Zoom
Willem de Zwijgerstraat, pare kant in de richting van de Maria-Louizasquare (foto 2007).
Willem de Zwijgerstraat
Van Wetstraat naar Maria-Louizasquare, doorkruist door de Jozef II-straat en het kruispunt gevormd door de Stevenstraat en de Karel Martelstraat.
Aangelegd volgens het rooilijnenplan van de Noord-Oostwijk ontworpen door architect Gédéon Bordiau en goedgekeurd bij K.B. van 20.12.1875. Haar tracé is opgenomen in het plan van Brussel dat in 1881 door het Institut cartographique militaire werd opgesteld.
Het tweede straatgedeelte is aangelegd doorheen de voormalige Granvellestraat, een smalle straat die langs het zuidoostelijk gedeelte van de grote vijver van Sint-Joost liep, die door Bordiau werd verkleind tot de waterpartij op de Maria-Louizasquare.
Samen met de Kardinaalsstraat en de Gehoorzaamheidsstraat vormde de Granvellestraat in het begin van de negentiende eeuw een gelijknamige volkse wijk. Deze werd in de jaren 1880 volledig gesloopt om plaats te maken voor de Boduognatusstraat, de Karel Martelstraat en de Saint-Quentinstraat.

Zoals meerdere straten in de wijk verwijst de naam van de Willem de Zwijgerstraat naar een historisch personage dat verband houdt met de geschiedenis van ons land. Hij werd toegekend bij de collegebesluiten van de Stad Brussel van 14.04 en 15.05.1877 en refereert aan Willem van Oranje, bijgenaamd de Zwijger, die een belangrijke rol speelde in de onafhankelijkheidsstrijd van de Noordelijke Nederlanden.
De straat is grotendeels bebouwd met huizen in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl of met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag. Met uitzondering van twee, thans gesloopte huizen, ontworpen in 1885 en 1887 in het eerste straatgedeelte aan onpare kant (architecten Constant Bosmans en Henri Vandeveld), werden alle woningen van de straat ontworpen tussen 1890 en 1900.
Meerdere huizen van de straat hebben een rijk karakter. Onder meer een hoekhuis met elementen van de Italiaanse renaissanceVlaams renaissance (vanaf 16e eeuw). Stijl die elementen uit de Italiaanse renaissance toepast op de traditionele bak- en zandsteenstijl. De neo-Vlaamse renaissance (ca 1860-1914) grijpt vanuit een nationalistische tendens terug naar de Vlaamse renaissance en haar specifieke ornamentiek. De stijl kenmerkt zich door een polychroom materiaalgebruik en een volumespel d.m.v. erkers, torentjes, trapgevels, enz., ontworpen door architect Daniel Francken (zie nr. 23); een huis met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag ontworpen door architect Émile Janlet (zie nr. 38) en de eigen woning in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl van architect J. Caluwaers (zie nr. 40). De straat telt bovendien twee huizen met art-nouveau-elementenInternationale beweging (1893 - ca. 1914) als reactie op de ‘neo’-stijlen, maar met sterk lokale verschillen. In België kent de stijl twee stromingen, namelijk de florale art nouveau met Victor Horta als boegbeeld en anderzijds de geometrische art nouveau beïnvloed door Paul Hankar of de Wiener Secession., ontworpen door de architecten Paul Saintenoy (zie nr. 34) en Victor Taelemans (zie nr. 49).

De oorspronkelijke bebouwing aan weerszijden van het eerste straatgedeelte werd in de jaren 1960 en 1970 gesloopt. Aan onpare kant bevindt zich nu het Karel de Grote-gebouw, in 1964 ontworpen door architect Jacques Cuisinier en in 1998 opnieuw bekleed door architect Helmut Jahn (zie Wetstraat 170). Het vervangt onder meer een merkwaardig geheel van drie ‘huizen' met handelsruimte op de benedenverdieping (1893) en het politiecommissariaat van de vijfde divisie, in 1884 ontworpen door architect Adolphe Vanderheggen en gebouwd op een onregelmatig perceel op de hoek met de Wetstraat.
Het werd gebouwd ter vervanging van de te klein geworden lokalen in de Tweekerkenstraat.

Het gebouw met elementen van neo-Vlaamse renaissanceVlaams renaissance (vanaf 16e eeuw). Stijl die elementen uit de Italiaanse renaissance toepast op de traditionele bak- en zandsteenstijl. De neo-Vlaamse renaissance (ca 1860-1914) grijpt vanuit een nationalistische tendens terug naar de Vlaamse renaissance en haar specifieke ornamentiek. De stijl kenmerkt zich door een polychroom materiaalgebruik en een volumespel d.m.v. erkers, torentjes, trapgevels, enz. bezat een bakstenen gevel met stenen elementen. De voorgevel in de Willem de Zwijgerstraat telde zeven traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), die in de Wetstraat, drie.
Dezelfde architect ontwierp tevens een ander commissariaat op een ruitvormig hoekperceel, ter hoogte van de huidige nr. 136 en 132 in de Jozef II-straat en het nr. 34 in de Willem de Zwijgerstraat.

Op de hoek met de Jozef II-straat werd tevens een mooi geheel van drie eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. huizen, in 1898 ontworpen door architect D. Fastré, gesloopt om plaats te maken voor het Karel de Grotecomplex.

Voor de pare kant werden in 1966 meerdere gebouwen ontworpen door architect Cuisinier, met het oog op de bouw van het Karel de Grotecomplex. Deze ontwerpen werden echter nooit uitgevoerd. In 1977 liet het ministerie van Openbare Werken de huizen van dit blok slopen, waaronder de eigen woning van architect D. Fastré (1896) in de Willem de Zwijgerstraat nr. 26. Er kwamen twee nieuwe ontwerpen voor kantoorgebouwen, het ene in 1980 (architecten A. en J. Polak), het andere in 1991 (architecten Polak en Jaspers). Geen van beide werd echter uitgevoerd en het terrein is thans ingericht als park.

Op nr. 33 werd in 1935 een huis in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl gebouwd ter vervanging van een gebouw dat fungeerde als stalling en koetshuis bij Stevinstraat nr. 71 (1890). Het gebouw op nr. 37-39 ontworpen door architect L. Neirynck (1897) had oorspronkelijk een hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw. met erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. onder overdekt terras en dakvensterUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is.. Het is thans verhoogd en het oorspronkelijke decor is verdwenen.

De tuinen van de huizen van het laatste straatgedeelte aan onpare kant, geven uit in de Boduognatusstraat. In de meeste daarvan is thans een garage gebouwd. In het laatste straatgedeelte aan pare kant bevindt zich een geheel van vijf huizen ontworpen door architect Édouard Elle (zie nr. 50 tot 56). Op nr. 58 bevindt zich een gebouw van 1927 (architect Albert Verbist), dat hoort bij Maria-Louizasquare nr. 69 (zie dit nr.)
Aangelegd volgens het rooilijnenplan van de Noord-Oostwijk ontworpen door architect Gédéon Bordiau en goedgekeurd bij K.B. van 20.12.1875. Haar tracé is opgenomen in het plan van Brussel dat in 1881 door het Institut cartographique militaire werd opgesteld.
Het tweede straatgedeelte is aangelegd doorheen de voormalige Granvellestraat, een smalle straat die langs het zuidoostelijk gedeelte van de grote vijver van Sint-Joost liep, die door Bordiau werd verkleind tot de waterpartij op de Maria-Louizasquare.
Samen met de Kardinaalsstraat en de Gehoorzaamheidsstraat vormde de Granvellestraat in het begin van de negentiende eeuw een gelijknamige volkse wijk. Deze werd in de jaren 1880 volledig gesloopt om plaats te maken voor de Boduognatusstraat, de Karel Martelstraat en de Saint-Quentinstraat.
Zoals meerdere straten in de wijk verwijst de naam van de Willem de Zwijgerstraat naar een historisch personage dat verband houdt met de geschiedenis van ons land. Hij werd toegekend bij de collegebesluiten van de Stad Brussel van 14.04 en 15.05.1877 en refereert aan Willem van Oranje, bijgenaamd de Zwijger, die een belangrijke rol speelde in de onafhankelijkheidsstrijd van de Noordelijke Nederlanden.
De straat is grotendeels bebouwd met huizen in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl of met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag. Met uitzondering van twee, thans gesloopte huizen, ontworpen in 1885 en 1887 in het eerste straatgedeelte aan onpare kant (architecten Constant Bosmans en Henri Vandeveld), werden alle woningen van de straat ontworpen tussen 1890 en 1900.
Meerdere huizen van de straat hebben een rijk karakter. Onder meer een hoekhuis met elementen van de Italiaanse renaissanceVlaams renaissance (vanaf 16e eeuw). Stijl die elementen uit de Italiaanse renaissance toepast op de traditionele bak- en zandsteenstijl. De neo-Vlaamse renaissance (ca 1860-1914) grijpt vanuit een nationalistische tendens terug naar de Vlaamse renaissance en haar specifieke ornamentiek. De stijl kenmerkt zich door een polychroom materiaalgebruik en een volumespel d.m.v. erkers, torentjes, trapgevels, enz., ontworpen door architect Daniel Francken (zie nr. 23); een huis met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag ontworpen door architect Émile Janlet (zie nr. 38) en de eigen woning in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl van architect J. Caluwaers (zie nr. 40). De straat telt bovendien twee huizen met art-nouveau-elementenInternationale beweging (1893 - ca. 1914) als reactie op de ‘neo’-stijlen, maar met sterk lokale verschillen. In België kent de stijl twee stromingen, namelijk de florale art nouveau met Victor Horta als boegbeeld en anderzijds de geometrische art nouveau beïnvloed door Paul Hankar of de Wiener Secession., ontworpen door de architecten Paul Saintenoy (zie nr. 34) en Victor Taelemans (zie nr. 49).
De oorspronkelijke bebouwing aan weerszijden van het eerste straatgedeelte werd in de jaren 1960 en 1970 gesloopt. Aan onpare kant bevindt zich nu het Karel de Grote-gebouw, in 1964 ontworpen door architect Jacques Cuisinier en in 1998 opnieuw bekleed door architect Helmut Jahn (zie Wetstraat 170). Het vervangt onder meer een merkwaardig geheel van drie ‘huizen' met handelsruimte op de benedenverdieping (1893) en het politiecommissariaat van de vijfde divisie, in 1884 ontworpen door architect Adolphe Vanderheggen en gebouwd op een onregelmatig perceel op de hoek met de Wetstraat.
Het werd gebouwd ter vervanging van de te klein geworden lokalen in de Tweekerkenstraat.
Het gebouw met elementen van neo-Vlaamse renaissanceVlaams renaissance (vanaf 16e eeuw). Stijl die elementen uit de Italiaanse renaissance toepast op de traditionele bak- en zandsteenstijl. De neo-Vlaamse renaissance (ca 1860-1914) grijpt vanuit een nationalistische tendens terug naar de Vlaamse renaissance en haar specifieke ornamentiek. De stijl kenmerkt zich door een polychroom materiaalgebruik en een volumespel d.m.v. erkers, torentjes, trapgevels, enz. bezat een bakstenen gevel met stenen elementen. De voorgevel in de Willem de Zwijgerstraat telde zeven traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), die in de Wetstraat, drie.
Dezelfde architect ontwierp tevens een ander commissariaat op een ruitvormig hoekperceel, ter hoogte van de huidige nr. 136 en 132 in de Jozef II-straat en het nr. 34 in de Willem de Zwijgerstraat.
Op de hoek met de Jozef II-straat werd tevens een mooi geheel van drie eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. huizen, in 1898 ontworpen door architect D. Fastré, gesloopt om plaats te maken voor het Karel de Grotecomplex.
Voor de pare kant werden in 1966 meerdere gebouwen ontworpen door architect Cuisinier, met het oog op de bouw van het Karel de Grotecomplex. Deze ontwerpen werden echter nooit uitgevoerd. In 1977 liet het ministerie van Openbare Werken de huizen van dit blok slopen, waaronder de eigen woning van architect D. Fastré (1896) in de Willem de Zwijgerstraat nr. 26. Er kwamen twee nieuwe ontwerpen voor kantoorgebouwen, het ene in 1980 (architecten A. en J. Polak), het andere in 1991 (architecten Polak en Jaspers). Geen van beide werd echter uitgevoerd en het terrein is thans ingericht als park.
Op nr. 33 werd in 1935 een huis in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl gebouwd ter vervanging van een gebouw dat fungeerde als stalling en koetshuis bij Stevinstraat nr. 71 (1890). Het gebouw op nr. 37-39 ontworpen door architect L. Neirynck (1897) had oorspronkelijk een hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw. met erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. onder overdekt terras en dakvensterUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is.. Het is thans verhoogd en het oorspronkelijke decor is verdwenen.
De tuinen van de huizen van het laatste straatgedeelte aan onpare kant, geven uit in de Boduognatusstraat. In de meeste daarvan is thans een garage gebouwd. In het laatste straatgedeelte aan pare kant bevindt zich een geheel van vijf huizen ontworpen door architect Édouard Elle (zie nr. 50 tot 56). Op nr. 58 bevindt zich een gebouw van 1927 (architect Albert Verbist), dat hoort bij Maria-Louizasquare nr. 69 (zie dit nr.)
Archieven
SAB/OW eerste straatgedeelte aan onpare kant: 22687 (1885), 22688 (1887), 76223 (1905-1954), 22682 (1893), 22689 (1898); eerste straatgedeelte aan pare kant: 22703 (1896), 77678 (1966), 85689 (1977), 93580 (1980), 94101 (1991); 33: 22544 (1890), 47539 (1935); 37-39: 8741 (1897); Wetstraat 170: 81664 (1964).
SAB/PP 953 (1875), 956-957 (1879).
Politiecommissariaat:
SAB/PP 3644-3645 (1885).
SAB/ GE 8012.
SAB/Bulletin communal de Bruxelles, 1877, t. I, p. 316; 1884, t. I, p. 188; 1883, t. I, pp. 66-67.
Tijdschriften
Politiecommissariaat: L'Émulation, 1888, 6, col. 92, pl. 1 tot 4.
Kaarten / plannen
Bruxelles et ses environs, Institut cartographique militaire, 1881 (Koninklijke Bibliotheek van België, Kaarten en Plannen).
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 2006-2008.
































