo », Neuf/Nieuw, 152, 1991, p.102.
Andere
Transformation de l'immeuble, dépliant publicitaire de la SA Grand Loft, 2005.
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 2005-2006.






































