Zoom
Eedgenotenstraat, zicht op de onpare kant vanaf het Geuzenplein (foto 2006).
Eedgenotenstraat
Lange straat van Paviastraat naar Geuzenplein. Achtereenvolgens doorkruist door Brabançonnelaan, Van Campenhoutstraat, Jennevalstraat, Bordiaustraat en Napstraat.
Aangelegd volgens het rooilijnenplan van de Noord-Oostwijk, ontworpen door architect Gédéon Bordiau en goedgekeurd bij K.B. van 20.12.1875. Haar tracé is opgenomen in het plan van Brussel, in 1881 opgesteld door het Institut cartographique militaire.
Zoals de meeste straten van deze wijk, verwijst de naam van de straat naar de geschiedenis van ons land. Hij werd toegekend bij de collegebesluiten van de Stad Brussel van 14.04 en 15.05.1877. De naam verwijst naar het Eedgenootschap der Edelen van de Nederlanden, die ook Geuzen werden genoemd. Zij kwamen in opstandBouwkundige tekening op schaal van een verticaal vlak van een gevel, een binnenmuur,…; in ruime zin het verticaal vlak van een gevel of muur. tegen het Spaanse bewind van Filips II.
De straat werd tussen 1895 en 1905 bebouwd met huizen in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl of met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag. Hoewel sommige in de loop van de tijd werden verbouwd, wordt de eenheid van het straatbeeld door geen enkel nieuw gebouw doorbroken.

Op het terrein tussen de Van Campenhoutstraat, Keizer Karelstraat en Jennevalstraat bevindt zich het lyceum La Retraite, een voormalig pensionaat van de Dames de la Retraite du Sacré-Cœur (zie nr. 70).
Meerdere huizen in de straat werden ontworpen door architect Antoine Aulbur (zie nr. 82 en 84, 88, 103 en 142 tot 146), waaronder zijn eigen woning (zie nr. 123). Het huis op nr. 107, waarvan de gevel thans witgekalkt is, werd in 1901 eveneens door deze architect ontworpen. Voor nr. 75 ontwierp Aulbur in 1904 een schildersatelier in het dak van een twee jaar eerder ontworpen huis. Dit atelier wordt verlicht door een grote centrale dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap., die thans gewijzigd is. Architect Henri Van Massenhove ontwierp zes huizen in deze straat: twee gehelen van twee huizen (zie nr. 8, 10 en 21, 23), en ook nr. 38-40 en 46-50 (1898).

Vijf in 1902 als geheel ontworpen neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. huizen op nr. 1-3 van de Eedgenotenstraat en nr. 39-45 van de Paviastraat, zijn thans herverkaveld en verhoogd. De erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. van de voormalige eigen woning van architect L. Tielemans (1899) op nr. 25, is thans verdwenen.
De nr. 85 tot 89 vormen samen met nr. 12 tot 26 van de Jennevalstraat een groot geheel van elf huizen, dat in 1898 voor eenzelfde opdrachtgever werd gebouwd. Met uitzondering van het hoekgebouw hebben ze allen een gevel met asymmetrische compositieTypische gevelopstand bestaande uit twee ongelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouwlagen volgens verkleinende ordonnantie; de hoofdtravee is meestal breder, rijker uitgewerkt en wordt verder benadrukt door licht vooruit te springen en/of door één of meer balkons; de kelders zijn meestal hoog, wat zich vertaalt in een hoge onderbouw; het grondplan bestaat over het algemeen uit een aaneenschakeling van kamers. en twee bouwlagen; sommige daarvan zijn bepleisterdMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen., de andere gevels zijn in baksteen met banden.

Het hoekgebouw van 1901 met vier bouwlagen in de Eedgenotenstraat nr. 100 en de Bordiaustraat nr. 25 heeft een traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) eindigend in een torentje. Dit laatste was oorspronkelijk bekroond met een hoog tentdakDak met vier dakvlakken die in één punt samenkomen (tentdak); onttopt tot een vierzijdig plat dak vormt het een paviljoendak..
Aangelegd volgens het rooilijnenplan van de Noord-Oostwijk, ontworpen door architect Gédéon Bordiau en goedgekeurd bij K.B. van 20.12.1875. Haar tracé is opgenomen in het plan van Brussel, in 1881 opgesteld door het Institut cartographique militaire.
Zoals de meeste straten van deze wijk, verwijst de naam van de straat naar de geschiedenis van ons land. Hij werd toegekend bij de collegebesluiten van de Stad Brussel van 14.04 en 15.05.1877. De naam verwijst naar het Eedgenootschap der Edelen van de Nederlanden, die ook Geuzen werden genoemd. Zij kwamen in opstandBouwkundige tekening op schaal van een verticaal vlak van een gevel, een binnenmuur,…; in ruime zin het verticaal vlak van een gevel of muur. tegen het Spaanse bewind van Filips II.
De straat werd tussen 1895 en 1905 bebouwd met huizen in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl of met neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. inslag. Hoewel sommige in de loop van de tijd werden verbouwd, wordt de eenheid van het straatbeeld door geen enkel nieuw gebouw doorbroken.
Op het terrein tussen de Van Campenhoutstraat, Keizer Karelstraat en Jennevalstraat bevindt zich het lyceum La Retraite, een voormalig pensionaat van de Dames de la Retraite du Sacré-Cœur (zie nr. 70).
Meerdere huizen in de straat werden ontworpen door architect Antoine Aulbur (zie nr. 82 en 84, 88, 103 en 142 tot 146), waaronder zijn eigen woning (zie nr. 123). Het huis op nr. 107, waarvan de gevel thans witgekalkt is, werd in 1901 eveneens door deze architect ontworpen. Voor nr. 75 ontwierp Aulbur in 1904 een schildersatelier in het dak van een twee jaar eerder ontworpen huis. Dit atelier wordt verlicht door een grote centrale dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap., die thans gewijzigd is. Architect Henri Van Massenhove ontwierp zes huizen in deze straat: twee gehelen van twee huizen (zie nr. 8, 10 en 21, 23), en ook nr. 38-40 en 46-50 (1898).
Vijf in 1902 als geheel ontworpen neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. huizen op nr. 1-3 van de Eedgenotenstraat en nr. 39-45 van de Paviastraat, zijn thans herverkaveld en verhoogd. De erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. van de voormalige eigen woning van architect L. Tielemans (1899) op nr. 25, is thans verdwenen.
De nr. 85 tot 89 vormen samen met nr. 12 tot 26 van de Jennevalstraat een groot geheel van elf huizen, dat in 1898 voor eenzelfde opdrachtgever werd gebouwd. Met uitzondering van het hoekgebouw hebben ze allen een gevel met asymmetrische compositieTypische gevelopstand bestaande uit twee ongelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouwlagen volgens verkleinende ordonnantie; de hoofdtravee is meestal breder, rijker uitgewerkt en wordt verder benadrukt door licht vooruit te springen en/of door één of meer balkons; de kelders zijn meestal hoog, wat zich vertaalt in een hoge onderbouw; het grondplan bestaat over het algemeen uit een aaneenschakeling van kamers. en twee bouwlagen; sommige daarvan zijn bepleisterdMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen., de andere gevels zijn in baksteen met banden.
Het hoekgebouw van 1901 met vier bouwlagen in de Eedgenotenstraat nr. 100 en de Bordiaustraat nr. 25 heeft een traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) eindigend in een torentje. Dit laatste was oorspronkelijk bekroond met een hoog tentdakDak met vier dakvlakken die in één punt samenkomen (tentdak); onttopt tot een vierzijdig plat dak vormt het een paviljoendak..
Archieven
SAB/OW 1-3 en Paviastraat 39-45: 18782 (1902); 25: 9550 (1899); 38-40: 8201 (1898); 46-50: 9639 (1898); 75: 9565 (1902-1904); 85 tot 89 en Jennevalstraat 22 tot 26: 12812 (1898); 100 en Bordiaustraat 25: 7148 (1901); 107: 9591 (1901).
SAB/Bulletin communal de Bruxelles, 1877, t. I, p. 316.
SAB/PP 953 (1875), 956-957 (1879).
Publicaties en studies
Bruxelles et ses environs, Institut cartographique militaire, 1881 (Koninklijke Bibliotheek van België, Kaarten en Plannen).
Afkortingen | Onderzoek en redactie : 2006-2008.


































