Zoom
Keverslaan 20-22 (foto 2006).
Appartementsgebouw n.o.v. arch. Jean Florian Collin, 1934.
Symmetrische bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevel van acht bouwlagen, hoogste als attiekverdiepingVerdieping (soms halve verdieping), gelegen net boven de kroonlijst of als terugspringende hoogste verdieping van een gebouw. , en vijf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Gestapelde erkersRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. met afgeronde hoek in laterale traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Centrale toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht. met opengewerkteOpengewerkt, voorzien van een stelsel van kleine, decoratieve openingen. deur tussen gebogen hardstenen postenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust. en onder platte luifelAfdak boven de ingang van een huis of handelszaak.; verdiepingen beglaasd en geritmeerd door doorlopende stijlenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust..
Tuinafsluiting en metalen deur oorspronkelijk. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... , in centrale traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met roedeverdelingDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd., deels oorspronkelijk.
Symmetrische bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevel van acht bouwlagen, hoogste als attiekverdiepingVerdieping (soms halve verdieping), gelegen net boven de kroonlijst of als terugspringende hoogste verdieping van een gebouw. , en vijf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Gestapelde erkersRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. met afgeronde hoek in laterale traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Centrale toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht. met opengewerkteOpengewerkt, voorzien van een stelsel van kleine, decoratieve openingen. deur tussen gebogen hardstenen postenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust. en onder platte luifelAfdak boven de ingang van een huis of handelszaak.; verdiepingen beglaasd en geritmeerd door doorlopende stijlenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust..
Tuinafsluiting en metalen deur oorspronkelijk. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... , in centrale traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met roedeverdelingDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd., deels oorspronkelijk.
Archieven
SAB/OW 45851 (1934).
Tijdschriften
“Un immeuble de J. F. Collin”, Bâtir, 38, 1936, p. 505.
SAB/OW 45851 (1934).
Tijdschriften
“Un immeuble de J. F. Collin”, Bâtir, 38, 1936, p. 505.
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 2006-2007.




























