Zoom
Jubelpark, Beyaerttoren, Foto Ch. Bastin & J. Evrard © MBHG.
Beyaerttoren

Jubelpark
Deze neogotischeHistoriserende stijl (vanaf ca. 1860) die teruggrijpt naar de gotische vormentaal met o.m. spitsbogen, verticalisme, puntgevels, erkers, enz. Neotudor inspireert zich op de specifieke vormentaal van de overgangsperiode tussen gotiek en renaissance in Engeland onder de Tudors. toren staat in het zuidelijk deel van het park, niet ver van de Nerviërslaan. Hij is opgetrokken in Doornikse hardsteen en werd in 1880 ontworpen door architect Henri Beyaert, wiens monogram aan de oostelijke ingang prijkt.

De toren werd gebouwd voor de Nationale Tentoonstelling van industriële producten die plaatsvond op de site van het Jubelpark naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van de Belgische onafhankelijkheid. Het gebouw moest de bouwkwaliteiten van Doornikse hardsteen illustreren. Deze steensoort kwam uit de steengroeven van Dumont-Duquenne, die thans verdwenen zijn.

De Beyaerttoren doet denken aan een kasteeltoren uit de middeleeuwen en zijn sluitstuk in de vorm van een lelie verwijst naar het wapenschild van de Henegouwse stad.

Op een vierkante sokkelHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel. bevindt zich een ronde stenen toren waarvan de rustieke bekleding naar boven toe verfijnt. De wijd uitlopende onderste bouwlaag heeft twee, over elkaar gelegen ingangen met rondboogBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. met dagkantenBinnenkant (tussen muurvlak en kozijn) van de stijlen van een muuropeningen; soms geprofileerd of afgeschuind.. De bovenste bouwlaag is versierd met baksteenlagen en heeft kleine rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.. Ze wordt bekroond door een decoratieve machicoulis voorzien van vier ronde uitkijktorentjes op lampetNeerwaartse beëindiging, afhangende versiering als aanzet van een balkon of erker.. Daaronder bevinden zich vier waterspuwersUitstekende buis of gooteinde voor de afvoer van hemelwater, vaak in de vorm van een dierlijk of diabolisch monster.. Het geheel is bekroond met een laatste, smallere bouwlaag met venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met stijlenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust. onder kantelen en cilindervormig stenen dak met imitatieleisteen. SmeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… traliewerk toegevoegd in 1895.

Het interieur heeft een bakstenen gewelf met vier dunne spitsbogen en ringvormige hardstenen sleutelSluitsteen van een opening; weerhoudt de gewelfstenen in een boog of gewelf..

Beschermd op 18.11.1976.
Publicaties en studies
BOAS, S., CORTEN, I., Inventaire du petit patrimoine du parc du Cinquantenaire, onuitgegeven studie uitgevoerd voor de Koning Boudewijnstichting, 2002-2003.
DELTOUR-LEVIE, C., HANOSSET, Y., Het Jubelpark. Zijn gebouwen en musea, Reeks Brussel, stad van kunst en geschiedenis, 1, Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Directie Monumenten en Landschappen, Brussel, 1993, p. 46.
Kroniek van het Jubelpark, 1880-1980, Koning Boudewijnstichting, Brussel, 1980.
MEGANCK, M., Bruxelles de tour en tour, Aparté, Brussel, 2004, pp. 146-147.
De toren werd gebouwd voor de Nationale Tentoonstelling van industriële producten die plaatsvond op de site van het Jubelpark naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van de Belgische onafhankelijkheid. Het gebouw moest de bouwkwaliteiten van Doornikse hardsteen illustreren. Deze steensoort kwam uit de steengroeven van Dumont-Duquenne, die thans verdwenen zijn.
De Beyaerttoren doet denken aan een kasteeltoren uit de middeleeuwen en zijn sluitstuk in de vorm van een lelie verwijst naar het wapenschild van de Henegouwse stad.
Op een vierkante sokkelHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel. bevindt zich een ronde stenen toren waarvan de rustieke bekleding naar boven toe verfijnt. De wijd uitlopende onderste bouwlaag heeft twee, over elkaar gelegen ingangen met rondboogBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. met dagkantenBinnenkant (tussen muurvlak en kozijn) van de stijlen van een muuropeningen; soms geprofileerd of afgeschuind.. De bovenste bouwlaag is versierd met baksteenlagen en heeft kleine rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.. Ze wordt bekroond door een decoratieve machicoulis voorzien van vier ronde uitkijktorentjes op lampetNeerwaartse beëindiging, afhangende versiering als aanzet van een balkon of erker.. Daaronder bevinden zich vier waterspuwersUitstekende buis of gooteinde voor de afvoer van hemelwater, vaak in de vorm van een dierlijk of diabolisch monster.. Het geheel is bekroond met een laatste, smallere bouwlaag met venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met stijlenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust. onder kantelen en cilindervormig stenen dak met imitatieleisteen. SmeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… traliewerk toegevoegd in 1895.
Het interieur heeft een bakstenen gewelf met vier dunne spitsbogen en ringvormige hardstenen sleutelSluitsteen van een opening; weerhoudt de gewelfstenen in een boog of gewelf..
Beschermd op 18.11.1976.
Publicaties en studies
BOAS, S., CORTEN, I., Inventaire du petit patrimoine du parc du Cinquantenaire, onuitgegeven studie uitgevoerd voor de Koning Boudewijnstichting, 2002-2003.
DELTOUR-LEVIE, C., HANOSSET, Y., Het Jubelpark. Zijn gebouwen en musea, Reeks Brussel, stad van kunst en geschiedenis, 1, Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Directie Monumenten en Landschappen, Brussel, 1993, p. 46.
Kroniek van het Jubelpark, 1880-1980, Koning Boudewijnstichting, Brussel, 1980.
MEGANCK, M., Bruxelles de tour en tour, Aparté, Brussel, 2004, pp. 146-147.
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 2009-2010.

























